30 december 2011

De trukendoos van Gheorghiu en Callas


Alsof EMI de discografische nalatenschap van Maria Callas al niet genoeg heeft uitgebaat, sleept het label de legendarische diva nu met de haren bij een cd-project van Angela Gheorghiu. Zoals zoveel muziekliefhebbers is ook de Roemeense stersopraan een Callasfan. Hebbes, dacht EMI. Gheorghiu's cd met een verzameling losse opera-aria's kunnen we mooi in de markt zetten als zusterlijk eerbetoon.

Het twijfelachtige hoogtepunt vormt de 'Habanera' uit Bizets Carmen. Slimme software vermengt de Callasversie postuum met die van Gheorghiu. Het is vooral leuk voor connaisseurs, die uit kunnen pluizen waar Angela het overneemt van Maria.



Maar Gheorghiu heeft zo'n trukendoos helemaal niet nodig. Op eigen kracht laat ze prima horen waarom ze geldt als een gebenedijde sopraan. Voor het klassieke belcanto van Bellini is haar stem te vurig, maar in de verhevigde sentimenten van Leoncavallo's verismo staat ze op haar plaats. Dat Gheorghiu's expressie soms neigt naar het cliché van de bungelende traan, nemen we dan maar voor lief.

Homage to Maria Callas. Angela Gheorghiu (sopraan), Royal Philharmonic Orchestra o.l.v. Marco Armiliato. EMI.

de Volkskrant, 28 december 2011






Ondertussen in Boekarest... 


Amsterdam Sinfonietta doopt de snaren in Mahler

Een hartgrondig 'boe!' valt in de hedendaagse concertzaal zelden te horen. In Mahlers tijd was dat wel anders. Toen de componist in 1899 zijn eigen bewerking dirigeerde van Beethovens Strijkkwartet opus 95, vlogen voor- en tegenstanders elkaar luidruchtig in de haren.

Kritische Weners meenden dat je de slanke kamermuziek niet mocht hullen in een mollige partituur. Het arrangement verdween in de la en dook pas eind jaren tachtig weer op. Amsterdam Sinfonietta zet het op de lessenaars en wat blijkt: onder Mahlers enthousiasme lijdt Beethovens 'quartetto serioso' geen spat.

Het Amsterdamse strijkerspalet reikt van gruizig grijs tot een vlammende kastanjetint. Veelkleurigheid kenmerkt ook het Adagietto uit Mahlers Vijfde symfonie, met Gwyneth Wentink peinzend op de harp. Pièce de résistance vormt het bewerkte Adagio uit Mahlers onvoltooide Tiende symfonie. Je hoort de 19de eeuw onder je oren verbrokkelen. De sensatie is die van de zere plek waarover je genotvol wrijft.

The Mahler Album. Amsterdam Sinfonietta o.l.v. Candida Thompson
Channel Classics 

de Volkskrant, 28 december 2011






27 december 2011

Stoere Beethovens uit Enschede

Bij het Nederlands Symfonieorkest, voorheen het Orkest van het Oosten, beschouwen ze Beethoven niet als een leverancier van geparfumeerde klanken. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de oren van Jan Willem de Vriend.

De chef-dirigent, gepokt en gemazeld in muziek uit de 17de en 18de eeuw, weet het revolutionaire van Beethovens vroeg-19de-eeuwse exercities voluit te waarderen. Wegstuivende cello's, proestend koper, een vinnige paukentik: op de vierde en voorlaatste cd van de Enschedese symfoniecyclus komen ze opnieuw voorbij. De Tweede en Derde zijn van een ongepolijste charme, passend bij de componist die zelf heel wat piano's heeft afgeragd.

Keerzijde van de onstuimigheid is wel dat er in de orkestklank weinig diepte zit. En van puur enthousiasme struikelen de ritmes soms voorover. Neemt niet weg dat er straks, als ook de Negende symfonie is verschenen, een stoere Beethovencyclus ligt.

Beethoven: Tweede en Derde symfonie. Nederlands Symfonieorkest o.l.v. Jan Willem de Vriend.
Challenge Classics. 

de Volkskrant, 21 december 2011

Han 'hobo' de Vries: rank en zangerig


Van dirigenten als Mengelberg, Van Otterloo, Van Beinum en Haitink bestond er al een. En nu, kort na zijn 70ste verjaardag, krijgt ook hoboïst Han de Vries een kloek eerbetoon. The Radio Recordings staat er op een box met negen cd's en twee dvd's, vol opnamen uit de jaren 1968-2002.

Aanjager van dit project was Peter Bree, de voormalige radiopresentator die ooit hobo studeerde bij De Vries. Bree schuimde de archieven af en verdoekte zo nodig cassettebandjes uit zijn eigen collectie. Nadat tientallen liefhebbers een financiële bijdrage hadden geleverd, konden drie decennia Hollands hobospel worden gebundeld.

Nu ligt er een historisch document dat zowel plaats biedt aan de romantiek van Röntgen als de moderniteit van Maderna. Bach blaast natuurlijk z'n partijtje mee, naast hedendaagse vaandeldragers als Penderecki, Feldman, Stockhausen en Carter. En doorlopend hoor je die ranke, zangerige hobotoon van Han de Vries.

Han de Vries: The Radio Recordings (9 cd's, 2 dvd's)
Oboe Classics, te bestellen via han70@kpnmail.nl 

de Volkskrant, 21 december 2011

Lucy Crowe kraait allerminst


De naam is Lucy Crowe en voor een Britse sopraan lijkt dat geen pre. Maar van gekras is op haar debuut-cd geen sprake. Integendeel, Crowe wijdt zich met een honingkeel aan de cantates die Georg Friedrich Händel rond 1707 in Italië schreef.

De Duitser bewoog zich in de hoogste kringen, met opdrachtgevers als markies Ruspoli en kardinaal Pamphili. Als begin-twintiger snoof hij de muzikale mores van Florence en Rome diep in zich op. Toen al vloeiden de noten van zijn latere hit Lascia, ch'io pianga uit Händels pen.

Hoe hoger Lucy Crowe komt, hoe resonansvoller en kleurrijker haar stem. Eén aandachtspuntje is er wel: het spuwen van snelle noten lukt nog niet zonder kwaliteitsverlies.

Händel: wereldlijke cantates. Lucy Crowe (sopraan), The English Concert o.l.v. Harry Bickett.
Harmonia Mundi. 

de Volkskrant, 21 december 2011

15 december 2011

De zweefkunst van Benjamin Hulett

'Alles draait om karakter en kleur', zegt Benjamin Hulett. De jonge Brit spreekt niet over de driehonderd soorten thee waaruit hij zojuist zijn keuze heeft gemaakt. In een hip theehuis in het Noord-Franse Lille beschouwt hij zijn vak, de klassieke zangkunst, waarin de 34-jarige tenor een opmerkelijke opmars maakt.

Sommigen schrijven zijn naam zelfs al bij op een lijstje met illustere zangers die Engeland de afgelopen decennia heeft voortgebracht. Er staan geen heldentenoren of ander luidruchtig volk op, maar subtiele kunstenaars die boven een partituur zweven alsof zwaartekracht niet bestaat. De vorig jaar overleden tenor Anthony Rolfe-Johnson was er zo een. Ian Bostridge beheerst die glijkunst nog altijd.

In Benjamin Huletts steile carrière kan het Nederlandse seizoen alvast niet meer stuk. In maart zingt hij bij de Bachvereniging de veeleisende Evangelistenrol in de Matthäus Passion. Kort na Nieuwjaar komt hij met Beethoven en Stravinsky naar de Radio Kamer Filharmonie. En deze week maakt de tenor zijn debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest.

