Laten we eens gek doen, dachten ze bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Nu onze chef, Mariss Jansons, zichzelf een halve sabbatical gunt, proberen wij een paar prille maestro's uit. Twintigers, dertigers hooguit: als er chemie optreedt hebben we daar nog zeker vijftig jaar plezier van.
Later dit seizoen melden zich een jeugdige Slowaak (Juraj Valcuha, 1976) en een jonge Duitser (David Afkham, 1983). Donderdag werd het debutantenbal geopend door een krullenbol die je op straat zou inschatten als gymnasiast. Met rank jongenslijf en wapperend overhemd sjeesde hij de trap af van de Grote Zaal. Zijn naam: Robin Ticciati. Als we de Berliner Philharmoniker-chef Simon Rattle mogen geloven, kolkt deze 28-jarige van het talent.
Ticciati (Brits paspoort, Italiaanse opa) oefende zichzelf als operadirigent diep in de Zweedse provincie. De Milanese Scala en de Salzburger Festspiele wisten hem niettemin te vinden en binnenkort maakt hij zijn eerste reis naar de Metropolitan Opera van New York. Vanaf 2014 staat hij aan het roer van het chique operafestival in Glyndebourne, waar Bernard Haitink tot zijn voorgangers behoort.
In de symfonische sector loopt Ticciati minder hard van stapel. Hij is chef van het sympathieke Scottish Chamber Orchestra en vaste gast in het pittoreske Bamberg. Debuteren bij het Concertgebouworkest, die mondiale kanjer, heeft dan ook iets van een statement. Robin Ticciati staat paraat voor het echte werk.
De ouverture tot Schumanns opera Genoveva klonk alsof hij de sleutels van een Porsche had gekregen, maar nog niet wist waar elk knopje zat. Het ding reed grotendeels zichzelf. Vervolgens kenmerkte Mozarts Zeventiende pianoconcert zich vooral door een nette scheiding in het haar. Jonathan Biss, de 31-jarige solist, walste zangerig maar bedaagd heen over de verworvenheden van een paar decennia historische uitvoeringspraktijk.
Pas in de Eerste serenade van Johannes Brahms liet Robin Ticciati horen dat Simon Rattle misschien gelijk heeft. Sterker nog: uit dit stuk met z'n zonnige symfonische allure haalde het Britse piepkuiken zomaar een eigen klank. Jeugdig, fris en strak in het vel, als een antieke tors waarop je de spieren onderhuids ziet lopen.
Een andere Ticciati-touch schuilt in het fijnzinnige terugnemen. Zacht en nog zachter, zonder in te leveren aan balans en kleur. Rijpe maestro's doen daarvoor een moord.
Mozart, Schumann en Brahms. Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Robin Ticciati, m.m.v. Jonathan Biss (piano), Concertgebouw Amsterdam, 10/11. Radio 4: 20/11, 14.15 uur.
de Volkskrant, 12 november 2011

0 reacties:
Een reactie plaatsen