Jammer dat tv in 1884 nog niet bestond. Hadden we mooi de binnenkomst kunnen zien van Johannes Brahms in Paradiso. Waar nu het poppodium heerst, kerkte destijds de Vrije Gemeente. Brahms reisde aan om zijn Derde symfonie te dirigeren, maar het Amsterdamse orkest bleek een zootje. Hooguit voor het eten kwam hij nog eens terug, smaalde de componist.
Vier jaar later opende het Concertgebouw zijn deuren. Brahms zette er nooit een voet over de drempel. Toch raakte de Brahmstraditie juist daar geworteld, dankzij het Orkest dat mede werd opgericht om de schande van 1884 uit te wissen.
Een lijfstuk kun je de Derde symfonie niet noemen. De chef uit de jaren 1963-1988, Bernard Haitink, dirigeerde hem aan de Van Baerlestraat bijna 35 jaar geleden voor het laatst. Bij zijn opvolgers Chailly en Jansons dook het stuk slechts sporadisch op.
Nu, als eredirigent, hield Haitink de partituur dichtgeklapt op de lessenaar. Uit het hoofd leidde hij een uitvoering die vooral de trekken had van work in progress. De ene keer verbaasde je je over een gewiekste, met minimale gebaren voorbereide tempo-overgang. Het andere moment veroorzaakten ongelijke inzetten barstjes in de partituur. Wie een Brahms had verwacht van generfd eiken, kreeg er een van jong, nog werkend vurenhout.
Haitink presenteerde Brahms als een componist bij wie de creativiteit vonkt tussen de polen hartstocht en introspectie. De strijkers stortten hun hart uit met metalige boventonen, de blazers putten zich uit in milde filosofie. De secties troffen elkaar in een tedere beurtzang aan het begin van het Andante. Op zulke momenten toont Haitink zijn meesterschap. Hij zet de tijd stil en legt de noten onder een vergrootglas. Heldere contouren, spannende kleur.
Die aanpak sorteerde ook effect in het Eerste pianoconcert, met Emanuel Ax als solist. Aan de basis van dit stuk liggen de pogingen van Brahms om als begin-twintiger een eerste symfonie te schrijven. Na stevig knip- en plakwerk hield hij een pianoconcert over. Het openingsdeel, Allegro con brio, toont een portret van de kunstenaar als jonge hond. Brahms springt en draaft in het rond.
Voor je het weet wordt dat een bende. Haitink hield de trillers in de orkestinleiding gelukkig stevig in toom. Die van Emanuel Ax waren losser, maar dat hij wel degelijk voeling zocht bleek in deel twee. Haitink zette een blazerskoor in met twee fagotten als verleiders. Ax pikte hun tonen op, neuriede er een frase omheen en foezelde doortrapt met het ritme.
de Volkskrant, 17 december 2010
Vier jaar later opende het Concertgebouw zijn deuren. Brahms zette er nooit een voet over de drempel. Toch raakte de Brahmstraditie juist daar geworteld, dankzij het Orkest dat mede werd opgericht om de schande van 1884 uit te wissen.
Een lijfstuk kun je de Derde symfonie niet noemen. De chef uit de jaren 1963-1988, Bernard Haitink, dirigeerde hem aan de Van Baerlestraat bijna 35 jaar geleden voor het laatst. Bij zijn opvolgers Chailly en Jansons dook het stuk slechts sporadisch op.
Nu, als eredirigent, hield Haitink de partituur dichtgeklapt op de lessenaar. Uit het hoofd leidde hij een uitvoering die vooral de trekken had van work in progress. De ene keer verbaasde je je over een gewiekste, met minimale gebaren voorbereide tempo-overgang. Het andere moment veroorzaakten ongelijke inzetten barstjes in de partituur. Wie een Brahms had verwacht van generfd eiken, kreeg er een van jong, nog werkend vurenhout.
Haitink presenteerde Brahms als een componist bij wie de creativiteit vonkt tussen de polen hartstocht en introspectie. De strijkers stortten hun hart uit met metalige boventonen, de blazers putten zich uit in milde filosofie. De secties troffen elkaar in een tedere beurtzang aan het begin van het Andante. Op zulke momenten toont Haitink zijn meesterschap. Hij zet de tijd stil en legt de noten onder een vergrootglas. Heldere contouren, spannende kleur.
Die aanpak sorteerde ook effect in het Eerste pianoconcert, met Emanuel Ax als solist. Aan de basis van dit stuk liggen de pogingen van Brahms om als begin-twintiger een eerste symfonie te schrijven. Na stevig knip- en plakwerk hield hij een pianoconcert over. Het openingsdeel, Allegro con brio, toont een portret van de kunstenaar als jonge hond. Brahms springt en draaft in het rond.
Voor je het weet wordt dat een bende. Haitink hield de trillers in de orkestinleiding gelukkig stevig in toom. Die van Emanuel Ax waren losser, maar dat hij wel degelijk voeling zocht bleek in deel twee. Haitink zette een blazerskoor in met twee fagotten als verleiders. Ax pikte hun tonen op, neuriede er een frase omheen en foezelde doortrapt met het ritme.
de Volkskrant, 17 december 2010






