19 december 2010

Rossini's 'Semiramide': versieren als topsport

Foto: Annemie Augustijns
ANTWERPEN Voor Rossini's belcantofestijn Semiramide heeft de Vlaamse Opera een dikke vis aan de haak geslagen. Alberto Zedda: vermoedelijk is hij de eerste sinds Rossini die elk nootje door zijn vingers heeft laten gaan. Verschil is wel dat de componist tegen z'n 40ste koos voor het rentenierschap, terwijl de 82-jarige dirigent en musicoloog nog altijd woekert en wroet.

Als geen ander weet Zedda dat Rossini's belcanto hemelsbreed verschilt van wat hedendaagse blaasbalgen ervan maken. Schuilt succes vandaag algauw in een goudomrande snik, destijds beklom men alleen de stoelen voor zangers die de complexe machinerie beheersten van de coloratuur.

Versiering als topsport: deze kunst was zowat uitgeflakkerd toen Rossini in 1823 Semiramide schreef. Nog één keer gaf hij onder uit de zak. De meester plooide zijn guirlandes rond het sneue verhaal van Semiramide, de Babylonische koningin die haar man vergiftigt en vijftien jaar later per abuis aan het zwaard wordt geprikt door haar verloren gewaande zoon.

Belcanto alla Rossini gedijt bij de paradox. De vele loopjes, trillers en arabesken vereisen een Zwitsers uurwerk in de keel. Maar het nagestreefde effect grenst juist aan nonchalante zwier. Geen wonder dat een geslaagde Rossini hooguit eens per tien jaar opduikt.

Aan uitstekende basisstemmen ontbreekt het niet in Antwerpen en Gent. Pech is wel dat de hoogtepunten zich beperken tot een handvol duetten en trio's. Vloeiend maar ook richtingloos rollen de coloraturen uit de mond van de Griekse sopraan Myrtò Papatanasiu (Semiramide). Aan haar wrekende zoon Arsace geeft Ann Hallenberg een opmerkelijk mild geluid. Voor techniek krijgt de Zweedse een tien, maar doordat de travestierol te laag ligt voor haar stem komt ze kracht te kort. Semiramides handlanger, prins Assur, houdt het bij monde van de basbariton Josef Wagner vooral beschaafd.

Van maestro Zedda hadden we een karakteristiekere kijk verwacht. De schalkse huppel, het tintelende crescendo, de strelende melodie - ze komen te weinig aan bod. Pas tegen het slot krijgt Rossini's genie ruim baan.

De enige die in Antwerpen een 'boe' moest verduren, was Nigel Lowery. Deze Britse duizendpoot bedacht de regie, het decor en de kostuums. De regisseur ontpopt zich in Semiramides onttakelde barokpaleis als een grootgrutter in overbodigheden. De gifmoord van vijftien jaar geleden wrijft hij er drievoudig in. En wie zich geen voorstelling kan maken van 's konings wraakbeluste schim, wordt geholpen met een levend lijk dat is weggelopen uit een derderangs horrorfilm.


de Volkskrant, 15 december 2010


Geen opmerkingen: