
Het Grachtenfestival opent met een Stravinsky-première: componist Theo Verbey voltooide een curieuze versie van Les noces.
‘Jemig, wat kan dat nou wezen?’ In 2001, pauzerend tijdens Louis Andriessens opera Writing to Vermeer, vangt slagwerkster Peppie Wiersma in New York iets op over Les noces, het voormalige avant-gardestuk waarin Igor Stravinsky de heisa schildert van een Russische boerenbruiloft. Ooit zou de componist een versie hebben gemaakt waarin hij rond de zangstemmen het merkwaardige instrumentarium heeft geschikt van pianola, twee cimbalons, harmonium en slagwerk.
Zijn het schetsen? Is het voltooid? In New York komt Peppie Wiersma er niet achter. Terug in Nederland ontdekt ze dat er inderdaad een derde zetting bestaat, naast de bekende uit 1923 (met vier piano’s en slagwerk), en een minder bekende orkestversie uit 1917. Ook vindt ze uit dat Stravinsky halverwege is gestrand. Na twee van de vier tableaus houdt hij het in 1919 voor gezien met de mechanische piano, het hakkebord en de psalmenpomp. Uniek materiaal, denkt Wiersma. Dit moet af. Maar voordat ze componist Theo Verbey aan het werk kan zetten, moeten de erven-Stravinsky toestemmen. En die hebben een onbuigzame reputatie.
Tevergeefs stuurt de slagwerkster een verzoek aan de muziekuitgever Chester Novello. Bij Robert Craft, Stravinsky’s vroegere assistent en hoeder van de artistieke erfenis, krijgt ze eveneens nul op het rekest. Pas wanneer Stravinskyvorser Elmer Schönberger bij Craft aan de bel trekt, volgt het jawoord. En zo opent het Grachtenfestival 2009 met een primeur: Svadebka, oftewel Les noces villageoises, oftewel De dorpsbruiloft, klinkt in de voltooide versie uit 1919. Wiersma koestert tot oktober 2010 zelfs het wereldwijde alleenrecht. Ze oefent het de komende weken nog uit in twee tenten (Utrecht, Den Haag) en bij boerderij Klein Hayema op het Groningse platteland.
In een repetitieloods aan het IJ davert de grote trom. De zangers van Cappella Amsterdam marcheren er als bruiloftsvolk achteraan. Het grote zuipen moet kennelijk nog beginnen, regisseur Marc Pantus verlangt een ingetogen, verende tred. Maar hé, hier klinkt niet Les noces. ‘Klopt’ zegt Wiersma. ‘Het stuk duurt nog geen 25 minuten, dus hebben we er wat omheen bedacht.’ Bij wijze van bruiloftsmars levert Louis Andriessen een vrolijk arrangement van Stravinsky’s Scherzo à la russe. En als ‘stukje’, onvermijdelijk bij een trouwerij, wordt Histoire du soldat opgevoerd, Stravinsky’s vestzakmuziektheater uit 1918. Wiersma ruilde de oude vertaling van Martinus Nijhoff in voor een nieuwe van Judith Herzberg, die zelf voordraagt.
Rituele zang, lamenterende vrouwen, divertissement en maskerade – met Les noces duikt de naar Zwitserland verkaste Stravinsky in het geblikker en geroezemoes van moedertje Rusland. Het libretto kent geen plot, naar de muzikale vorm was het zoeken. Over de eerste zetting, voor solisten, koor en 150-koppig orkest, was de componist ontevreden. ‘Dat snap ik wel’ zegt Theo Verbey. ‘Als je die partituur openslaat denk je: wat braaf en schools. Is dit nou de man van de Vuurvogel en Le sacre du printemps?’
Rigoureus beende Stravinsky de instrumentatie uit tot er een pianola, twee cimbalons, harmonium en slagwerk resteerden. Wiersma: ‘Totaal bizar.’ Verbey: ‘Maar slim bedacht. Je kunt je helemaal voorstellen dat het zich afspeelt in een ouwe boerenschuur, waar toevallig wat afgedankte instrumenten staan.’ Maar na twee taferelen gaf Stravinksy er alsnog de brui aan. Hij voorzag dat zijn stuk, in dit gewaad, zelden het podium zou halen. Virtuoze cimbalonspelers waren dun gezaaid. En samenspelen met een voorttingelende pianola beloofde coördinatieproblemen tot en met. Wiersma: ‘Voor die tijd was het stuk razend ingewikkeld.’ Verbey: ‘Er komt kunst en vliegwerk aan te pas om de musici gelijk in te laten zetten met de pianola.’
Studerend op de eerste twee tableaus viel Verbey een ‘oneindig subtiel gebruik’ op van het wringende, overmatige octaaf. Zijn voornaamste zorg: of het derde tafereel (Stravinsky/Verbey) wel aan zou sluiten op het tweede (Stravinsky). Groot was de opluchting toen die overgang ‘heel vanzelfsprekend’ bleek te klinken.
Bij Klokkengieterij Reiderland in Finsterwolde bestelde Peppie Wiersma een ‘Svadebka-bel’, een tingelend dorpsklokje dat goed van pas komt in de laatste maten van Les noces. De fameuze laatste maten, wanneer bruid Natasja eindelijk haar Fetis ontvangt in een voorverwarmd bed. Stravinsky componeerde er een onthutsende stilte omheen, die af en toe wordt onderbroken door raadselachtige akkoorden van piano, klok en schellen.
De ene musicoloog hoort er het uitluiden van 19de-eeuws folklorisme in, de andere het inluiden van 20ste-eeuws modernisme. Theo Verbey, nuchter: ‘Veel te ingewikkeld. Stravinsky licht gewoon uit wat al verscholen gaat in de voorgaande noten.’
Aanvankelijk wilden Verbey en Wiersma een authentieke pianola inzetten. Een bezoek aan het Pianolamuseum in Amsterdam leerde echter dat de zuigertjes en pompjes van het antieke systeem nogal temperatuurgevoelig zijn. Zeker in de buitenlucht konden die zomaar dienst weigeren. En dan moesten er ook nog rollen worden gestanst. ‘We hadden voor de Yamaha disklavier kunnen kiezen,’ zegt Wiersma, ‘het moderne equivalent van de pianola. Maar voor muziek uit 1919 leek me dat niet zo geschikt.’
Ze vond een vleugel uit 1911. Daarin werd het digitaal aangestuurde QRS-systeem geïmplanteerd. De site svadebka.nl toont hoe beitel en decoupeerzaag hun voorbereidende werk doen. De snaren van de bevallige Steinway resoneren hartverscheurend mee.
de Volkskrant, 15 augustus 2009
Geen opmerkingen:
Een reactie plaatsen