18 november 2011

Harry Kupfer zet Katja Kabanova in de zuigende prut

Johanni van Oostrum als Katja 
De grote Harry Kupfer liet zich vangen door het kleine Opera Zuid. Hij regisseert Janáceks Katja Kabanova. 'Problemen van vrouwen zijn altijd mijn thema geweest.'

In het Maastrichtse Theater aan het Vrijthof leggen decorbouwers de laatste hand aan het toneelbeeld van Katja Kabanova. Met dit drama van de Tsjechische componist Leos Janácek opent Opera Zuid vanavond een seizoen vol 'heroïsche, hormonale en hartstochtelijke vrouwen' – zo meldt althans het persbericht.

Het nabootsen van zwarte blubber hoort daar kennelijk bij. Op gezag van Harry Kupfer, de regisseur, wentelt Katja's leven in Kalinov aan de Wolga zich in helse modder. Het spul kruipt zelfs op tegen de poten van het rustieke meubilair. 'Harry wie?', vroegen juniormedewerkers van Opera Zuid, toen ze Kupfers naam voor het eerst hoorden. Wat valt te vergelijken met de assistent-materiaalman van MVV die informeert naar de achtergrond van ene Rinus, eh, Michels.

De kleine Kupfer is in de operawereld een grote. Hij werd gestaald in de DDR en genoot al ruim voor de Wende faam in het westen. Nu, op zijn 76ste, laat hij zich eindelijk vangen door de operadreumes uit Maastricht. 'Het is dat Miranda van Kralingen aan het roer staat', zegt de regisseur, 'anders had ik hier niet gezeten.' De twee kennen elkaar uit een vorig leven, toen de artistiek leidster van Opera Zuid aan de kost kwam als sopraan. Chef-regisseur Kupfer haalde haar voor zijn producties geregeld naar Berlijn.

Intussen kijkt hij terug op meer dan tweehonderd ensceneringen, reikend van de barokke Händel tot de eigentijdse Henze. Zeven keer kwam Harry Kupfer naar De Nederlandse Opera in Amsterdam, voor het eerst in 1977, toen hij de gruwelijke familiemoorden in Richard Strauss' Elektra niet onlogisch situeerde in een slachthuis. Het bikkelharde toneelbeeld ging samen met een fijnzinnig uitgesponnen psychologie. Die kunst heeft Kupfer afgekeken bij zijn geestelijk vader, de regielegende Walter Felsenstein. Hij deelt bovendien diens afkeer van eenzijdige Vokalidioten. 'Felsenstein speurde consequent naar het zeldzame dubbeltalent van de zingende acteur.'

Al eerder liet Harry Kupfer zijn licht schijnen over Katja Kabanova, het verschroeiende muziekdrama uit 1921. In die herhaling schuilt voor de regisseur niets bijzonders. 'Alleen al op Wagners Tannhäuser heb ik vijf keer een andere visie gegeven. Ik doe alsof ik zo'n stuk voor het eerst lees. En pas als er nieuwe ideeën opborrelen, neem ik de opdracht aan.' 

Toen, in Keulen, speelde het getourmenteerde leven van Katja zich af op een eenzame draaischijf. Nu, in Maastricht, verbeeldt zuigende prut het uitzichtloze bestaan van een jonge vrouw die lijdt onder de psycho-terreur van haar schoonmoeder. Harry Kupfer, docerend: 'Onder die druk wordt ze verliefd op een ander. Katja geeft toe aan haar passie, ook al beseft ze dat ze een doodzonde begaat. Om met God in het reine te komen bekent ze haar overspel. Daarna stort ze zich in de Wolga.'

Katja kan niet leven in de leugen. Hoe een heel volk dat niettemin jaren volhoudt, heeft Harry Kupfer aan den lijve ondervonden. Als DDR-burger moest hij inventief te werk gaan om zijn voorstellingen te behoeden voor censuur. Toch had hij die ervaring niet willen missen. 'Ik heb nooit meer zo'n band gevoeld met de zaal. In de DDR zat een hellhörig, scherpzinnig publiek dat prima tussen de regels door kon luisteren.'

Van het onaanzienlijke Stralsund klom hij via Karl-Marx-Stadt (nu Chemnitz) en Weimar op naar de Komische Oper in Oost-Berlijn. Zijn doorbraak naar het westen voltrok zich via de Beierse Wagnerstad Bayreuth. Tijdens de Festspiele van 1978 overrompelde Kupfer met een Fliegende Holländer die hij plaatste in psychoanalytisch perspectief.

Volgens sommigen heeft zijn beweeglijke, fysieke, soms rauwe muziektheater inmiddels de uiterste houdbaarheidsdatum overschreden. 'Ik word al jaren beschuldigd van Aktionismus, vooral door mensen die voor de muziek komen en niet gestoord willen worden door een regie. Maar ik leer bij. Vroeger wilde ik koste wat het kost verveling voorkomen, tegenwoordig durf ik te vertrouwen op rust.'

Hij regisseert 'zo lang het nog kan' en heeft 'goede vrienden' die hem bij kwaliteitsverlies 'tijdig waarschuwen'. En als de laatste theaterdeur eenmaal achter hem is dichtgeklapt, wil de Aziëfreak en boeddhismefan zijn leven verdelen over Thailand en Berlijn.

Hij zal in de boeken komen als 'operapsycholoog' en 'vrouwenregisseur'. Vooral dat laatste beschouwt Harry Kupfer als een compliment. 'Problemen van vrouwen zijn altijd mijn thema geweest. In een mannenmaatschappij wordt een vrouw al snel slachtoffer of, als ze terugvecht, een beest. Vrouwen zijn beter tot lijden in staat en kennen een groter emotioneel bereik dan mannen. Dat maakt ze bij uitstek geschikt voor drama.'

Leos Janácek: Katja Kabanova.
Regie: Harry Kupfer. Solisten, Limburgs Symfonie Orkest en Het Zuidelijk Theaterkoor o.l.v. Stefan Veselka. Maastricht, Theater aan het Vrijthof, 18/11 (première), Tournee t/m 10/12, operazuid.nl

de Volkskrant,  18 november 2011

0 reacties:

Een reactie plaatsen