28 april 2011

Mojca Erdmann brandt gaatjes in het trommelvlies

Wie de Duitse sopraan Mojca Erdmann in het theater meemaakt, pinkt ongetwijfeld een traantje weg. Neem de aria ‘Ach, ich fühl’s’ uit Mozarts Zauberflöte, waarin Pamina treurt over het onbegrijpelijke zwijgen van haar prins Tamino. Die heldere stem, aangeraakt door een bedroefde fagot!

Of je met Erdmanns geluid een debuut-cd moet vullen, is een andere vraag. In muziek van Mozart en tijdgenoten hanteert de zangeres een beperkte kleurenwaaier. Soms brandt ze gaatjes in het trommelvlies. En de rust in ‘Ruhe sanft’ uit Mozarts Zaide stijgt eerder op uit het Bazelse barokorkest La Cetra, dan uit Erdmanns keel.

Wel is het sympathiek dat de zangeres het opneemt voor vergeten meesters als Giovanni Paisiello en Ignaz Holzbauer, die door Mozart hogelijk werden bewonderd.

Mostly Mozart. Mojca Erdmann (sopraan), La Cetra o.l.v. Andrea Marcon. DG.

de Volkskrant, 27 april 2011









Erdmann zingt 'Ach, ich fühl's', ook al is er kwalijk in geknipt...


Janine laveert tussen charme en benauwenis

Foto ANP
Ze maakt haar comeback op 's lands chicste podium, zamelt voor Unicef tienduizend euro in en stuurt nog een première de wereld in ook. Janine Jansen, de violiste die vorig voorjaar uitgeput afhaakte, pakt de draad van het solistenbestaan weer op.

Haar agenda vermeldt maar zes optredens in mei en zeven in juni. Mogelijk is Janine weer boven jan en doet ze het blijvend rustiger aan. Misschien is ze nog herstellende en bouwt ze de druk voorzichtig op.

Afgaande op buitenlandse recensies neig je naar de zonnigste variant. Nederlands vermaardste strijkster speelde in New York 'energiek' en in Londen 'lumineus'. Toch zal een deel van haar vrienden en fans dinsdag niet zonder zorg in bed zijn gestapt. Wat Janine in het Concertgebouw liet horen vertoonde soms ouderwetse charme, maar intussen speelde benauwenis wel degelijk een rol.

Deels had dat te maken met het repertoire. Janine Jansen is een verklaard bewonderaar van de Zwitserse componist Richard Dubugnon (1968). Diens premièrestuk Pentalog kun je een toonbeeld noemen van beschaafde moderniteit. Het strijkkwintet heeft inderdaad iets van doen met ritme, melodie en samenklank. Maar de noten bezitten zo weinig substantie, dat ze ter plekke verwaaien.

Voor Dubugnon valt te hopen dat hij de mores van het Nederlandse publiek niet doorgrondt. Men kuchte een kwartier lang royaal en klapte na afloop beleefd - maar bleef gekleefd aan z'n stoel.

Zorgelijker was de sluier die Janine en haar makkers uitwierpen over het Concert voor viool, piano en strijkkwartet van Ernest Chausson. Alles wat muziek op smaak brengt - scherpte, communicatie, kleur - bleek maar mondjesmaat aanwezig.

Voor de speelvreugde was het wachten op Le carnaval des animaux. De beestenboel van Saint-Saëns maakte de sfeer eindelijk los. In de contrabas van Rick Stotijn bonkte een olifant, Emily Beynon floot een volière bij elkaar. De pianisten Barnatan en Kuijken hamerden zich virtuoos een weg door Boer daar ligt een kip in 't water. 

Als matig articulerend verteller verving Paul van Vliet de zieke Roger Moore. Helaas legden de leutige rijmpjes van Ivo de Wijs het in esprit af tegen de noten van Saint-Saëns. Het goede nieuws: Unicef-ambassadeur Paul van Vliet kon de genereuze cheque van Janine & Friends meteen incasseren.

