 |
| Sweelinck op een gravure uit 1624 |
Zijn naam kennen we, zijn muziek heel wat minder. De
kunst van Jan Pieterszoon Sweelinck wil maar niet doordringen tot het grote
publiek. Waar schuurt het in de omgang met onze grootste componist?
Het is
een trieste conclusie en we trekken hem in zijn jubeljaar. Nederland houdt niet
van Jan Pieterszoon Sweelinck. Natuurlijk, uit de schoolbanken hebben we best
onthouden dat we trots mogen zijn op de man die 450 jaar geleden werd geboren.
Klinkende naam, internationale reputatie. Zijn invloed zou zich zelfs hebben
uitgestrekt tot de geniale Bach.
Maar
wie lepelt zo gauw de noten op? Welk Sweelinckmotief zit ons in het bloed,
zoals de Brit het 'Hallelujah!' van Händel meezingt, de Italiaan z’n Verdi paraat
heeft en de Oostenrijker kan putten uit een vloed van Mozart-, Schubert- en
Mahlercitaten?
Laten
we het onder ogen zien: we kennen Sweelinck (1562-1621) amper en zijn muziek
beluisteren we zelden. Nieuw is die lauwheid niet. Begin 19de eeuw, toen het
land smachtte culturele naar vaandeldragers uit het verleden, dook Sweelinck
op, schouder aan schouder met helden als Rembrandt en Vondel. De schilder en de
schrijver hadden op de componist echter één ding voor: hun werk viel te
bekijken of uit te voeren. Sweelincks noten niet. Die lagen te zwijgen in een inmiddels
antiek geworden notatie.
Vanaf
1894 verscheen zijn verzamelde werk eindelijk in eigentijds notenschrift. Toen
die editie rond 1900 z'n voltooiing naderde, bleef een landelijke collecte om
de meester en zijn oeuvre te eren met een standbeeld steken op de som van 663
gulden en 55 cent - een slordige twintig mille te weinig.
Destijds
wilde Willem Mengelberg, de aanstormende dirigent, onder die actie z'n
schouders nog wel zetten. Alphons Diepenbrock, de opkomende componist, deed de geldinzameling
daarentegen af als 'een vrij oppervlakkige en noodelooze onderneming'.
Sindsdien
is er aan de dynamiek van onze Sweelinckliefde weinig veranderd. Soms meldt
zich een gegrepene, zoals de dirigent Jan Boeke, die zich vanaf de jaren
zeventig met zijn kamerkoor Cappella Amsterdam over Sweelinck heeft ontfermd.
Boeke gaf het vuur door aan de bas Harry van der Kamp. De zanger bokste het
voor elkaar dat Sweelincks vocale muziek - 254 psalmen, chansons, madrigalen,
canons en motetten - sinds 2010 in volle glorie beschikbaar is op cd. Doordat
er al twee cycli rouleerden van de klaviermuziek - ruim zeventig toccata's,
fantasia’s en variaties - kunnen we Sweelincks nalatenschap nu eindelijk van a
tot z beluisteren.
Maar
gaan we dat ook doen?
Vermoedelijk
niet. Want de belangrijkste reden van onze stroeve omgang met Sweelinck ligt in
zijn muziek. Door een geraffineerd samenspel van taal en techniek is die er een
voor fijnproevers, zowel bij muzikanten als luisteraars. Gevoelens zal hij je
nooit in het gezicht slingeren. Hartstocht wordt kunstzinnig gesublimeerd.
Sweelinck is van het langzame, innige genieten, zijn noten willen worden gesavoureerd.
Toch
was hij niet de schoolfrik zoals het briefje van 25 gulden hem ooit toonde.
Integendeel, juist vanwege zijn flair zagen welgestelde Amsterdamse kringen de
organist van de Oude Kerk graag komen. Bij de Calandrini's thuis, een uit
Toscane gevluchte protestantse koopmansfamilie, zat Sweelinck soms tot na
middernacht achter het klavecimbel, 'niet cunnende ophouden' met improviseren.
Variaties op
Den lustelicken Mey schudde de muzikant bij tientallen uit de
mouw, 'dan sus, dan soo'.
Maar
ja, het klavecimbel. Voor de kieteling van dat instrument valt vandaag de dag
niet elke muziekliefhebber. Dat je Sweelincks klaviermuziek ook op kerkorgel
kunt spelen, maakt de luisterschare er niet per se groter op. En schieten
pianisten bij Bach en Händel graag te hulp, Sweelinck moet zijn Glenn Gould
helaas nog altijd vinden.
*
Luistertip
1: Mein junges Leben hat ein End
Volksliedje
dat Sweelinck in zes variaties briljant uitpluist. Klavecinist Ton Koopman laveert in zijn versie tussen zwaarmoedig en lichtvoetig. Zoetvloeiender
opereren de blokfluiten van het Amsterdam Loeki Stardust Quartet, dat het stuk
in gearrangeerde vorm heeft geholpen aan een bescheiden populariteit. Via Ulysses
van James Joyce haalde het werk overigens de wereldliteratuur
*
Sweelincks
19de-eeuwse herontdekkers keken beteuterd op hun neus. Hadden ze net een volbloed
Nederlandse muziekicoon opgeduikeld, bleek die zijn vocale stukken vooral te
hebben gecomponeerd op Franse en Italiaanse tekst. Met tongbrekers als Plus tu
cognois que je bruisle pour toy maakte Sweelinck in elk geval weinig vrienden
bij het opbloeiende amateurkoorwezen van de Maatschappij tot Bevordering der
Toonkunst.
