10 december 2011

Onmuzikale regie treft 'Orest' van Manfred Trojahn


foto: Hermann & Clärchen Baus
Het elektra wordt verzorgd door Elektra. Zo eenvoudig zit hedendaags muziektheater naar oude mythes soms in elkaar. In Orest, de nieuwe opera van de Duitse componist Manfred Trojahn, sluit Elektra de stekker aan van de boormachine waarmee haar broer Orestes een verse moord begaat. Zoemend draait de punt zich in de borst van zijn tante Helena. Als ze in elkaar zakt, kleeft de zoveelste bloedvlek op het behang van hun luxewoning in Argos.

Tijdens de wereldpremière van Orest, donderdag in het Amsterdamse Muziektheater, werd bij deze schanddaad echter niet gegruweld, maar juist gegniffeld. Forensische experts in witte overalls hadden negentig minuten lang de CSI-sensatie opgewreven. Ze wierpen ultraviolet licht op de badkuip waarin de moeder van Orestes, Clytemnestra, zijn vader Agamemnon had vermoord. Ze stelden de bijl veilig waarmee zoonlief vervolgens had ingehakt op zijn mams en haar minnaar. En dan kregen we nu deze lullige manoeuvre van een onhandige doe-het-zelver voorgeschoteld?

Achter zo'n idee schuilt mogelijk Britse ironie. Maar het onderstreept misschien ook dat regisseur Katie Mitchell zich aan haar Amsterdamse operadebuut heeft vertild. Zelden namelijk heeft premièrepubliek in de Stopera zo'n lauw slotapplaus afgeleverd.

Dat is vooral vervelend voor Manfred Trojahn, die zijn zelfgeschreven libretto heeft voorzien van klanken die nu eens borrelen als moerasgas, dan weer flikkeren als vlijmscherp metaal. Aanvankelijk lijkt de componist niet verder te komen dan tweesporenmuziek (óf hard, óf lyrisch). Maar gaandeweg breekt de partituur open in de kleuren die passen bij Elektra's hardheid, Orestes' twijfel en de narcistische weemoed van de uit Troje teruggekeerde Helena.

Aan Katie Mitchell waren zulke muzikale nuances minder besteed. Haar oor beperkte zich tot de vaststelling dat het soms nogal langzaam ging. Op het toneel vertaalde die observatie zich in een slow-motionmotoriek. En nu ze de spoelknop toch in de hand had, kon Mitchell de vijf Clytemnestra's die Orestes kwamen kwellen best achterwaarts laten lopen.

Die filmische oriëntatie leidde tot een onmuzikale paradox. Als ze zwegen, waren de solisten tot in het kleinste zenuwtrekje geregisseerd. Maar ging hun mond open, dan verloor Katie Mitchell haar greep. Alsof ze slecht uit de voeten kon met het raadselachtige fenomeen van de acterende zanger.

Manfred Trojahn had het stuk in terroristische kring willen plaatsen. Mitchell koos voor een familiegeschiedenis met psychiatrische trekjes, op te voeren in een als poppenhuis opengewerkte woning (jaren-zeventigstijl, veel gepolitoerd hout). Maar door de verzenuwde Orestes met medicijnen te sederen, bleef er van zijn angsten weinig over. En de stem van bariton Dietrich Henschel stak toch al mat af bij het vocale glanswerk van de vrouwen om hem heen.

Rosemary Joshua als Helena, Romy Petrick als haar blozende dochter Hermione, de halsstarrige Elektra van Sarah Castle: hun expressieve lijnen verdiepten de karakters. De andere helden van deze voorstelling zaten in de orkestbak. Het Nederlands Philharmonisch Orkest en dirigent Marc Albrecht schonken Manfred Trojahn de vlammende, trefzekere Uraufführung waarvan hij stiekem moet hebben gedroomd.

Manfred Trojahn: Orest. Regie: Katie Mitchell. Solisten, Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht. Amsterdam, Het Muziektheater, 8/12. Voorstellingen t/m 28/12, dno.nl. Radio 4: 17/12, 19.00 uur.


de Volkskrant, 10 december 2011


0 reacties:

Een reactie plaatsen