30 september 2011

Frans Brüggen ontsluiert de geheimen van Beethoven

 

In Rotterdam werpt Frans Brüggen zich op de negen symfonieën van Beethoven. Als oorlogskind speelde hij ze op de blokfluit, later ontsluierde hij hun authentieke geheimen met het Orkest van de Achttiende Eeuw. 'Ongetwijfeld was het bij Beethoven een rotzooitje.'

Wie, zoals Frans Brüggen, in de muziek aan komt rijden vanuit de 18de eeuw, ziet ze in de verte opdoemen. De symfonieën van Beethoven: negen vervaarlijke toppen die samen een niet te omzeilen bergmassief vormen in het klassieke repertoire. Ze worden verguisd en aanbeden, en dat al tweehonderd jaar.

Goethe vreesde dat het huis zou instorten onder het hamermotief van de Vijfde. Volgens componist Carl Maria von Weber was de onstuimige schepper van de Zevende rijp voor het gesticht. Maar Johannes Brahms had voor het symfonische genie een heilig ontzag. Uit pure faalangst liep hij veertien jaar te treuzelen met zijn eigen Eerste.

Van die verlamming heeft Frans Brüggen geen last. 'Beethoven geeft energie', zegt de voormalige blokfluitheld. In 1981, na een leven vol Corelli en Telemann, riep hij het Orkest van de Achttiende Eeuw bij elkaar voor het échte werk. Brüggen weet: 'Beethoven vitaliseert een orkest. Na een concert zitten de musici zingend in de bus. Dat krijgt die man voor elkaar.'

De dirigent (76) zit er in zijn Amsterdamse woning fris geschoren bij. Milde herfstzon valt op zijn vaalgroene spencer. Van de lichte gezondheidskwestie die hem begin september dwong een ZaterdagMatinee af te zeggen, is hij alweer hersteld. Van Taos, New Mexico tot in Slagharen, Overijssel, ging er bij het nieuws over het medisch ongerief een siddering door de internationale vriendenclub die elkaar voor een project of vier per seizoen treft in het Orkest van de Achttiende Eeuw. Als Frans ophoudt, luidt vanouds de mantra, is het einde oefening voor iedereen.

Gelukkig kon orkestdirecteur Sieuwert Verster spoedig goed nieuws rondsturen. De Beethoven Belevenis, zoals het symfonieënprogramma wordt genoemd, liep geen gevaar. Dus ontfermt het orkest zich vanaf komende donderdag in de Rotterdamse Doelen over alle negen symfonieën, gestreken op darmsnaren en geblazen op natuurkoper, onder toepassing van de uitvoeringspraktische geheimen die Frans Brüggen heeft ontfutseld aan Ludwig van Beethoven (1770-1827), variërend van sterke improvisatievermoedens tot het opgeloste mysterie van de jakkerende metronoom.

De componist en de dirigent delen een bijna zeventigjarige historie. In de oorlog, rond z'n 10de, was Frans Brüggen uitbesteed aan een boerenfamilie. Op de blokfluit vrat hij zich al een weg door de symfonieën. Veel later, als 'barokprovo' die op de Zeedijk de blues stond te spelen met Big Bill Broonzy, beklaagde hij zich over eerbiedwaardige Beethoveninterpreten als Wilhelm Furtwängler en Herbert von Karajan.

Die gedroegen zich, vond Brüggen, schandalig. 'Ze woonden bij de Berlijnse Staatsbibliotheek om de hoek, maar ervoeren het niet als hun plicht de manuscripten erop na te slaan. Ze hadden de doden nodig voor hun kunst, maar wensten zich niet te informeren. Dat nam ik ze kwalijk.'

De partituur van de Negende mag inmiddels behoren tot UNESCO's Werelderfgoed, pas sinds 2000 ligt er van de verzamelde symfonieën een betrouwbare Urtext. 'Een zegen', meent Brüggen. 'De Britse Beethovenvorser Jonathan Del Mar heeft er tien jaar lang de kleinste floddertjes papier voor bekeken. De 19de-eeuwse editie van Breitkopf & Härtel die iedereen gebruikte, barstte van de fouten.'

Tot de misleide maestro's van het oude regime behoorde Bernard Haitink. Toen hij vorig seizoen met het Chamber Orchestra of Europe aan zijn persoonlijke Beethovenrevisie begon, gaf de voormalige chef van het Concertgebouworkest toe dat hij de 'imposante, zware klank' en 'langzame tempi' uit het verleden betreurde. Stille triomf bij Brüggen: 'Als ik één verworvenheid van de oude-muziekbeweging mag noemen, is het verantwoordelijkheidsbesef.'

Vanaf de jaren '60 nam hij met geestverwanten de Barok op de schop. Na 1980 raakten ze toe aan de klassieke meesters, Haydn, Mozart en Beethoven. Roger Norrington joeg de Beethovensymfonieën in ijltempo door zijn London Classical Players. Frans Brüggen legde de Eerste in 1984 op de lessenaar. Acht jaar later rondde hij zijn opfrisbeurt af met een Negende waarin, zo noteerde de Volkskrant, 'alle nerven hoorbaar' waren.

Hij geeft toe: in die constatering schuilt een paradox. 'Tegenwoordig gaat alle aandacht uit naar de kwaliteit van een uitvoering. Terwijl die in Beethovens tijd van ondergeschikt belang was. Destijds draaide het om de presentatie van een Nieuw Kunstwerk. Het publiek beluisterde zo'n symfonie als een opeenvolging van nouveautés.'

