![]() |
| foto: Hermann & Clärchen Baus |
Tijdens de wereldpremière van Orest, donderdag in
het Amsterdamse Muziektheater, werd bij deze schanddaad echter niet gegruweld,
maar juist gegniffeld. Forensische experts in witte overalls hadden negentig
minuten lang de CSI-sensatie opgewreven. Ze wierpen ultraviolet licht op de
badkuip waarin de moeder van Orestes, Clytemnestra, zijn vader Agamemnon had vermoord.
Ze stelden de bijl veilig waarmee zoonlief vervolgens had ingehakt op zijn mams
en haar minnaar. En dan kregen we nu deze lullige manoeuvre van een onhandige
doe-het-zelver voorgeschoteld?
Achter zo'n idee schuilt mogelijk Britse ironie. Maar het
onderstreept misschien ook dat regisseur Katie Mitchell zich aan haar
Amsterdamse operadebuut heeft vertild. Zelden namelijk heeft premièrepubliek in
de Stopera zo'n lauw slotapplaus afgeleverd.
Dat is vooral vervelend voor Manfred Trojahn, die zijn
zelfgeschreven libretto heeft voorzien van klanken die nu eens borrelen als
moerasgas, dan weer flikkeren als vlijmscherp metaal. Aanvankelijk lijkt de
componist niet verder te komen dan tweesporenmuziek (óf hard, óf lyrisch). Maar
gaandeweg breekt de partituur open in de kleuren die passen bij Elektra's
hardheid, Orestes' twijfel en de narcistische weemoed van de uit Troje
teruggekeerde Helena.
Aan Katie Mitchell waren zulke muzikale nuances minder
besteed. Haar oor beperkte zich tot de vaststelling dat het soms nogal langzaam
ging. Op het toneel vertaalde die observatie zich in een slow-motionmotoriek.
En nu ze de spoelknop toch in de hand had, kon Mitchell de vijf Clytemnestra's
die Orestes kwamen kwellen best achterwaarts laten lopen.
Die filmische oriëntatie leidde tot een onmuzikale
paradox. Als ze zwegen, waren de solisten tot in het kleinste zenuwtrekje
geregisseerd. Maar ging hun mond open, dan verloor Katie Mitchell haar greep.
Alsof ze slecht uit de voeten kon met het raadselachtige fenomeen van de
acterende zanger.
Manfred Trojahn had het stuk in terroristische kring
willen plaatsen. Mitchell koos voor een familiegeschiedenis met psychiatrische
trekjes, op te voeren in een als poppenhuis opengewerkte woning
(jaren-zeventigstijl, veel gepolitoerd hout). Maar door de verzenuwde Orestes
met medicijnen te sederen, bleef er van zijn angsten weinig over. En de stem van bariton
Dietrich Henschel stak toch al mat af bij het vocale glanswerk van de vrouwen
om hem heen.
Rosemary Joshua als Helena, Romy Petrick als haar blozende
dochter Hermione, de halsstarrige Elektra van Sarah Castle: hun expressieve
lijnen verdiepten de karakters. De andere helden van deze voorstelling zaten in
de orkestbak. Het Nederlands Philharmonisch Orkest en dirigent Marc Albrecht
schonken Manfred Trojahn de vlammende, trefzekere Uraufführung waarvan
hij stiekem moet hebben gedroomd.
Manfred Trojahn: Orest. Regie: Katie Mitchell. Solisten,
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht. Amsterdam, Het
Muziektheater, 8/12. Voorstellingen t/m 28/12, dno.nl. Radio 4: 17/12, 19.00
uur.
de Volkskrant, 10 december 2011

0 reacties:
Een reactie plaatsen