In zijn koffer zit Venetian Journal, een geestig stuk van Bruno Maderna uit 1972 dat om onnaspeurbare redenen zelden klinkt. De keuze rijmt bij de thematiek van Huletts debuut-cd Departures, vorig jaar verschenen, met een veelgeprezen selectie van Britse liederen die de gebaande paden verlaat.

Dat hij sindsdien niets aan karakter en kleur heeft verloren, demonstreert de tenor diezelfde avond in Lille. Hij zingt solo's in Die Schöpfung, het scheppingsverhaal op muziek van Haydn. Roze ochtendnevels en hemelse heerscharen: Hulett tekent ze uit met een lichte, beweeglijke, fraai getimbreerde stem.

Zijn zangersleven begon toen hij 7 jaar was. Hulett auditeerde bij het koor van Winchester Cathedral, een eeuwenoud instituut voor jongens, adolescenten en mannen, wier stemmen zijn toegesneden op devote renaissancemuziek en welluidende nieuwlichterij. 'Sindsdien ben ik niet meer gestopt. Het was dag in, dag uit zingen, ook tijdens vakanties. In zo'n koor leef je niet volgens de schoolkalender, maar volgens het kerkelijk jaar.'

Later werd hij gerekruteerd voor de elite-kelen van New College in Oxford. Op z'n 20ste mocht hij mee naar Duitsland, voor een korte tournee met Bachs Weihnachts-Oratorium.

En toen, in het vliegtuig, kwam de vermaarde dirigent Christopher Hogwood op hem af. 'Of ik een zieke solist wilde vervangen. Hoog boven de wolken heb ik mijn partij ingestudeerd. Tijdens de concerten bekroop me het gevoel dat een solocarrière misschien iets voor mij was.'

In 2005 kon hij aan de slag bij de opera van Hamburg. Een jaar later hielp Hulett de ZaterdagMatinee uit de brand. Sindsdien vindt de prestigieuze concertserie elk seizoen wel emplooi voor de Engelse tenor.

Herstel, Britse tenor. Want, zegt Hulett, anders denken kenners meteen aan de legendarische Peter Pears en andere vertegenwoordigers van de ranke, etherische school, die de intellectuele benadering van een tekst vaak plaatst boven de muzikaal-spirituele.

'Het is de English blend die wordt gecultiveerd in koren: zachtjes dobberen aan de bovenkant van je stem. Terwijl ik ook andere karakteristieken nastreef, zoals meer diepte in de klank en een vloeiend legato. Zodat je met woorden meer kunt doen dan ze alleen maar keurig uitspreken.'

Die vaardigheid zal goed van pas komen in Maderna's Venetian Journal. Bij het Concertgebouworkest vormt het werk de theatrale toets in een verder serieus symfonisch programma. Zingen, praten en kwelen - Maderna laat geen truc onbenut.

Hulett: 'Het zijn de dagboekaantekeningen van een idioot. De muziek is opgesplitst in deeltjes die elkaar vrolijk tegenwerken. Ironisch genoeg mondt de chaos uit in een strenge fuga.
Natuurlijk gaat zo'n stuk niet over het etaleren van een mooie stem, je bent voortdurend bezig met het tot leven wekken van een tekst.'

Ziedaar zijn ideaal. 'Ik zing vier eeuwen repertoire, van Monteverdi tot vandaag. Het zou raar zijn als je die muziek benadert met één, uit duizenden herkenbaar geluid. Ik vind het een dubieus compliment wanneer de luisteraar bij mijn concerten denkt: ha, typisch Ben Hulett!' 

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Markus Stenz, met Benjamin Hulett (tenor).
Amsterdam, Concertgebouw, 15/12 en 16/12. Radio 4: 8/1, 14.15 uur. www.aaaserie.nl. 