Dubugnon, Chausson en Saint-Saëns. Janine Jansen & Friends. Amsterdam, Concertgebouw, 26 april 

de Volkskrant, 28 april 2011

27 april 2011

Carl Philipp Emanuel viert het leven


Op een dag had Carl Philipp Emanuel Bach het in Berlijn wel gehad met Frederik de Grote, zijn fluitspelende gebieder. Steeds maar weer achter het klavecimbel kruipen om de vorst in flauwe wijsjes te begeleiden – in 1767 was het Schluss.

Carl Philipp trok naar Hamburg. En hoewel hij zich daar had te bekommeren om de muziek in vijf kerken, hield hij tijd over om zijn eigen geluid te exploreren.


In 1772 publiceerde Bach zijn Zes klavecimbelconcerten. Dankzij Andreas Staier kunnen we nu vaststellen dat het muziek is die het leven viert. Noem het de soundtrack bij de Verlichting: God aanvaardt Zijn terugtocht, terwijl de mens naar vrijheid danst.

Dat gebeurt met stuwende ritmes en kriebelende melodiek. In de langzame delen gloeit een lichte melancholie, die pas in de 19de eeuw weer wordt opgetuigd met de last van het bestaan.

C.Ph.E. Bach: Zes klavecimbelconcerten. Andreas Staier, Freiburger Barockorchester. Harmonia Mundi.

de Volkskrant, 27 april 2011

Michel van der Aa's opera over het kwetsbare leven



Behalve een hedendaagse componist is Michel van der Aa een moderne entrepreneur. Sinds vorig jaar voert hij het eigen label Disquiet, waarop nu de eerste dvd verschijnt. Voor de herfst wordt een hedendaags-klassiek webkanaal beloofd.

Op de dvd staat One, Van der Aa’s multimediale kameropera uit 2002. Het is een successtuk dat door zijn enige soliste, sopraan Barbara Hannigan, inmiddels in twaalf landen op de planken is gebracht.

Ondanks de titel speelt Van der Aa een spel van verdubbeling. We zien en horen de fenomenale Hannigan, terwijl ze kampt met een alter ego dat zich meldt op een filmscherm en via luidsprekers. Zit ze verstrikt in een nachtmerrie? Is ze gespleten door schizofrenie?

Een brekende tak levert het akoestische basismateriaal voor een opera die indruk maakt als metafoor van het meerduidige, eenmalige, kwetsbare leven. Te koop via disquietmedia.net, ook downloadbaar in HD.

Michel van der Aa: One. Barbara Hannigan (sopraan). Disquiet Media.

de Volkskrant, 27 april 2011

25 april 2011

De ruisende, glimmende, gonzende klanken van Tristan Murail

Het Nieuw Ensemble (foto: Kadir van Lohuizen)
Hedendaags-klassieke muziek blinkt vaak uit in tonen die iets willen. Ontregelen, behagen, de Schepper loven - niets menselijks is de moderne partituur vreemd. Maar er bestaat ook een hoek waar klanken eerst en vooral zichzelf mogen zijn. Die is vanaf de jaren zeventig opgetuigd door Franse componisten als Gérard Grisey en Tristan Murail. Hun domein is dat van de spectrale muziek.

Murail (1947) kwam deze week naar Amsterdam om te horen hoe het Nieuw Ensemble en dirigent Ed Spanjaard zich ontfermden over zijn Portulan-cyclus. Die is vernoemd naar de handgetekende kaart waarmee middeleeuwse zeelui zonder kompas hun weg vonden langs de kust. In zo'n portulaan ziet Murail een verbeelding van de manier waarop hij de ziel van geluid afspeurt.

De componist richt zijn blik daarbij vooral op het boventoonspectrum, de geheimzinnige stapeling van frequenties die samen het timbre van een klank bepalen. Aan die microverhoudingen ontleent hij de architectuur van zijn muziek. Dat lijkt een nogal Frans-cerebrale affaire. Maar gelukkig behoort Murail tot de componistenschool die ratio pleegt te hullen in z'n meest sensuele dracht. Zijn klanken ruisen, glimmen, gonzen, kietelen en vibreren.

