![]() |
| Johanni van Oostrum als Katja |
In het Maastrichtse Theater aan het Vrijthof leggen
decorbouwers de laatste hand aan het toneelbeeld van Katja Kabanova.
Met dit drama van de Tsjechische componist Leos Janácek opent Opera Zuid
vanavond een seizoen vol 'heroïsche, hormonale en hartstochtelijke vrouwen' –
zo meldt althans het persbericht.
Het nabootsen van zwarte blubber hoort daar kennelijk
bij. Op gezag van Harry Kupfer, de regisseur, wentelt Katja's leven in Kalinov
aan de Wolga zich in helse modder. Het spul kruipt zelfs op tegen de poten van
het rustieke meubilair. 'Harry wie?', vroegen juniormedewerkers van Opera Zuid,
toen ze Kupfers naam voor het eerst hoorden. Wat valt te vergelijken met de
assistent-materiaalman van MVV die informeert naar de achtergrond van ene
Rinus, eh, Michels.
De kleine Kupfer is in de operawereld een grote. Hij werd
gestaald in de DDR en genoot al ruim voor de Wende faam in het westen.
Nu, op zijn 76ste, laat hij zich eindelijk vangen door de operadreumes uit
Maastricht. 'Het is dat Miranda van Kralingen aan het roer staat',
zegt de regisseur, 'anders had ik hier niet gezeten.' De twee kennen elkaar uit
een vorig leven, toen de artistiek leidster van Opera Zuid aan de kost kwam als
sopraan. Chef-regisseur Kupfer haalde haar voor zijn producties geregeld
naar Berlijn.
Intussen kijkt hij terug op meer dan tweehonderd
ensceneringen, reikend van de barokke Händel tot de eigentijdse Henze. Zeven
keer kwam Harry Kupfer naar De Nederlandse Opera in Amsterdam, voor het eerst
in 1977, toen hij de gruwelijke familiemoorden in Richard Strauss' Elektra niet onlogisch situeerde in een slachthuis. Het bikkelharde toneelbeeld ging samen met een fijnzinnig
uitgesponnen psychologie. Die kunst heeft Kupfer afgekeken bij zijn geestelijk
vader, de regielegende Walter Felsenstein. Hij deelt bovendien diens afkeer van
eenzijdige Vokalidioten. 'Felsenstein speurde consequent naar het
zeldzame dubbeltalent van de zingende acteur.'
Al eerder liet Harry Kupfer zijn licht schijnen over Katja Kabanova, het verschroeiende muziekdrama uit 1921. In die
herhaling schuilt voor de regisseur niets bijzonders. 'Alleen al op Wagners Tannhäuser heb ik vijf keer een andere visie gegeven. Ik doe alsof ik
zo'n stuk voor het eerst lees. En pas als er nieuwe ideeën opborrelen, neem ik
de opdracht aan.'
Toen, in Keulen, speelde het getourmenteerde leven van
Katja zich af op een eenzame draaischijf. Nu, in Maastricht, verbeeldt zuigende
prut het uitzichtloze bestaan van een jonge vrouw die lijdt onder de
psycho-terreur van haar schoonmoeder. Harry Kupfer, docerend: 'Onder die druk wordt ze verliefd
op een ander. Katja geeft toe aan haar passie, ook al beseft ze dat ze een
doodzonde begaat. Om met God in het reine te komen bekent ze haar overspel.
Daarna stort ze zich in de Wolga.'
Katja kan niet leven in de leugen. Hoe een heel volk dat
niettemin jaren volhoudt, heeft Harry Kupfer aan den lijve ondervonden. Als
DDR-burger moest hij inventief te werk gaan om zijn voorstellingen te behoeden
voor censuur. Toch had hij die ervaring niet willen missen. 'Ik heb nooit meer
zo'n band gevoeld met de zaal. In de DDR zat een hellhörig,
scherpzinnig publiek dat prima tussen de regels door kon luisteren.'
Van het onaanzienlijke Stralsund klom hij via
Karl-Marx-Stadt (nu Chemnitz) en Weimar op naar de Komische Oper in
Oost-Berlijn. Zijn doorbraak naar het westen voltrok zich via de Beierse
Wagnerstad Bayreuth. Tijdens de Festspiele van 1978 overrompelde Kupfer met een Fliegende Holländer die hij plaatste in psychoanalytisch perspectief.
Volgens sommigen heeft zijn beweeglijke, fysieke, soms
rauwe muziektheater inmiddels de uiterste houdbaarheidsdatum overschreden. 'Ik
word al jaren beschuldigd van Aktionismus, vooral door mensen die voor
de muziek komen en niet gestoord willen worden door een regie. Maar ik leer
bij. Vroeger wilde ik koste wat het kost verveling voorkomen, tegenwoordig durf
ik te vertrouwen op rust.'
Hij regisseert 'zo lang het nog kan' en heeft 'goede
vrienden' die hem bij kwaliteitsverlies 'tijdig waarschuwen'. En als de laatste
theaterdeur eenmaal achter hem is dichtgeklapt, wil de Aziëfreak en
boeddhismefan zijn leven verdelen over Thailand en Berlijn.
Hij zal in de boeken komen als 'operapsycholoog' en
'vrouwenregisseur'. Vooral dat laatste beschouwt Harry Kupfer als een
compliment. 'Problemen van vrouwen zijn altijd mijn thema geweest. In een
mannenmaatschappij wordt een vrouw al snel slachtoffer of, als ze terugvecht,
een beest. Vrouwen zijn beter tot lijden in staat en kennen een groter
emotioneel bereik dan mannen. Dat maakt ze bij uitstek geschikt voor drama.'
Leos Janácek: Katja Kabanova.
Regie: Harry Kupfer. Solisten, Limburgs Symfonie Orkest
en Het Zuidelijk Theaterkoor o.l.v. Stefan Veselka. Maastricht, Theater aan het
Vrijthof, 18/11 (première), Tournee t/m 10/12, operazuid.nl
de Volkskrant, 18 november 2011

0 reacties:
Een reactie plaatsen