TRIPLE A
Benjamin Hulett treedt op in de AAA-serie van het Concertgebouworkest. De afkorting staat voor Actueel, Avontuurlijk en Aangrijpend, de concertformule is interdisciplinair. Met muziek, lezingen, debat en beeldende kunst wil het orkest de oren openen voor een ander, vooral hedendaags geluid. Bij elk van de zes themaprogramma's levert het weekblad De Groene Amsterdammer een bijlage. Na het concert van donderdag vindt in het Concertgebouw een 'Meet & Greet' plaats met Hulett en andere musici. Voor vrijdagmiddag staan voordrachten en korte optredens gepland. Jongerenvereniging Entrée rondt het avondconcert af met een Late Night Café. www.aaaserie.nl. 

de Volkskrant, 15 december 2011

Een bedremmelde Kerst met Discantus



We bezochten de kraamkamer van de meerstemmige muziek. Die was tijdelijk gevestigd in de Lutherse Kerk van Zwolle, waar zes zingende vrouwen lieten horen hoe rond het jaar 1200 nieuwe melodieën ontsproten aan het eenstemmige gregoriaans. Dat was een revolutionaire fase in de westerse muziek. Zonder meerstemmigheid immers geen Bach en Beethoven, maar ook geen Beatles of Bjørk.

In zijn kerstprogramma wierp het Franse ensemble Discantus een blik op de Notre-Dame van Parijs. Dat was geen vals chauvinisme: in de vroege Middeleeuwen lag daar inderdaad het belangrijkste laboratorium van de polyfonie. Componisten als Leoninus en Perotinus experimenteerden er met de prilste meerstemmige technieken. Je kon elke noot gregoriaans voorzien van een tegennoot. Of je rekte hem juist op, waarmee je een basis legde voor de sierlijke arabesken van een tweede stem.

Toevallig heeft het Nederlands Kamerkoor net een tournee afgesloten met deels hetzelfde repertoire. Toch is het voor de liefhebber korte vreugde, want de Middeleeuwen zetten zelden een voet buiten de omheining van het Festival Oude Muziek.

Of Discantus tot de vlotste voorvechters behoort, is intussen een ander verhaal. De dames droegen dan wel geen kloosterhabijt, met hun enkellange, zwarte rokken maakten ze duidelijk dat het hier ging om een serieuze zaak. Zelfs de handbellen die hun visitekaartje vormen, vrolijkten de boel niet blijvend op.

Of die klokjes in de Middeleeuwen daadwerkelijk werden gebruikt, blijft ongewis. Of vrouwen zongen is evenmin zeker. Maar mist hangt vooral rond de vraag of ze dat deden met de half gecultiveerde, half naturelle stemmen van Discantus.

In Latijnse teksten werd feestelijk afgekoerst op de geboorte van Christus. 'De Maagd baart een kind zonder dat de lelie van haar kuisheid verwelkt, hei hei, nova gaudia!' Helaas golfde die nieuwe vreugde nogal bedremmeld uit de kelen. Zoals de meeste zang eerder studieuze correctheid deed vermoeden, dan hemelse inspiratie.

Maar eerlijk is eerlijk: de akoestiek van het Zwolse kerkje hielp niet mee bij het creëren van de galmende zingzang waar deze oude melodieën om vragen. Later deze week, wanneer het ensemble ruimere locaties aandoet in onder meer Utrecht en Amsterdam, kan dat alleen maar verbeteren. De potentie is er. Op volle sterkte en met een carillon van handklokken liet Discantus de ruimte wel degelijk zinderen en zoemen.

Kerst in de Notre-Dame. Ensemble Discantus o.l.v. Brigitte Lesne. Zwolle, Lutherse Kerk, 13/12. Tournee t/m 18/12. oudemuziek.nl

de Volkskrant, 15 december 2011

10 december 2011

Onmuzikale regie treft 'Orest' van Manfred Trojahn


foto: Hermann & Clärchen Baus
Het elektra wordt verzorgd door Elektra. Zo eenvoudig zit hedendaags muziektheater naar oude mythes soms in elkaar. In Orest, de nieuwe opera van de Duitse componist Manfred Trojahn, sluit Elektra de stekker aan van de boormachine waarmee haar broer Orestes een verse moord begaat. Zoemend draait de punt zich in de borst van zijn tante Helena. Als ze in elkaar zakt, kleeft de zoveelste bloedvlek op het behang van hun luxewoning in Argos.

