24 januari 2011

Opwinden en dumpen: Ravel en Poulenc bij de Reisopera


 La voix humaine: Wassenaars aplomb. Foto: Marco Borggreve
Getob, extase en gedoe: zonder het thema van de vrouw en haar minnaars zou het er in de opera een stuk saaier aan toegaan. Maurice Ravel pakte de handschoen op in 1911 en presenteerde met L'heure espagnole een erotische klucht. Francis Poulenc bekeek het vijftig jaar later van een ernstiger kant. Zijn monoloog La voix humaine klotst rond in het tranendal van de minnares die wordt gedumpt per telefoon.

Beide componisten waren van de herenliefde, wat hun observaties wellicht een objectieve glans verleent. Toch was het de Nationale Reisopera bij het koppelen van hun opera's daarom niet te doen. Met een lengte van elk nog geen uur laten de eenakters zich gewoon prima bundelen tot een volwaardige avond uit.

Voor de solorol van Elle ('zij') in La voix humaine schudt de Reisopera een diva uit de mouw: Maria Ewing. Als Carmen en Salome kent ze de krochten van de operahuizen in Londen, New York en Milaan. Ze is inmiddels 60 en heeft aan pure klank weinig ingeboet. Voor het lef waarmee ze in La voix humaine haar roldebuut maakt, past een diepe buiging.

Maar Jean Cocteaus tekst levert ze af met Wassenaars aplomb. De dictie mist raffinement, de uithalen zijn soms pathetisch ('chériiiiii...'). Zo maakt Ewing het lastig om mee te voelen met de vrouw die door een lafbek aan de dijk wordt gezet. Sterker nog: je geeft hem groot gelijk, de zwijgende tegenspeler die regisseur Laurence Dale in dit monodrama introduceert. Wegwezen hier!

L'heure espagnole: geen opwinding. Foto: Marco Borggreve

Tegenover de mechaniek van het dumpen stelt L'heure espagnole de mechaniek van de lust. Opwinden vormt het trefwoord in Ravels vrolijke eenakter. Als de klokkenmaker Torquemada voor een inspectieronde langs de uurwerken van Toledo vertrekt, krijgt zijn vrouw Concepción de kans om haar minnaars te ontvangen. In een decor van staande klokken, tandwielen en paspoppen spelen zich stoute taferelen af. In Enschede ontbreekt slechts één ding: opwinding.

Op de stemmen van Concepción (mezzosopraan Marie-Ange Todorovitch) en haar potente ezeldrijver Ramiro (bariton Craig Verm) valt weinig af te dingen. Regisseur Dale speelt de komische verwikkelingen volgens het boekje uit. Maar alleen uit de orkestbak stijgt verleiding op. Buiten het zicht van de zaal vinden het Orkest van het Oosten en dirigent Patrick Davin elkaar in een helse klus: het samensmeden van Spaanse warmte en Franse precisie.

de Volkskrant, 24 januari 2011

Geen opmerkingen: