
✩✩✩✩
Bebrilde bollebozen in poloshirt. Giebelende tutjes met handtas en snoepneigingen. Zo ziet het studentenmilieu eruit waarin regisseur Elsina Jansen het amoureuze geklungel plaatst van Mozarts opera Così fan tutte. Jansen verleent haar diensten aan de Dutch National Opera Academy, een tweejarige masteropleiding van de conservatoria van Amsterdam en Den Haag die voorbereidt op het mooie maar lastige operavak.
Zangstudenten spelen universiteitsstudenten die de leerschool der liefde doorlopen: het Droste-effect is fraai. Maar vooral valt op dat Elsina Jansen – die in 2005 met John Adams’ opera Nixon in China haar eerste grotezaalproductie presenteerde – er zulk volwassen theater van maakt. Hoofdwerk gaat in deze Così gelijk op met handwerk en dat is nog niet zo makkelijk wanneer je het moet stellen met teer materiaal (jonge zangers) en schaarse rekwisieten (fauteuil, catwalk, parasol).
Jansens uitgangspunt is het schaakbord. Als pionnen immers laten de jeugdige liefdeskoppels Fiordiligi-Guglielmo en Dorabella-Ferrando zich rondschuiven door de ouwe vrijgezel Don Alfonso. Het schaakbord verklaart ook het geblokte zwart-witmotief in de toneelvloer en ligt ten grondslag aan stille manoeuvres die zich voltrekken bij de achterwand. Daar wordt getoverd met horizontale stroken en verticale banen, waardoorheen Tom Verheijen uitgekiende lichtsferen werpt, rossig of kil, al naar gelang de situatie in Napels.
Als het over liefde gaat zijn de vrouwtjes wispelturig en zwak, betoogt Don Alfonso. Dat mag zo wezen, in muzikaal opzicht wordt deze studenten-Così toch gedragen door zangeressen. Althans, door de dames van de eerste cast (er zijn er twee), die donderdagavond voor de première aantrad in het Haagse Lucent Danstheater.
Als goedgebekte operazusjes leken de Amerikaanse sopraan Maribeth Diggle (Fiordiligi) en de Estse mezzo Kai Rüütel (Dorabella) voor elkaar geschapen. In slim geregisseerde aria’s stampvoetten ze koppig, trokken ze sniffend tissues uit, en leek elk gebaar een logische consequentie van de partituur. Als het hulpje Despina bestuurde de Turkse sopraan Aylin Sezer haar fiets iets kittiger dan haar stembanden. De vocaal-theatrale kwaliteiten van de heren volgden op afstand. Natuurlijk ontaardt de komedie in een tragedie. Als fat vermomd flikflooit Guglielmo met Dorabella. Fiordiligi gaat door de knieën voor de opgepimpte Ferrando. Don Alfonso haalt zijn gelijk: zie je wel, zingt hij bij monde van de Franse bas-bariton Florian Bonneau. Zo zijn ze zou allemaal, de meidjes.
Wellicht vanwege die twist in het libretto sprak de operaliefhebber Richard Wagner ooit van een ‘wanstaltige, inhoudsloze tekst’. Van Elsina Jansen krijgt Alfonso echter de pin op de neus. Wanneer alles is gezegd en gedaan en de laatste noot heeft geklonken, neemt ze Alfonso de regie uit handen. In stilte schuifelen de jongelui nog een seconde of tien over het schaakbord, hoekig en verdwaasd. Het avontuur heeft ze beschadigd, te lijmen valt er niets.
Dirigent Henrik Schaefer joeg soms razende tempi door het studentenorkestje dat open en bloot in een toneelhoek zat. En al hakkelde een blazer, ontspoorde een strijker en liep de coördinatie niet altijd gesmeerd, Mozarts muziek kende in elk geval jeugdig vuur.
de Volkskrant, 27 juni 2009
Hai Guido,
BeantwoordenVerwijdereneen mooie recensie.
Misschien is dit ook interessant voor jou (of voor de krant). Zie deze link:
http://www.audiofarm.org/audiofiles/3423-zen-en-zang
Over de cursus Zen en Zang waar Elsina Jansen ook les in geeft. Ik kan me voorstellen dat hier mogelijk een interessant item van te maken is.
Groet
Marc