Tijdens de wereldpremière van Orest, donderdag in het Amsterdamse Muziektheater, werd bij deze schanddaad echter niet gegruweld, maar juist gegniffeld. Forensische experts in witte overalls hadden negentig minuten lang de CSI-sensatie opgewreven. Ze wierpen ultraviolet licht op de badkuip waarin de moeder van Orestes, Clytemnestra, zijn vader Agamemnon had vermoord. Ze stelden de bijl veilig waarmee zoonlief vervolgens had ingehakt op zijn mams en haar minnaar. En dan kregen we nu deze lullige manoeuvre van een onhandige doe-het-zelver voorgeschoteld?

Achter zo'n idee schuilt mogelijk Britse ironie. Maar het onderstreept misschien ook dat regisseur Katie Mitchell zich aan haar Amsterdamse operadebuut heeft vertild. Zelden namelijk heeft premièrepubliek in de Stopera zo'n lauw slotapplaus afgeleverd.

Dat is vooral vervelend voor Manfred Trojahn, die zijn zelfgeschreven libretto heeft voorzien van klanken die nu eens borrelen als moerasgas, dan weer flikkeren als vlijmscherp metaal. Aanvankelijk lijkt de componist niet verder te komen dan tweesporenmuziek (óf hard, óf lyrisch). Maar gaandeweg breekt de partituur open in de kleuren die passen bij Elektra's hardheid, Orestes' twijfel en de narcistische weemoed van de uit Troje teruggekeerde Helena.

Aan Katie Mitchell waren zulke muzikale nuances minder besteed. Haar oor beperkte zich tot de vaststelling dat het soms nogal langzaam ging. Op het toneel vertaalde die observatie zich in een slow-motionmotoriek. En nu ze de spoelknop toch in de hand had, kon Mitchell de vijf Clytemnestra's die Orestes kwamen kwellen best achterwaarts laten lopen.

Die filmische oriëntatie leidde tot een onmuzikale paradox. Als ze zwegen, waren de solisten tot in het kleinste zenuwtrekje geregisseerd. Maar ging hun mond open, dan verloor Katie Mitchell haar greep. Alsof ze slecht uit de voeten kon met het raadselachtige fenomeen van de acterende zanger.

Manfred Trojahn had het stuk in terroristische kring willen plaatsen. Mitchell koos voor een familiegeschiedenis met psychiatrische trekjes, op te voeren in een als poppenhuis opengewerkte woning (jaren-zeventigstijl, veel gepolitoerd hout). Maar door de verzenuwde Orestes met medicijnen te sederen, bleef er van zijn angsten weinig over. En de stem van bariton Dietrich Henschel stak toch al mat af bij het vocale glanswerk van de vrouwen om hem heen.

Rosemary Joshua als Helena, Romy Petrick als haar blozende dochter Hermione, de halsstarrige Elektra van Sarah Castle: hun expressieve lijnen verdiepten de karakters. De andere helden van deze voorstelling zaten in de orkestbak. Het Nederlands Philharmonisch Orkest en dirigent Marc Albrecht schonken Manfred Trojahn de vlammende, trefzekere Uraufführung waarvan hij stiekem moet hebben gedroomd.

