![]() |
| Quadro Hotteterre |
De sinds de jaren zeventig florerende ensemblecultuur komt door de bezuinigingen zwaar onder druk. Of heeft dat ook voordelen? Een rondgang.
Laatst viel het te beleven in de Rotterdamse Doelen: hoe dirigent Frans Brüggen zijn Orkest van de Achttiende Eeuw met wapperende jaspanden door de symfonieën van Beethoven joeg. We konden doorreizen naar het festival November Music in Den Bosch, waar de Grieks-Nederlandse componist Yannis Kyriakides intieme, onderhuidse klankverkenningen had uitgestippeld voor het ensemble Asko|Schönberg.Tot de muzikale smaakmakers van Nederland behoort ook het ICP Orchestra, de improvisatieclub waarin pianist Misha Mengelberg en drummer Han Bennink geregeld loos gaan. Vergeten we het Ives Ensemble niet, specialisten van de ongedirigeerde kamermuziek uit de 20ste en 21ste eeuw. En ook celliste Quirine Viersen behoort tot de club, wanneer ze solerend in kerkjes van Kollum tot Westwoud de puurheid zoekt van Bach.
Al deze ontdekkingstochten vallen onder één noemer: de ensemblecultuur. Dat is de biotoop van oude en de hedendaagse muziek, van jazz en geïmproviseerde muziek - alle muziek die zich niet thuisvoelt op het traditionele pluche van symfonieorkest en operahuis. Tientallen groepen en groepjes garanderen dat in concertzalen, kerkruimtes en wijkgebouwen meer te beluisteren valt dan Mozart, Mahler en dixieland. De ensemblesector kwam op stoom in de jaren zeventig, het publiek stroomt toe sinds de jaren tachtig, en het buitenland is nog altijd jaloers.
Maar nu geldt alarmfase rood.
'Er gaan grote gaten vallen', waarschuwt de Vereniging Nederlandse Muziek Ensembles.
'Een belangrijk deel zal sneuvelen', bevestigt een oud-directeur van het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg.
'Over de toekomst moeten we niet overdreven optimistisch doen', meent ook de leiding van het Fonds Podiumkunsten.
Hun zorgelijke toon heeft een reden: per 1 januari 2013 gaat het mes in de subsidies. Van de 10,8 miljoen euro die het Fonds Podiumkunsten nu nog over de ensembles kan verdelen, resteren er 5,8 miljoen: een krimp van 47 procent. Wie aanspraak wil maken op geld, moet bovendien voldoen aan nieuwe, aanzienlijk strengere eisen.
![]() |
| Holland Baroque Society |
Het gevolg is, vrezen sommigen, dat er straks nog nauwelijks hedendaagse noten worden gespeeld. Dat de oude muziek een zware dreun krijgt. Dat de humuslaag van het muziekleven verschraalt. Maar er klinken ook andere geluiden. Misschien, werpen sommigen tegen, zijn er ook ensembles sleets geraakt. En waarom zou je de subsidiekanalen, verstopt door grootverbruikers, niet eens doorblazen?
Dat laatste suggereert het Fonds Podiumkunsten zelf, in zijn inleiding bij de Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies 2013-2016. Daar valt te lezen: 'Het nieuwe stelsel moet een eind maken aan historisch gegroeide, maar niet meer te verantwoorden subsidieverschillen.'
Sinds dit document in november verscheen, gaat het in ensembleland even niet meer over Bach, Brubeck en Boulez. Men kauwt er op taaie woorden als 'drempelnorm', 'innovatietoeslag' en 'eigeninkomstenquote'.
Hoe anders ging dat in de begintijd, toen het 'eksperiment' klonk tijdens 'inklusieve konserten' in Carré. Toen met knijpkikkers en ratels werd geprotesteerd in het Concertgebouw. Toen je opwindende manifestaties kon bijwonen als 'Musici voor Vietnam'. Het moest rond 1970 allemaal anders. En liefst een beetje snel. Componist Louis Andriessen richtte het Orkest De Volharding op, dat aantrad bij stakingen en demonstraties. Reinbert de Leeuw bracht het modernisme van de Tweede Weense School onder bij het Schönberg Ensemble. De authentieke dadendrang van Frans Brüggen ontlaadde zich in het Orkest van de Achttiende Eeuw.
Mathieu Heinrichs zat bij die revolutie op de eerste rang. In 1978 begon hij als publiciteitsmedewerker bij het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg. In 2007 nam hij er afscheid als directeur. Vredenburg haalde ze binnen, het Willem Breuker Kollektief met z'n vrolijke anarchie, de ritmische toverpaleizen van Slagwerkgroep Den Haag, de amper opgedroogde noten waarin het Asko Ensemble zich had gespecialiseerd. Mathieu Heinrichs zag jonge honden in een uitgelaten stemming. 'We hadden elke maand wel een festival oude of nieuwe muziek kunnen programmeren.'
Op weinig plekken werd de klassieke mainstream zo vroeg en zo brutaal uitgedaagd als in Nederland. Om de pluriformiteit te vieren verrees in 2005 het Muziekgebouw aan 't IJ. Al decennialang hebben Nederlandse ensemblemusici, geëngageerd en veelzijdig, in het buitenland een streepje voor.
![]() |
| Het Nederlands Kamerkoor in vroeger tijden |
De bezoekersaantallen lijken op het eerste gezicht niet verkeerd. In 2009 trokken de dertig ensembles van de Vereniging Nederlandse Muziek Ensembles een half miljoen bezoekers met 1.200 concerten, gemiddeld 400 per concert. Maar iedereen die weleens een zaal binnenstapt, ziet dat de nieuwe muziekensembles daar soms fors onder duiken.