In het Muziekgebouw aan 't IJ wisselde het Nieuw Ensemble de rollen van ontregelde speeldoos en gedrogeerd orgel met verve af. De wind ruiste door de fluit in Dernières nouvelles du vent d'ouest. In La chambre des cartes, het andere premièrestuk, introduceerde Murail een geduldig kloppende trom.

Dat hij hiermee nieuwe ritmische horizonten verkent, lijkt verstandig. Een avond spectrale muziek brengt namelijk ook de zwaktes aan het licht. Een poging tot melodie loopt bij Murail al snel uit op een boventoonachtige riedel. En verder snak je naar humor, of tenminste relativering. Murails spectralisme is een kunst die zichzelf nogal serieus bewondert.

Te lachen viel er bij de beeldgrappen van Jean Vigo. In 1930, rond de carnavalstijd, schoot hij zijn film À propos de Nice. Het zijn flitsend gemonteerde shots van flaneurs, gebouwen, terrasjesvolk en upskirt gefilmde meiden die de cancan persifleren. Vigo's film kent het roesachtige van Die Sinfonie der Großstadt, Walter Ruttmanns meesterlijke kijk op Berlijn anno 1927. Tegelijkertijd kondigen de latere expedities van Bert Haanstra zich al aan.

François Paris schreef er in 2005 een spectrale partituur bij. Die kent de typische verdienste van filmmuziek: zowel stemmingsbepalend als onopvallend.

de Volkskrant, 23 april 2011

17 april 2011

Elektronische muziek in Nederland: bloemstuk met twee luidsprekers?

Michel Waisvisz (1949-2008), pionier van de elektronische muziek in Nederland

Jacqueline Oskamp schreef een omvattende geschiedenis van de elektronische muziek in Nederland, met een fijne neus voor de anekdote. 

Als er een prijs bestaat voor spitse titels, mag die meteen naar muziekpubliciste Jacqueline Oskamp. Radicaal gewoon heette haar vorige boek, dat de eigenheid van het Nederlandse componeren in de afgelopen halve eeuw trefzeker karakteriseerde.

Nu duikt Oskamp in de marge van de elektronische muziek, zeg maar alle kunstmuziek waar een stekker aan te pas komt. Haar titel: Onder stroom. Je ziet het onmiddellijk vonken tussen de twee polen die de Nederlandse elektronische muziek vanaf de opkomst in de jaren 1950 hebben bepaald: techniek en creativiteit.

In de marge van de kunstvorm schuilt trouwens een verbazingwekkende breedte. Oskamps blik reikt van het nijvere werken met tape in de beginjaren ('domweg knippen en plakken') tot de hedendaagse laptopartiest die zijn mobiele studio onder de arm draagt. En naast de fysieke performances van wijlen Michel Waisvisz beschrijft ze de soundscapes die Edwin van der Heide tegenwoordig optrekt in de openbare ruimte.

Elektronische muziek bestaat sinds de Amerikaan Thadeus Cahill in 1897 zijn Dynamofoon in elkaar knutselde. Via exotische instrumenten als theremin, ondes martenot en trautonium leidt het spoor in 1935 naar de uitvinding van het Hammondorgel. Oskamp kiest haar vertrekpunt na de Tweede Wereldoorlog, wanneer avant-gardecomponisten als Boulez en Stockhausen zich gevoelig tonen voor het utopische vergezicht van elektronisch te manipuleren klank.

In Nederland wordt het vak aangezwengeld door Henk Badings en Walter Maas. Badings, de componist met het bruine oorlogsrandje, schrijft in 1952 het eerste elektronische stuk (The Countess of Cathleen - 'gekke geluidjes en vervreemdende effecten', aldus Oskamp). Twee jaar later organiseert Walter Maas, de Duits-Joodse immigrant, in zijn Bilthovense Villa Gaudeamus een eerste lezing over de 'muziek van de toekomst'.

Badings gaat aan de slag in het Natuurkundig Laboratorium (NatLab) van Philips. Maas verbouwt zijn tuinhuis tot studio-annex-lesruimte, met oscillatoren, transformators, bandrecorders en kilometers tape. Later richten ook de TH Delft, de Utrechtse universiteit en het Koninklijk Conservatorium in Den Haag een elektronische studio in. In 1974 telt de Raad voor de Kunst er liefst 22.


Aan de hand van de pioniers beschrijft Oskamp hoe de elektronische muziek evolueert vanuit de oersituatie: twee speakers met een bloemstuk. Beperkt Jan Boerman zich strikt tot de geluidsband, Ton Bruynèl legt de klankschakeringen van akoestische instrumenten bloot. Dick Raaijmakers, van oorsprong pianist, raakt via de lopende band van Philips verzeild in de wereld van piep, ruis en echo. In het NatLab verkent hij vooral de conceptuele kant van elektronische muziek: toevalsoperaties, reductie en abstractie.
Dick Raaijmakers achter de spoelen

Raaijmakers is trouwens de man die niet reageerde op een telegram van Stanley Kubrick, toen de regisseur in 1965 verlegen zat om muziek bij zijn film 2001: A Space Odyssey. Kubrick kwam terecht bij György Ligeti.

Oskamp toont bij haar geschiedschrijving en portrettering een fijne neus voor de anekdote. Hilarisch en droevig tegelijk is het mismanagement in de beginjaren van de Amsterdamse Studio voor Elektro-Instrumentale Muziek (STEIM), waar Michel Waisvisz vanaf 1982 de scherven bij elkaar raapt.

Hoe de elektronische muziek zich in het laatste decennium heeft ontwikkeld, valt te horen op een dubbel-cd die Muziek Centrum Nederland parallel aan Oskamps boek uitgeeft (Anthology of Dutch Electronic Music 1999-2010; Basta Records). Maakte Dick Raaijmakers ooit 'in klank gevat prikkeldraad', Yannis Kyriakides verwerkt in Wordless juist suggestieve flardjes vrouwengehijg.

Jacqueline Oskamp heeft in haar recente boeken het hedendaagse componeren goed in kaart gebracht, Jolande van der Klis deed eerder hetzelfde met de bloeiende oude-muziekpraktijk.

Hoog tijd dat iemand het muzieksociologische standaardwerk gaat schrijven over een halve eeuw Hollands glorie. Een natuurlijke cesuur dient zich aan: de kleinst mogelijke Kamermeerderheid dreigt er eenvoudig korte metten mee te maken.

Jacqueline Oskamp: Onder stroom - Geschiedenis van de elektronische muziek in Nederland.
Ambo; 264 pagina's; € 22,50. ISBN 978 90 263 2324 9. 

de Volkskrant, 16 april 2011






15 april 2011

Geen freelancersangst voor bariton Henk Neven

Henk Neven in Der Vampyr van Heinrich Marschner
Henk Neven krijgt de Nederlandse Muziekprijs. De bariton uit Rotterdam beseft dat hij boft. 'Maar ik werk er ook keihard voor.'

Henk Neven voelt zich ‘totaal bevoorrecht’. Al spreekt de bariton in dezelfde adem van ‘een dubbel gevoel’. Zaterdag, tijdens een concert in de Rotterdamse Doelen, ontvangt hij uit handen van staatssecretaris Halbe Zijlstra de Nederlandse Muziekprijs. Daarmee bekroont Neven (34) een studietraject voor excellente  klassieke musici. Maar eigenlijk, vindt hij, hoort die extra scholing gewoon thuis in de basisopleiding.

‘Ik las laatst hoe ze in 18de-eeuws Italië leerden zingen. Dat begon met zes jaar solfège. Al die tijd oefende je alleen maar vocalen en zong je geen woord. Tegenwoordig krijg je vier jaar voor een complete conservatoriumstudie. En daarin moet je dan ook nog een lading stijl en repertoire opdoen.’