Manfred Trojahn: Orest. Regie: Katie Mitchell. Solisten, Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht. Amsterdam, Het Muziektheater, 8/12. Voorstellingen t/m 28/12, dno.nl. Radio 4: 17/12, 19.00 uur.


de Volkskrant, 10 december 2011


9 december 2011

Alarmfase rood voor de Nederlandse ensemblecultuur


Quadro Hotteterre

De sinds de jaren zeventig florerende ensemblecultuur komt door de bezuinigingen zwaar onder druk. Of heeft dat ook voordelen? Een rondgang.

Laatst viel het te beleven in de Rotterdamse Doelen: hoe dirigent Frans Brüggen zijn Orkest van de Achttiende Eeuw met wapperende jaspanden door de symfonieën van Beethoven joeg. We konden doorreizen naar het festival November Music in Den Bosch, waar de Grieks-Nederlandse componist Yannis Kyriakides intieme, onderhuidse klankverkenningen had uitgestippeld voor het ensemble Asko|Schönberg.

Tot de muzikale smaakmakers van Nederland behoort ook het ICP Orchestra, de improvisatieclub waarin pianist Misha Mengelberg en drummer Han Bennink geregeld loos gaan. Vergeten we het Ives Ensemble niet, specialisten van de ongedirigeerde kamermuziek uit de 20ste en 21ste eeuw. En ook celliste Quirine Viersen behoort tot de club, wanneer ze solerend in kerkjes van Kollum tot Westwoud de puurheid zoekt van Bach.

Al deze ontdekkingstochten vallen onder één noemer: de ensemblecultuur. Dat is de biotoop van oude en de hedendaagse muziek, van jazz en geïmproviseerde muziek - alle muziek die zich niet thuisvoelt op het traditionele pluche van symfonieorkest en operahuis. Tientallen groepen en groepjes garanderen dat in concertzalen, kerkruimtes en wijkgebouwen meer te beluisteren valt dan Mozart, Mahler en dixieland. De ensemblesector kwam op stoom in de jaren zeventig, het publiek stroomt toe sinds de jaren tachtig, en het buitenland is nog altijd jaloers.

Maar nu geldt alarmfase rood.

'Er gaan grote gaten vallen', waarschuwt de Vereniging Nederlandse Muziek Ensembles.
'Een belangrijk deel zal sneuvelen', bevestigt een oud-directeur van het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg.
'Over de toekomst moeten we niet overdreven optimistisch doen', meent ook de leiding van het Fonds Podiumkunsten.

Hun zorgelijke toon heeft een reden: per 1 januari 2013 gaat het mes in de subsidies. Van de 10,8 miljoen euro die het Fonds Podiumkunsten nu nog over de ensembles kan verdelen, resteren er 5,8 miljoen: een krimp van 47 procent. Wie aanspraak wil maken op geld, moet bovendien voldoen aan nieuwe, aanzienlijk strengere eisen.

Holland Baroque Society
'De sector gaat bloeden', voorspelt Paul Dijkema, woordvoerder van de Vereniging Nederlandse Muziek Ensembles. Volgens hem kan Amsterdam Sinfonietta straks zonder aanvullende financiering 'geen kant meer op'. Als het Nieuw Ensemble al blijft draaien, is het 'gemankeerd'. Gerespecteerde oudjes als het Nederlands Kamerkoor (1937) zijn hun leven net zo min zeker als de blozende Holland Baroque Society (2005).

Het gevolg is, vrezen sommigen, dat er straks nog nauwelijks hedendaagse noten worden gespeeld. Dat de oude muziek een zware dreun krijgt. Dat de humuslaag van het muziekleven verschraalt. Maar er klinken ook andere geluiden. Misschien, werpen sommigen tegen, zijn er ook ensembles sleets geraakt. En waarom zou je de subsidiekanalen, verstopt door grootverbruikers, niet eens doorblazen?

Dat laatste suggereert het Fonds Podiumkunsten zelf, in zijn inleiding bij de Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies 2013-2016. Daar valt te lezen: 'Het nieuwe stelsel moet een eind maken aan historisch gegroeide, maar niet meer te verantwoorden subsidieverschillen.'
Sinds dit document in november verscheen, gaat het in ensembleland even niet meer over Bach, Brubeck en Boulez. Men kauwt er op taaie woorden als 'drempelnorm', 'innovatietoeslag' en 'eigeninkomstenquote'.