Met hetzelfde genre trok Vredenburg destijds acht- tot negenhonderd liefhebbers, weet Mathieu Heinrichs. De terugval heeft volgens hem minder te maken met de ensembles en hun repertoire, maar meer met het publiek. 'De komst van nieuwe media heeft het consumptiegedrag ingrijpend veranderd. De marketing is een stuk gecompliceerder geworden. Ik kon ooit volstaan met de juiste advertentie in de Volkskrant of NRC.'
Dat het tij keert, bleek ook in 2008. In zijn subsidieadviezen kraakte het Fonds Podiumkunsten het ondernemerschap van wereldvermaarde ensembles als het Amsterdam Baroque Orchestra en Asko|Schönberg. En sindsdien is de wind voor de ensembles alleen maar guurder geworden. Steeds meer burgers bekijken de kunsten door het populistische frame van de subsidieslurper.
In het heetst van de bezuinigingsdiscussie leverde dat een bedroefde Jaap van Zweden op. Bij Pauw & Witteman schetste de dirigent en oud-violist het gekwetste perspectief van de beroepsgroep. Stop je vanaf je kindertijd uren per dag in een weerbarstig instrument, zetten ze je te kijk als parasiet.
Terwijl het voor ensemblemusici allesbehalve een vetpot is, zegt woordvoerder Dijkema van de vereniging Nederlandse Muziek Ensembles. Hij schat de bruto honoraria op 120 à 250 euro per concert. Minder komt ook voor. Een dagdeel repeteren levert 60 tot 90 euro op. Het instuderen van een gloednieuwe partituur geschiedt voor eigen rekening: wie er geen orkest- of lesbaan naast heeft, blaast of strijkt zich suf.
Toch, zo meldt de tweekoppige directie van het Fonds Podiumkunsten op zijn Haagse kantoor, is het binnen de gegeven schaarste juist de ensemblesector die relatief wordt ontzien. George Lawson: 'Op theater, dans en festivals bezuinigen we weliswaar 5 procent minder, maar die sectoren wacht een veel zwaardere concurrentie van collega's die uit de Basisinfrastructuur worden gestoten.'
Basisinfrastructuur, afgekort BIS: dat is de eredivisie waarbinnen de subsidies worden verdeeld door de Raad voor Cultuur. Maar aan die boom is door staatssecretaris Zijlstra flink geschud. De afvallers rollen linea recta naar het Fonds Podiumkunsten, dat zelf met 30 procent wordt gekort.
Directeur Henriëtte Post: 'De ensembles wacht een enorme selectie. Maar voor de overlevers is er een positieve kant: hun afzetmarkt wordt flink verruimd.' Vanaf 15 december kunnen de aanvraagformulieren worden gedownload. Post verwacht er 100 tot 120 retour, waarvan er naar verwachting 'minder dan de huidige 37' kunnen worden gehonoreerd.
'Toch zijn het geen treurige gesprekken die wij met de ensembles voeren', zegt mede-directeur Lawson. 'Ik zie volop creativiteit. Men is bezig de mogelijkheden van de nieuwe regeling te ontdekken. Sommige groepen onderzoeken of ze gezamenlijk een aanvraag kunnen indienen, andere of ze nog wel goed zitten in hun vestigingsplaats Amsterdam.'
Henriëtte Post: 'De sleutel ligt in de relatie met het publiek. Als de ensemblewereld zich daar de afgelopen tien jaar meer op had geconcentreerd, was er nu een andere situatie geweest. Te lang hebben we gedacht dat het vanzelf zou gaan.'
Zieltogend Muziekgebouw
Toen het Muziekgebouw aan 't IJ in 2005 werd opgeleverd, gold
het als een triomf van de Nederlandse ensemblecultuur. Zalen,
kantoorruimte en een eigenwijze programmering: het land had er een parel
bij. Zes jaar later zieltoogt de tempel. Het programmabudget van negen
ton is bescheiden voor een podium dat week in, week uit moet draaien. De
gemiddelde zaalbezetting bedraagt 50 procent. Vanaf februari 2012 moet
een nieuwe directeur, de van Paradiso betrokken Maarten van Boven, het
schip vlot trekken. Dat er meer pop gaat klinken, heeft hij alvast
aangekondigd. Het zou niet verbazen als ook wereldmuziek aan de oevers
van 't IJ een opmars maakt. Dat er publiek voor is, heeft het Holland
Festival in zijn laatste edities aangetoond met de Libanese zangeres
Fairouz en haar Egyptische collega Amal Maher.
De nieuwe subsidieregels
Vanaf 1 januari 2013 verdeelt het Fonds
Podiumkunsten jaarlijks 5,8 miljoen euro over de muziekensembles (nu
nog 10,8 miljoen). Aanvragen worden beoordeeld volgens een puntensysteem
dat rekening houdt met artistieke kwaliteit, ondernemerschap,
pluriformiteit, spreiding over het land en het al dan niet ontvangen van
een bijdrage van gemeente of provincie. Ook de grootte van de zalen
waarin wordt opgetreden, speelt een rol. Daarnaast valt een
innovatietoeslag te verdienen van 20 procent. Het systeem van
exploitatiesubsidies verdwijnt. Het Fonds kent een basisbedrag toe per
voorstelling (minstens veertig en maximaal tachtig per jaar).
de Volkskrant, 9 december 2011




0 reacties:
Een reactie plaatsen