![]() |
| Foto: Bernd Uhlig |
Als vijf uur later het zaallicht aanspringt, heeft Nietzsche zich geen seconde meer vertoond. Tenzij de regisseur, Romeo Castellucci, hem heeft willen reanimeren als Klingsor, de magiër die graalridders probeert te lokken naar zijn tovertuin. Het is er een lusthof voor de liefhebbers van kunstzinnige bondage. Traag wentelen de opgetakelde bloemenmeisjes rond, met blonde pruik en afgeknelde borsten.
Over het beeld heb je bij Castellucci meestal geen klagen. De Italiaanse theatermaker heeft het Europese festivalwezen verblijd met fikkende concertvleugels en anorectische actrices. In Brussel vat hij de drie aktes van Parsifal samen in een hyperrealistisch bos, een witte schoenendoos en een stadse mensenmassa.
Maar naar de details blijft het soms gissen. Neem de slang die aan een knullig trapezerek kronkelt naast Nietzsches oor. De slang, verklapt Castellucci in het programmaboek, staat symbool voor de verleidelijke windingen van Wagners muziek. Waar zijn dramaturge met veel poeha aan toevoegt dat we ook slangenthema's als reïncarnatie, vruchtbaarheid, wijsheid, bekoring en corruptie niet uit het oog moeten verliezen.
In Brussel wordt een emmer cultuurfilosofie uitgekieperd over een opera die toch al niet verlegen zit om christelijke, boeddhistische en Schopenhaueriaanse connotaties.
Arme Hartmut Haenchen. Hij kent het stuk als zijn broekzak, hielp Parsifal in de DDR aan z'n scenische première en vierde Wagnertriomfen in Amsterdam. Nu moet hij het zien te rooien met een Italiaans team dat zich aan zijn eerste opera vertilt.
Zangers zijn zetstukken in Castellucci's verkenningen, die zich lijken toe te spitsen op twee observaties: in de massa voelt de mens zich eenzaam en het wereldraadsel cirkelt rond het geslacht van de vrouw. De actrice die het wijdbeens kwam illustreren, ving extra applaus.
Wie de ogen sloot, hoorde een Muntorkest waarin de malaise bij vlagen toesloeg in ongelijke en haperende blazers. Toen Castellucci zich in de lange verleidingsscène tussen Kundry en Parsifal even gedeisd hield, greep Hartmut Haenchen z'n kans. Rond de langste kus uit de operahistorie pakte hij uit met zinderende halftinten.
Toch haalde deze Parsifal het niet bij de glanzende concertante die Jaap van Zweden recent neerzette in Amsterdam. Onbevangen klonk Andrew Richards als Parsifal wel, maar de Amerikaan worstelde met het Duits en met de hoogte. Zijn gids, de graalridder Gurnemanz (Jan-Hendrik Rootering), raakte gaandeweg vermoeid. En Kundry, de dolende verleidster, werd door de Zweedse mezzosopraan Anna Larsson vakkundig van hysterische trekjes ontdaan.
de Volkskrant, 29 januari 2011

0 reacties:
Een reactie plaatsen