Hoe anders ging dat in de begintijd, toen het 'eksperiment' klonk tijdens 'inklusieve konserten' in Carré. Toen met knijpkikkers en ratels werd geprotesteerd in het Concertgebouw. Toen je opwindende manifestaties kon bijwonen als 'Musici voor Vietnam'. Het moest rond 1970 allemaal anders. En liefst een beetje snel. Componist Louis Andriessen richtte het Orkest De Volharding op, dat aantrad bij stakingen en demonstraties. Reinbert de Leeuw bracht het modernisme van de Tweede Weense School onder bij het Schönberg Ensemble. De authentieke dadendrang van Frans Brüggen ontlaadde zich in het Orkest van de Achttiende Eeuw.



Mathieu Heinrichs zat bij die revolutie op de eerste rang. In 1978 begon hij als publiciteitsmedewerker bij het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg. In 2007 nam hij er afscheid als directeur. Vredenburg haalde ze binnen, het Willem Breuker Kollektief met z'n vrolijke anarchie, de ritmische toverpaleizen van Slagwerkgroep Den Haag, de amper opgedroogde noten waarin het Asko Ensemble zich had gespecialiseerd. Mathieu Heinrichs zag jonge honden in een uitgelaten stemming. 'We hadden elke maand wel een festival oude of nieuwe muziek kunnen programmeren.'
 
Op weinig plekken werd de klassieke mainstream zo vroeg en zo brutaal uitgedaagd als in Nederland. Om de pluriformiteit te vieren verrees in 2005 het Muziekgebouw aan 't IJ. Al decennialang hebben Nederlandse ensemblemusici, geëngageerd en veelzijdig, in het buitenland een streepje voor.

Het Nederlands Kamerkoor in vroeger tijden
Maar thuis liggen het elan en de kwaliteit onder vuur. Het is bon ton om te constateren dat de cao-zangers van het Nederlands Kamerkoor zijn ingehaald door de freelancers van Cappella Amsterdam. Met zijn kernrepertoire, buiten de kindercomponistjes en muzikale immigranten om, scoort het Nederlands Blazers Ensemble soms zuinige recensies met daarboven een of twee sterren. 'Je kunt ook niet eeuwig de sensatie van het nieuwe overeind houden', zegt Mathieu Heinrichs. 'Neem het orkest van Brüggen. Zo revolutionair als in de begintijd kan het gewoon niet meer spelen. Die esthetiek is allang doorgesijpeld naar het reguliere muziekleven.'

De bezoekersaantallen lijken op het eerste gezicht niet verkeerd. In 2009 trokken de dertig ensembles van de Vereniging Nederlandse Muziek Ensembles een half miljoen bezoekers met 1.200 concerten, gemiddeld 400 per concert. Maar iedereen die weleens een zaal binnenstapt, ziet dat de nieuwe muziekensembles daar soms fors onder duiken.

Met hetzelfde genre trok Vredenburg destijds acht- tot negenhonderd liefhebbers, weet Mathieu Heinrichs. De terugval heeft volgens hem minder te maken met de ensembles en hun repertoire, maar meer met het publiek. 'De komst van nieuwe media heeft het consumptiegedrag ingrijpend veranderd. De marketing is een stuk gecompliceerder geworden. Ik kon ooit volstaan met de juiste advertentie in de Volkskrant of NRC.'

Dat het tij keert, bleek ook in 2008. In zijn subsidieadviezen kraakte het Fonds Podiumkunsten het ondernemerschap van wereldvermaarde ensembles als het Amsterdam Baroque Orchestra en Asko|Schönberg. En sindsdien is de wind voor de ensembles alleen maar guurder geworden. Steeds meer burgers bekijken de kunsten door het populistische frame van de subsidieslurper.

