![]() |
| foto Marco Borggreve |
Zou het Rotterdams Philharmonisch Orkest zich stiekem al zorgen maken over de beschikbaarheid van Yannick Nézet-Séguin? Aan de chef-dirigent die het afgelopen weekend zowel het zestiende Gergiev Festival afrondde als zijn vierde Rotterdamse seizoen begon, wordt door de mondiale concurrentie stevig getrokken. Zo stevig, dat het zijn aanwezigheid in de Doelen lijkt te ontwrichten.
Ga maar na: van reguliere, meerdaagse programma's heeft de felbegeerde Yannick (36) er dit seizoen maar drie gepland. De rest van zijn Rotterdamse tijd gaat op aan strooiwerk en buitenlandse tournees. In mei 2012 is hij weliswaar niet weg te slaan, maar de Doelenabonnee die meer wil horen dan een Brahmstrilogie en een geïsoleerde Ravel, moet voor Verdi's opera Don Carlo de trein nemen naar Het Muziektheater in Amsterdam.
Een chef met bezigheden buitenshuis - sinds de perikelen met Yannicks voorganger Valeri Gergjev kijken ze er in Rotterdam niet meer van op. De naamgever van het Gergiev Festival was na vlammend operawerk in het openingsweekend ook meteen weer gevlogen. Na een klusje bij de Wiener Philharmoniker landde Yannick zelf pas halverwege de week.
In zijn koffer zat Bruckners Achtste symfonie. Naar de relatie met het festivalthema, Sea & the City, bleef het gissen. Vermoedelijk werd de keuze beïnvloed door het vooruitzicht op efficiënt repeteren. Als de symfonie al geen lijfstuk is, heeft Yannick hem toch grondig in de vingers. Anderhalf uur lang etaleerde de Canadees een greep op de Achtste die zelfs een Brucknerhater als Eduard Hanslick aan het twijfelen zou hebben gebracht. Hanslick, de spraakmakendste criticus van de 19de eeuw, maakte na de Weense première in 1892 melding van 'droge contrapuntische schoolwijsheid en maatloze exaltatie.'
Ziekelijke opwinding kreeg in Rotterdam geen kans. En het contrapunt werd in een opmerkelijk kamermuzikale sfeer gepresenteerd, met zacht pulserende strijkers, opborrelende tussenstemmen en milde pizzicato's. Al kon zelfs Yannick niet verhinderen dat de symfonie doorzakte onder zijn onmatige lengte.
Gelukkig bleef de Achtste van Bruckner het malheur van een routineuze aanpak bespaard. Die kreeg Mahlers Vijfde een avond eerder wel te verduren van het Israel Philharmonic Orchestra en Zubin Mehta, chef-dirigent voor het leven. Het koppel wekte de indruk dat men zich allang niet meer over elkaar verbaast. Tot de signalen van de sleet behoorden onritmisch slagwerk, twijfelachtige blazers en in het Adagietto een dreutelende harp.
Maar in de Israëlische strijkers zit goud. Ze verspreiden nog altijd de Midden-Europese warmte die in fascistische tijden niet langer welkom was.
Rotterdam Philharmonic Gergiev Festival. Mahler, Vijfde symfonie, Israel Philharmonic Orchestra o.l.v. Zubin Mehta. Bruckner, Achtste symfonie, Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin.Rotterdam, de Doelen, 15/9 en 16/9
de Volkskrant, 19 september 2011

0 reacties:
Een reactie plaatsen