
✩✩✩✩
Het internationale pianocircuit biedt emplooi aan klavierleeuwen en showbinken, oppervlakkige grazers en meesters van de diepgang. Daarnaast bestaat er een categorie van de rare snijboon, en daarin valt Alexandre Tharaud.
Ga maar na: een piano heeft de Fransman niet in huis. Studeren doet hij op barrels bij vrienden. Een week voor een cd-opname raakt hij geen toets meer aan. Zulke malligheid maakt hem nog niet meteen tot een schertsfiguur. Van een Rameau-cd verkocht Tharaud meer dan vijftigduizend stuks. Goede zaken deed hij met een complete Ravel. Met zijn eigengereide kijk op barokmuziek en het standaardrepertoire valt hij bij een groot publiek in de smaak.
De pianist stapt dwars door eeuwen en stijlen. Niet alleen daarin lijkt Tharaud op Glenn Gould, hij vertoont ook diens tics. Bij de Fransman uiten ze zich vooral in een merkwaardige choreografie van arm, hand en vingers. In Enschede - waar het Muziekcentrum dit seizoen een driedelige Tharaudserie presenteert – zag het publiek hoe je een wijsvinger aan een parachute laat neerdalen op de toets. Karakteristiek was ook de rechterhand die in karatepositie boven het klavier verscheen – en toen besloot het ivoor te strelen.
Tharaud heeft toch al een zwak voor de intieme omgang met een Steinway. Over de stille wrijving tussen hamerkop en snaar hoef je hem niks te vertellen. Die fascinatie kwam goed van pas in muziek van Couperin en Chopin.
De ambachtelijke barokman en de Romantische dromer waren ongetwijfeld verbaasd dat ze elkaar in Enschede troffen. Toch had Tharaud de componisten goed ingeschat. De twee delen een voorliefde voor de miniatuur, en dan liefst geschakeld tot een reeks karakterstukken waarin je per geval zoekt naar een eenmalig, uniek geluid.
Zo pakte Tharaud het tenminste aan. Hij ontpopte zich daarbij als een architect die een serie monochrome, maar onderling zeer verschillende klankvlakken met elkaar verbindt. Gemeenschappelijk element was steeds het lichte klankdelirium dat hij aanbracht met het rechterpedaal.
In Couperin bleek meer te schuilen dan een grootleverancier van charmante niemendalletjes. En nadat Tharaud Chopin op de divan had gelegd, wisten we dat er in diens Frans-Poolse ziel meer nuchterheid huist dan we in de concertzaal doorgaans horen.
Neem het slot van de Préludes opus 28: alsof je in bleek maandagochtendlicht uit een roes ontwaakt. Naar het waarom bleef het raden, maar verfrissend was het wel.
Alexandre Tharaud (piano). Werken van Couperin en Chopin. Enschede, Muziekcentrum, 17 maart.
de Volkskrant, 19 maart 2009
0 reacties:
Een reactie plaatsen