13 juli 2011

Herreweghes Bach is van fonkelend kristal


Hoe heeft een bezielde Leipzigse predikant in de eerste helft van de 18de eeuw geprobeerd zijn kerkgangers te overtuigen en te ontroeren? Met die vraag in het achterhoofd heeft Philippe Herreweghe de zes motetten van Bach voorgelegd aan zijn veelgeprezen Collegium Vocale Gent.

De dominee die uit hun kelen opstijgt, is licht van timbre en welsprekend, maar geen liefhebber van theater. Daarin bespeur je de hand van Philippe Herreweghe, de dirigent die in het cd-boekje moppert op collega's die het bij de motetten zoeken in 'niet-idiomatische expressie' en 'gratuit-muzikanteske ritmiek'.

Herreweghes Bach is gemaakt van fonkelend kristal, met hier een beheerste krul en daar een fijnzinnig gegraveerd lijntje. Bach mocht willen dat hij Jesu, meine Freude zo volmaakt had gehoord. Het Angelsaksische accentje in sommige klinkers had hij Herreweghes Britse gastzangers vermoedelijk snel vergeven.

Bach: motetten. Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe. Phi 

de Volkskrant, 13 juli 2011

5 juli 2011

La Venexiana sust Ulisse in slaap


  
dirigent Claudio Cavina

Dat is schrikken. Staat Monteverdi's prachtopera Il ritorno d'Ulisse in patria tijdens de Robeco Zomerconcerten in het Concertgebouw, biedt de Grote Zaal de aanblik van een Noordzeestrand op een frisse zomerdag. Reuring genoeg, maar bij lange na niet vol.

De statuur van de musici speelt in de lauwe belangstelling mogelijk een rol. Barokkenners lopen weg met het ensemble La Venexiana, maar buiten het oudemuziekcircuit sorteren de Italianen hooguit een wazige blik. En doorgewinterde operafans misten onder de solisten natuurlijk een Grote Naam.

De groep van dirigent Claudio Cavina zong z'n reputatie bij elkaar met het Italiaanse madrigaal. Die wonderwereld uit de 16de en 17de eeuw werd in de jaren 1990 wakker gekust door Rinaldo Alessandrini en Concerto Italiano. Hun warmbloedige kijk op muziek en poëzie vond her en der navolgers.

Met opnamen van Monteverdi's madrigaalboeken heeft La Venexiana inmiddels een prijzenkast gevuld. Of dat met de drie overgeleverde opera's ook lukt, is de vraag. De verstrengeling van pakweg vijf zangers in een madrigaal stelt nu eenmaal andere eisen dan de bloedstollende voordracht van een aria in je eentje.

En daar komt het wel op aan, in Monteverdi's vertelling van Odysseus (Ulisse), de held die na twintig jaar zwerven door Neptunus wordt neergekwakt op het thuisstrand van Ithaka, waarna hij de belagers van zijn vrouw Penelope het paleis uit gooit.

'Slaap ik nog of ben ik wakker?', zingt de held wanneer hij op de vloedlijn zijn ogen opent. Die vraag hebben de Italiaanse musici zichzelf vermoedelijk ook gesteld. Zondagochtend om vier uur waren ze op het vliegtuig naar Nederland gestapt, om na een misverstand met hun hotel de godganse dag in het Concertgebouw te moeten bivakkeren.

Slaapgebrek zou de doffe tint van hun prestaties kunnen verklaren. In de Grote Zaal, voor bescheiden barokstemmen toch al een bezoeking, vielen in de bijrollen registerbreuk en valsheid te noteren. Aan Ulisse gaf de Italiaanse tenor Mirko Guadagnini de laagte van een held, maar de hoogte van een twijfelaar. Bij Oksana Lazareva, een Siberische alt, bleef Penelope vooral onmachtig broeden.

Alleen de stem van Roberta Mameli wist te stralen; de sopraan kwam zich als Minerva met het ondermaanse bemoeien. Tenor Luca Dordolo speelde de stotterende veelvraat Iro keurig uit. Neptunus, de zeegod, deed via Salvo Vitale bulderend wat hij moest doen. En dirigent Claudio Cavina bewees zijn kwaliteit vooral in de ritornelli. Die instrumentale tussenspelen kneedde hij als warme was.

Monteverdi: Il ritorno d’Ulisse in patria. La Venexiana o.l.v. Claudio Cavina. Amsterdam, Concertgebouw, 3 juli

de Volkskrant, 5 juli 2011

2 juli 2011

Kamerkoor met Pärt en Palestrina

Na jaren te hebben gewerkt zonder chef, vertrouwt het Nederlands Kamerkoor de artistieke leiding na de zomer toe aan de jonge Est Risto Joost (1980). De cd die op deze samenwerking vooruitloopt, getuigt alvast van ambitie. Risto Joost verweeft de 16de-eeuwse Missa Papae Marcelli van Palestrina met recente koormuziek van Arvo Pärt. Zijn uitgangspunt: Palestrina's smetteloze polyfonie sluit naadloos aan bij de pure klankwereld van Pärt.

Daar zit wat in, al betekent het wel dat het Kamerkoor breekt met de aardsere renaissancezang die de laatste decennia is ontwikkeld met de Vlaamse specialist Paul Van Nevel. Risto Joost trekt Palestrina liever op uit wit marmer. Kleur en warmte reserveert hij voor Arvo Pärt.

Nederlands Kamerkoor o.l.v. Risto Joost. Globe.

de Volkskrant, 29 juni 2011