Zijn lyrische, licht glanzende geluid valt op tot over de landsgrenzen. De vermogende Borletti Buitoni Trust in Londen bood hem in 2009 een studiebeurs aan van tienduizend pond. De BBC selecteerde Neven als 'New Generation Artist'; de omroep legde er een genereus schema met concerten en radio-opnames naast.

De Rotterdammer beseft dat hij boft. ‘Maar ik voeg er altijd meteen aan toe dat ik er ook keihard voor werk.’

Bij De Nederlandse Opera heeft hij net Brittens zeemansdrama Billy Budd achter de rug. Holland Symfonia verwacht hem zondag en maandag voor de Christuspartij in Bachs Matthäus-Passion. En zijn eerste solo-cd komt vers uit het cellofaan: Schumanns Liederkreis, voorafgegaan door ballades van de minder bekende romanticus Carl Loewe.

Het is het vertrouwde rijtje van de beroepsvocalist: opera, oratorium, recital. Henk Neven bezweert dat hij alles met evenveel plezier doet. Waarbij hij aantekent dat ‘een zanger met opera z'n geld verdient .’

Het studietraject van de Muziekprijs bracht hem naar Simon Keenlyside, de Britse bariton die uitmunt in het fysieke zingen. 'Voor elke operarol zet hij zijn lijf anders in. Van hem heb ik geleerd dat je niet al je aandacht moet concentreren op je keel.’


In Wenen ging hij langs bij Robert Holl. De Nederlandse bas heeft een reputatie te verliezen in het Duits-romantische lied. Zijn voornaamste advies luidde: altijd verder kijken. Achter een liedtekst schuilt meer dan je denkt.

Verder spendeerde Henk Neven zijn prijs aan ‘sportieve yogasessies’. En dan bleef er nog tijd over voor het reguliere stemonderhoud bij zijn voormalige conservatoriumdocente, Margreet Honig.

Klaar is een zanger nooit, weet Neven. 'Je stem is een orgaan dat zich ten dele zelfstandig ontwikkelt. Daar moet je voortdurend mee in contact blijven.’

Hij wist een jaar geleden al dat hij de prijs zou krijgen. Voor de uitreiking was het alleen nog zoeken naar een geschikt concert. Dat diende zich aan in de Rotterdamse Doelen, waar Neven zich met Frans Brüggen en het Orkest van de Achttiende Eeuw ontfermt over Bachs solocantate Ich will den Kreuzstab gerne tragen.

Hij verheugt zich op de klank. ‘Veel barokorkesten leggen de nadruk op hoge en lage tonen. Bij Brüggen hoor je ook een sonoor, baritonaal midden.’

Regisseur Marc Pantus heeft de cantate voorzien van een bescheiden enscenering, inclusief danseres. De verteller uit de cantate verlangt naar het kruis. 'Dat kun je interpreteren als doodsdrift', zegt Neven, 'maar evengoed als een verlangen naar verlichting.'

Wanneer de danseres hem een kruis wil overhandigen, trekt ze het opeens terug. Achter de zanger licht de route op die hij over het toneel heeft afgelegd: er verschijnt een kruisvorm. Neven: 'Vaak beschikken we al over datgene wat we zoeken, alleen we zien het niet.'

Van de eeuwige freelancersangst - het gat in de agenda - heeft de zanger geen last. Volgend seizoen wachten onder meer optredens in de ZaterdagMatinee en bij de Brusselse Muntopera, een recital in de prestigieuze Wigmore Hall, plus een Zauberflöte in Marseille en de Matthäus bij het Concertgebouworkest.

Wel vraagt hij zich af hoe lang hij nog kan profiteren van het label ‘jong en aankomend’. En hoe hij zijn klussen het handigst inpast in het leven met twee peuters thuis.

Voor zijn recitals trekt hij op met de pianist Hans Eijsackers. Het is soms lastig programmeurs ervan te overtuigen dat ze niet steeds op safe moeten spelen met liederen van Schubert en Schumann. De bariton wijst ze graag op de ballades van Carl Loewe, de romanticus die als entertainer door Europa trok.

