28 oktober 2008

Hiep hiep voor jarig Concertgebouworkest

Het Koninklijk Concertgebouworkest viert z’n 120ste verjaardag met een kwinkelerende mezzo en dollende fluiten.

AMSTERDAM Prinses Máxima, de beschermvrouwe, zit op het frontbalkon te stralen. Er lopen de nodige kopstukken rond, waaronder een oud-premier (Kok), een SER-voorzitter (Rinnooy Kan) en de vicepresident van de Raad van State (Tjeenk Willink). Ook zij zweten onder de tv-lampen bij het verjaarspartijtje van het Koninklijk Concertgebouworkest. Maar met de files rondom de Van Baerlestraat viel het gelukkig mee.
Geen verkeersinfarct, zoals 120 jaar geleden. Toen hees tout Amsterdam zich in het rijtuig voor een barre tocht naar drassig buitengebied. Gek genoeg kreeg de nieuwe concertzaal niet direct alle handen op elkaar. Frederik van Eeden, de schrijver-psychiater, sprak van een ‘stukadoorsparadijs in modder- en stopverftinten’. Desondanks veroverde het symfonieorkest dat er zijn intrek nam razendsnel de status die het nu nog altijd voert: die van Amsterdams kroonjuweel, Nederlands boegbeeld, club van wereldklasse.
Feest dus. Mitsuko Uchida kwam er vrijdag voor naar de Grote Zaal en schilderde in Beethovens Derde pianoconcert fleurige acquarellen. Tania Kross sloeg charmant aan het kwinkeleren in Rossini’s Barbier-aria Una voce poco fa.
Nog schalkser ging het eraan toe in Till Eulenspiegels lustige Streiche, dat overbloezende orkestgeval van Richard Strauss waarmee Willem Mengelberg in 1899 al wist te scoren. Hitsige hobo’s en dollende fluiten: sinds Mariss Jansons de dirigeerstok in 2004 overnam van Riccardo Chailly, opereert in Amsterdam de best denkbare combi voor dit soort orkestrale malligheid.
Wat de tv-kijkers wordt onthouden, is Beethovens Egmont-ouverture, huisrepertoire sinds december 1888. Evenmin zien ze het kekke hakje waarmee mezzosopraan Kross de punt van haar strapless strokenjurk in handen krijgt. Ook geschrapt zijn de Siete canciones van Manuel de Falla, een orkestpremière waarin Kross haar jurk uitvouwt tot een behaaglijke poncho.
Ronduit gezellig maakt de Curaçaose het vervolgens met haar toegift, een ratelende Azerbeidjaanse Folk Song van Luciano Berio. Sneu voor Jansons: de batterij perscamera’s die onder het slotapplaus naarbinnen wordt geloodst, richt zijn flitsers meteen op de kroonprinses.
Mocht Máxima nog eens bladeren in het jubileumboek dat ze meekrijgt, dan kan ze lezen over de heikele KCO-momenten van de afgelopen twintig jaar, zoals een ineenstortende cd-markt en perikelen in de leiding. Die zijn gepareerd. En sinds het alarm over de Amsterdamse orkestsalarissen door minister Plasterk wat gedempt lijkt te gaan worden met geld uit het potje ‘internationale excellentie’, hoeft de 120-jarige allerminst te strompelen op weg naar het volgende lustrum.

Geen opmerkingen: