9 november 2011

Risto Joost, chef met toekomst?





Terwijl het Nederlands Kamerkoor vreest voor z'n toekomst, treedt Risto Joost aan als de nieuwe chef. Niks lastiger dan het dirigeren van een koor, vindt de jonge Est. 'Een viool is een viool, maar elke strot is anders.'

In de Vespers van Rachmaninov luistert het nauw. Risto Joost (31), de dirigent uit Estland die met dit fameuze stuk zijn taak als chef van het Nederlands Kamerkoor aanvat, legt de muziek om de paar maten stil. Zijn aanwijzingen lopen uiteen van 'zonder passie, met witte handschoentjes', tot 'hier mag het erotischer' en 'zing als een doorgeslagen Russische poëet'. Joyeus laat het Nederlands Kamerkoor (NKK) de moleculen trillen. Opnieuw tikt Risto Joost af. 'En denk aan de uitspraak. Het is aa-j-en, niet aa-zj-en.'

In oktober 2009 profiteerde het Kamerkoor voor het eerst van zijn kritische oor. Joost herinnert zich een fraai, maar lastig programma. 'Jolivet, Messiaen en Sjostakovitsj. Ik kwam nietsvermoedend mijn werk doen. Korte tijd later vroegen ze me voor het chefschap.' Zodoende zetelt hij nu op een kantoor in de Beurs van Berlage in Amsterdam, waar muziekboeken, partituren en ordners de kasten vullen. Edisonbeeldjes getuigen van de glanzende koorhistorie.

Intussen is het de vraag of het NKK zijn 75ste verjaardag in oktober 2012 overleeft. Rigoureus bezuinigen drijft de zangers uit vaste dienst. Vervolgens kunnen ze zich voor een substantieel lager tarief laten inhuren als freelancer. Dan nog is het de vraag of het helpt. In een rampscenario valt voor 's lands oudste professionele koor het doek. Niet voor niets denkt Risto Joost tegenwoordig vaak aan het lot van de Japanse samoerai. 'Eeuwenlang waren het meesters in de vechtkunst, maar tegen het machinegeweer konden ze niet op.' [Inmiddels is bekend dat het NKK in gesprek is over verhuizing naar Eindhoven per 1 januari 2013. Met steun van deze stad hoopt het koor de tijd te krijgen voor het omschakelen naar een financieringsmodel waarin meer ruimte is voor sponsors en donateurs.]

Na Tõnu Kaljuste is hij de tweede chef die het Kamerkoor betrekt uit het zangparadijs Estland. Risto Joost vroeg na de uitnodiging een paar maanden bedenktijd. Niet vanwege het onzekere perspectief: uit een eerder subsidie-incident was het NKK immers met de schrik vrijgekomen. Wel vanwege zijn eigen ambitie. De dirigent had net besloten zich toe te leggen op orkesten. 'Dat leek mij een logische keuze. Ik houd van koorzang, de stem herbergt kleuren waarover geen instrument beschikt. Maar de professionele koorwereld is klein, daarin zag ik mezelf niet mijn pensioen halen.

Het vooruitzicht op 'slimme, gecultiveerde zangers die geïnspireerd willen worden' gaf de doorslag, aldus Joost. 'In Estland zijn stemmen mooi rond en galmend, maar het stijlgevoel is er minder ontwikkeld dan hier.' Toch kon het NKK de laatste jaren niet meer voetstoots rekenen op vier- of vijfsterrenrecensies. Na het vertrek van de Brit Stephen Layton ging het koor in 2005 verder zonder chef. Gaandeweg begonnen Daniel Reuss en de freelancers van Cappella Amsterdam het koor naar de kroon te steken.

Risto Joost: 'Het gemis van een chef heeft de kwaliteit zeker beïnvloed. Maar zelfs als het Kamerkoor niet langer op eenzame hoogte staat, moet een land zijn erfgoed niet verkwanselen. Net als het Concertgebouworkest is het NKK een sterk merk. Dat laat je bij een zuchtje tegenwind toch niet over aan z'n lot?'

Als dirigent leerde hij de kneepjes bij Jorma Panula, de Finse muziekpedagoog en leverancier van maestro's als Sakari Oramo en Susanna Mälkki. Joosts nevencarrière als countertenor staat tegenwoordig op een laag pitje. In januari 2012 valt zijn solostem bij uitzondering te horen in Vlaanderen, waar het barokgezelschap B'rock hem heeft gestrikt voor Purcells opera The Indian Queen.

In Tallinn, als chef van de Estse Nationale Opera, dirigeert Risto Joost zelf zowel operaklassiekers als nieuw werk. Hij vindt: een orkest door een partituur leiden, is makkelijker dan het dirigeren van een koor. 'Grof gezegd: een viool is een viool, maar elke strot is anders. Dat geldt zeker voor een formatie als het Kamerkoor, met stemmen die door uiteenlopende moedertalen zijn gevormd.'

Hij wil een vaste kern behouden voor een breed repertoire. 'Specialiseren zou het makkelijkst zijn, maar van een elitegezelschap mag je op elk front kwaliteit verwachten. Aan het werken met freelancers zie ik trouwens één voordeel: ze moeten zich steeds opnieuw bewijzen.'

Morgen heft hij in de Grote of Jacobijnerkerk van Leeuwarden zijn armen voor het eerste concert in een tournee met Rachmaninovs Vespers. De componist schreef het stuk in 1915 in twee weken tijd, gedeprimeerd door het tijdsgewricht waarin hij leefde. Risto Joost hoort in de Vespers de diepe emotie van de Russisch-orthodoxe kerk. 'Het is krachtige muziek, die spreekt van hoop.'

Risto Joost treedt aan als de zevende chef van het 74-jarige Nederlands Kamerkoor (NKK). De historie begint op 1 oktober 1937, wanneer oprichter Felix de Nobel met veertien zangers in een Vara-radioprogramma 'schlagermuziek van gisteren en morgen' ten beste geeft. Later in het seizoen volgen strijd- en volksliederen, maar ook cantates van Bach. Van de huidige 1,8 miljoen euro rijkssubside verwacht het NKK per 1 januari 2013 3 tot 6 ton over te houden. 


de Volkskrant, 8 november 2011

0 reacties:

Een reactie plaatsen