
Focale dystonie. Spieren die zich onnodig, onwillekeurig en ongewenst aanspannen. De musicus die ermee kampt, kan z’n carrière wel vergeten. Pianisten strompelen over het toetsenbord. Koperblazers verliezen de macht over hun embouchure. En barokviolist Reinhard Goebel krijgt in 1990 geen snaar meer ingedrukt zonder pijn.
Daar zit hij, op z’n 37ste, de aanjager van Musica Antiqua Köln. Met zijn ensemble legt hij sinds 1973 liefdevol de knoet over muziek uit de Barok. Als een van de eersten stuift Goebel op topsnelheid door Bach. Met listig versierwerk poetst hij vroeg-Italiaanse sonates op. Het notengewemel van de Franse 18de eeuw wordt door hem gedresseerd. En voor een Kleinmeister als Johann David Heinichen gaat hij door het vuur. Waar Goebel strijkt, klinkt de echo van provo, underground en avant-garde.
In 1990, verkrampt en wel, plaatst hij zijn viool op de andere schouder. Met in de linkerhand de strijkstok grijpt hij de snaren voortaan met rechts. Hij legt zichzelf een regime op van acht uur oefenen per dag. Spiegelbeeldig musicerend verschijnt Goebel weer op het podium. En al speelt hij in zijn eigen ensemble sindsdien de tweede viool, zijn lichaamstaal laat er geen twijfel over bestaan wie de lakens uitdeelt.
De Wille zur Musik is ongebroken. Het temperament blijft vulkanisch. Na tien jaar linksom strijken lukt het de doorzetter zelfs om zijn viool weer rechtsom te hanteren. Maar in 2006 besluit Goebel dat het nooit meer wordt zoals het was. ‘Ik ben niet meer de begenadigde virtuoos van vroeger.’
Voeg daarbij onvrede over het cd-wereldje en de oudemuziek
En zo reist Reinhard Goebel van een Bachconcert in Stuttgart naar een Haydnprogramma in Taipeh. Hij is opgedoken bij Het Brabants Orkest en werd in Caracas gesignaleerd met een workshop Brandenburgse Concerten. Laatst groef hij in de Duitse provincie Doktor und Apotheker op, komisch operageval van Dittersdorf.
Tussendoor verheft de Keulenaar graag zijn stem tegen de carnavalisering van de oude muziek. Neem het ‘getingel en gebeier’ van chitarrones en andere luitachtigen dat het barokrepertoire zou teisteren. ‘Dat steekt maar uit de orkestbak met die hals als een erectie!’
de Volkskrant, 25 april 2009