Een bijzonder verhaal, zegt Neven. 'Loewe begeleidde zichzelf op de piano. Hij schreef pakkende, veelkleurige muziek in een verhalende stijl. Wat mij vooral treft is dat hij vergankelijkheid niet beschouwde als een trieste aangelegenheid, maar als een verrijking van het moment waarin je leeft.’

de Volkskrant, 15 april 2011

 


8 april 2011

Yuja Wang timmert nergens en pruilt nooit


Yuja Wang, de nieuwe loot aan de stam van de Chinese pianistiek, is een jongemeid van 24. Voor haar derde cd op Deutsche Grammophon wordt ze gekoppeld aan de gelouterde maestro Claudio Abbado.

Op de lessenaar staan het Tweede pianoconcert en de Paganinivariaties van Rachmaninov. Lijden die stukken bij mindere goden al snel aan stoerdoenerij of sentiment, Yuja Wang fladdert er als een vlinder doorheen. Ze timmert nergens en pruilt nooit.

Abbado en het Mahler Chamber Orchestra mengen hun transparante kleur geraffineerd met die van Yuja Wang. Maar na de eerste euforie ga je ze missen: de spetter, het kloddertje, de gril die erop duidt dat musiceren ook mensenwerk is.

Het is de makke van Yuja Wang: ze heeft nog geen verhaal.

Rachmaninov: Tweede pianoconcert, Paganinivariaties. Yuja Wang (piano), Mahler Chamber Orchestra o.l.v. Claudio Abbado. DG.

de Volkskrant, 6 april 2011

7 april 2011

Teodor Currentzis laat de snaren ketsen

Teodor Currentzis (39) is de Griekse dirigent die neerstreek in Novosibirsk en van daaruit de klassieke muziek wilde gaan redden van de suffe, academische aanpak, die hij karakteriseerde als vrijen met een condoom. 

Tegenwoordig leidt Currentzis het operahuis van Perm. Buiten Rusland vertoont hij zijn gezicht op steeds strategischer podia. Onlangs trad hij op in het Concertgebouw en komend seizoen treft hij in Madrid de regisseur Peter Sellars. 

Bovendien koestert Currentzis de historische uitvoeringspraktijk. Hij gaf al eens een flamboyante visie op Purcells opera Dido and Aeneas en ontfermt zich nu over het Requiem van Mozart. En inderdaad: suf wordt het nergens.

Currentzis hanteert zowel de authentieke etsnaald als de muziektheatrale kwast. Furieus ketsen de snaren in het Dies Irae op het hout. Het Lacrimosa bevat een verrassende toevoeging: een Amen van Mozart, met schellen begeleid, als eerbetoon aan het genie dat al werkend aan dit requiemdeel overleed.

Mozart: Requiem. MusicAeterna, The New Siberian Singers o.l.v. Teodor Currentzis. Alpha.

de Volkskrant, 6 april 2011

6 april 2011

Amstel Quartet goes Bollywood

In 2007 hadden de vier saxofonisten van het Amstel Quartet een klusje in Almere. Zonder voorbereiding werden ze gekoppeld aan Niti Ranjan Biswas. Die speelde op zijn tabla een paar stukken mee en de vonk sloeg over. De Indiër bleek een virtuoos in de tik, de boink, de glijtoon en de roffel.

Vier jaar later ligt er een cd in hardroze Bollywoodtint. Niti Ranjan Biswas, docent aan de conservatoria van Amsterdam en Rotterdam, beschikt inderdaad over een zeer verfijnde trommeltechniek. Het Amstel Quartet liet een paar nieuwe stukken schrijven met als inspiratiebron de Indiase raga.

Zoals Heaven lay close van Ian Wilson, een boventoonfestijn waarin de saxen soms een metalige, sitarachtige resonans produceren. Of Wheel of Fortune van Marion von Tilzer, dat de vaart kent van een snorrend spinnewiel. Net zo swingend: de Bollywoodmedley van Martin Fondse.

Amstel Quartet, m.m.v. Niti Ranjan Biswas: Amstel Raga Amstel Records 

de Volkskrant, 6 april 2011