In zijn
eigen tijd leverde de componist aan een curieus, achtkoppig herenclubje, dat
bestond uit kooplieden met een voorliefde voor eersteklas polyfonie. Van bas
tot mannenalt moet Sweelincks collegium musicum uitmuntend getraind zijn
geweest. Na het
zakendoen zongen de heren hun kelen mogelijk soepel met de Rimes Françoises et
Italiennes (Franse en Italiaanse rijmen), twee- tot driestemmig contrapunt
waarmee ook de beginnende Sweelinckluisteraar z'n voordeel kan doen.
*
Driestemmig
madrigaal over de zachte ademtocht der liefde, gecomponeerd op een anonieme
Italiaanse tekst. Slank en overzichtelijk geschreven, met motieven die zich
gemakkelijk laten volgen. Merk hoe sleutelwoorden als 'amor' (liefde) en
'dolce' (zoet) worden uitgelicht.
*
Welbeschouwd
heeft Sweelinck het voor zichzelf verbruid. Had hij maar meezingbare
koorstukken moeten schrijven, in plaats van vocale ensemblemuziek die de
hoogste eisen stelt. Zo moet de Sweelinckzanger zich loepzuiver kunnen voegen
in een delicate samenklank. Gevoel voor de prosodie van 16de-eeuws Frans is
vereist. En zonder kennis van oude kerktoonsoorten redt hij het niet.
De
specialismen vloeien samen in Sweelincks magnum opus, de vier- tot achtstemmige
zetting van alle 150 psalmen. Franse tekst en melodie van deze Psalmen Davids
stammen uit het Geneefse Psalter, een door Calvijn geïnspireerde berijming uit
1562. Verder uit de buurt van muzak kun je niet komen.
*
Luistertip
3: Louez Dieu tout hautement
Vijfstemmige
zetting van psalm 136, die de lof zingt van de Heer. Op YouTube zingt het
Gesualdo Consort Amsterdam eerst het eenstemmige origineel, waarna je des te
beter kunt horen hoe Sweelinck vanuit die eenvoudige melodie een vlechtwerk
optrekt van imiterende stemmen.
Zelfs
de historische uitvoeringspraktijk heeft Sweelinck niet kunnen koppelen aan het
grote publiek. Componisten als Monteverdi, Purcell en Rameau kregen dankzij het
authentieke musiceren een riant tweede leven. Paradoxaal genoeg neemt hun
succes alleen maar het licht weg voor Sweelinck.
Anders
dan hij konden ze volop profiteren van de warmbloedige barokstijl die vanaf 1600
de kop op stak in Italië. Die soepele kneding van gevoel, emotie en theater - ingrediënten
van de vroege opera - ligt ons nog altijd beter in het gehoor dan Sweelincks voorname
lijnenspel.
*
Zesstemmig
madrigaal op een sonnet van Petrarca.
Hoogtepunt
in Sweelincks oeuvre. Woorden als 'hemel'
en
'zon' krijgen een stralende sprong omhoog. De dood
meldt
zich met een buitenissig akkoord. Dat de 'blinde
wereld'
staat opgetekend in zwarte noten, is een doortrapt staaltje symbolische muzieknotatie.
*
En zo
valt het postume pechvogelschap van alle kanten toe aan Jan Pieterszoon
Sweelinck. Zelfs met hernieuwde standbeeldplannen liep het faliekant mis. Rembrandt
kijkt in Amsterdam uit over zijn plein, Vondel troont in het park, Sweelinck
valt nergens te bekennen.
Ja, op
11 mei 1944, de vijftigste verjaardag van NSB-leider Mussert, verscheen zijn
beeld op het Amsterdamse Valeriusplein. Dietse sentimenten gaven de doorslag: een
fout stadsbestuur had de opdracht gegund aan een foute beeldhouwer, Frans
Werner.
Na de
bevrijding werd Sweelinck meteen van z’n sokkel getrokken en begraven op een
gemeentewerf. Toen daar woningen moesten komen, gaf wethouder Han Lammers na
een uitgebreide adviesronde toestemming om het verminkte componistenbeeld te
vernietigen.
Waarna
een plichtsgetrouwe ambtenaar op 29 mei 1972 de pijnlijkste woorden uit onze
getroebleerde Sweelinckhistorie kon noteren. 'Het puin is afgevoerd.'
Sweelinck
verdient natuurlijk beter. De componist die stoere variaties afleverde, die
polyfone maten schreef om in te lijsten, die zijn noten subliem kon laten voortvloeien
uit een tekst – laat hij standvastig blijven haken naar ons oor.
Over een
standbeeld is het laatste woord trouwens nog niet gezegd. Eerstvolgende afspraak:
16 oktober 2021. Met het oog op Sweelincks 500ste sterfdag heeft de bas Harry
van der Kamp alvast een 'Sweelinck Decennium' afgekondigd. Het moet uitmonden
in een bronzen componist die vanaf het Amsterdamse Oudekerksplein trots uitkijkt
op het gebouw waar hij als organist triomfen vierde.
de Volkskrant, 27 april 2012