Bovendien moest Beethoven het in Wenen vaak stellen met gelegenheidsorkestjes. Die het, op hun beurt, moesten zien te rooien met een componist-dirigent die er 'vreemde lichaamsbewegingen' op na hield. Dat beweerde tenminste zijn collega Louis Spohr. Hij zag Beethoven diep door de knieën zakken wanneer het héél zacht moest. Waarmee de dirigent, toch al niet de grootste, uit het zicht verdween van het halve orkest. 'Ongetwijfeld was het een rotzooitje' zegt Brüggen. 'Ignaz Schuppanzigh, zijn concertmeester, waarschuwde de musici altijd: kijk niet naar Beethoven, let alleen op mij!'

Zo bezien kent Brüggens eigen slagtechniek, door The New York Times liefdevol in de sfeer getrokken van karate en luchthakken, wellicht toch een authentieke component. Een recensent ontwaarde 'zonderlinge telepathie' tussen de dirigent en zijn orkest. Brüggens vriend en vakgenoot Reinbert de Leeuw hield het nuchter. 'Frans dirigeert meer met zijn oogleden dan met zijn handen.'

Niet zonder succes. Vorig najaar steunde de Prins Bernhard Cultuurfondsprijs het Orkest van de Achttiende Eeuw nog met 75 duizend euro wegens een 'collectieve topprestatie'. Voor de groep die in 2007 liet weten best met minder subsidie toe te kunnen, was dat tóch een welkome som. De druk van twee naderende grands projets kon ermee worden verlicht. Nog geen maand na De Beethoven Belevenis volgt een semi-geënsceneerde kijk op Die Entführung aus dem Serail, de eerste Mozartopera in de historie van Brüggens orkest.

'Moet dat nou echt', dacht de dirigent aanvankelijk bij de symfonieplannen, cd-opname incluis. Brüggens Beethovenexercities uit de jaren '80 en '90 liggen vervat in een Philipsbox. En tussen 1999 (San Sebastián) en 2006 (Parijs) heeft hij de stukken liefst acht keer cyclisch doorgespit, ook voor concertgangers in Tokyo, Hong Kong, Warschau, Hamburg, Utrecht en Amsterdam. Maar inmiddels koestert Frans Brüggen het Rotterdamse avontuur als een nieuwe paragraaf in zijn artistieke testament. 'Daar is het belangrijk genoeg voor. De concerten en live-cd's vormen de weerslag van wat we in dertig jaar hebben bereikt.'

In wezen, zegt hij, zijn Beethovensymfonieën gestileerde piano-improvisaties.
‘Ik kan in elk deel de sleutelmaten aanwijzen. Beethoven begint met een idee en dan komt er een moment dat hij zich afvraagt: ga ik linksaf, rechtsaf of rechtdoor. Dat kost een beetje tijd en daar moet het orkest een split second wachten.’
Verder hijst Brüggen Beethoven op het schild als de uitvinder van 'drastische dynamiek. Haydn en Mozart schreven zelden een fortissimo voor. Beethoven veel vaker, en dat had volgens mij te maken met zijn explosieve karakter. Als een pianoleerling zijn stijl niet begreep, zag je hem langzaam rood worden en volgde een uitbarsting. Die wetenschap is van belang voor de symfonieën. Lange crescendi krop je op tot de boel ontploft.'

En dan is er nog het raadsel van de op hol geslagen metronoom. Het kastje werd in Beethovens tijd uitgevonden om muzikale tempo's eenduidig vast te leggen. Maar toen de componist met het apparaatje achter de piano kroop en het aantal tikken per minuut naar zijn neefje Karl riep, ging er iets mis. Sommige tempo's liggen zo hoog dat je er een orkest mee over de kling jaagt. Frans Brüggen kent de speculaties. Dat de metronoom stuk was. Dat Karl zat te klunzen. Dat het verschuifbare blokje naar beneden was gezakt, waardoor het ding te rap tikte.

'Volgens mij weet ik hoe het werkelijk zat. Beethoven was stokdoof toen hij die metronoomcijfers dicteerde. En doofheid maakt snel geïrriteerd, ik heb het gezien bij een oude oom. Als die de conversatie niet kon volgen, riep hij wantrouwig: "Wat?! Wát zeg je?!!" Dat aangebrande had Beethoven ook, en dat versterkte zijn toch al superbe verachting voor uitvoerende musici. Hij wilde die luiwammesen gewoon wat peper in de kont strooien.'


De Beethoven Belevenis

Van 6 tot en met 16 oktober maakt de Rotterdamse Doelen ruim baan voor de Beethoven Belevenis. In vijf concerten voeren Frans Brüggen en het Orkest van de Achttiende Eeuw alle negen symfonieën uit. Van de concerten worden bovendien cd-opnames gemaakt. Abonnees van de serie en lezers van de Volkskrant kunnen die begin 2012 als eersten aanschaffen.

 Het Orkest van de Achttiende Eeuw

• werd door Frans Brüggen in 1981 opgericht
• bestaat uit 55 musici met 23 nationaliteiten
• komt elk seizoen vier tot vijf keer bij elkaar
• werkt met vier sets historische instrumenten (Barok, Frans-Barok, Klassiek en vroeg-Romantisch)
• is met de Beethoven Belevenis toe aan z’n 105de project
• heeft 238 composities van 25 componisten op het repertoire
• gaf 1215 concerten, in 303 steden, in 30 landen




de Volkskrant, 30 september 2011

0 reacties:

Een reactie plaatsen