In het heetst van de bezuinigingsdiscussie leverde dat een bedroefde Jaap van Zweden op. Bij Pauw & Witteman schetste de dirigent en oud-violist het gekwetste perspectief van de beroepsgroep. Stop je vanaf je kindertijd uren per dag in een weerbarstig instrument, zetten ze je te kijk als parasiet.

Terwijl het voor ensemblemusici allesbehalve een vetpot is, zegt woordvoerder Dijkema van de vereniging Nederlandse Muziek Ensembles. Hij schat de bruto honoraria op 120 à 250 euro per concert. Minder komt ook voor. Een dagdeel repeteren levert 60 tot 90 euro op. Het instuderen van een gloednieuwe partituur geschiedt voor eigen rekening: wie er geen orkest- of lesbaan naast heeft, blaast of strijkt zich suf.

Toch, zo meldt de tweekoppige directie van het Fonds Podiumkunsten op zijn Haagse kantoor, is het binnen de gegeven schaarste juist de ensemblesector die relatief wordt ontzien. George Lawson: 'Op theater, dans en festivals bezuinigen we weliswaar 5 procent minder, maar die sectoren wacht een veel zwaardere concurrentie van collega's die uit de Basisinfrastructuur worden gestoten.'

Basisinfrastructuur, afgekort BIS: dat is de eredivisie waarbinnen de subsidies worden verdeeld door de Raad voor Cultuur. Maar aan die boom is door staatssecretaris Zijlstra flink geschud. De afvallers rollen linea recta naar het Fonds Podiumkunsten, dat zelf met 30 procent wordt gekort.

Directeur Henriëtte Post: 'De ensembles wacht een enorme selectie. Maar voor de overlevers is er een positieve kant: hun afzetmarkt wordt flink verruimd.' Vanaf 15 december kunnen de aanvraagformulieren worden gedownload. Post verwacht er 100 tot 120 retour, waarvan er naar verwachting 'minder dan de huidige 37' kunnen worden gehonoreerd.

'Toch zijn het geen treurige gesprekken die wij met de ensembles voeren', zegt mede-directeur Lawson. 'Ik zie volop creativiteit. Men is bezig de mogelijkheden van de nieuwe regeling te ontdekken. Sommige groepen onderzoeken of ze gezamenlijk een aanvraag kunnen indienen, andere of ze nog wel goed zitten in hun vestigingsplaats Amsterdam.'

Henriëtte Post: 'De sleutel ligt in de relatie met het publiek. Als de ensemblewereld zich daar de afgelopen tien jaar meer op had geconcentreerd, was er nu een andere situatie geweest. Te lang hebben we gedacht dat het vanzelf zou gaan.'



Zieltogend Muziekgebouw
Toen het Muziekgebouw aan 't IJ in 2005 werd opgeleverd, gold het als een triomf van de Nederlandse ensemblecultuur. Zalen, kantoorruimte en een eigenwijze programmering: het land had er een parel bij. Zes jaar later zieltoogt de tempel. Het programmabudget van negen ton is bescheiden voor een podium dat week in, week uit moet draaien. De gemiddelde zaalbezetting bedraagt 50 procent. Vanaf februari 2012 moet een nieuwe directeur, de van Paradiso betrokken Maarten van Boven, het schip vlot trekken. Dat er meer pop gaat klinken, heeft hij alvast aangekondigd. Het zou niet verbazen als ook wereldmuziek aan de oevers van 't IJ een opmars maakt. Dat er publiek voor is, heeft het Holland Festival in zijn laatste edities aangetoond met de Libanese zangeres Fairouz en haar Egyptische collega Amal Maher.

De nieuwe subsidieregels 
Vanaf 1 januari 2013 verdeelt het Fonds Podiumkunsten jaarlijks 5,8 miljoen euro over de muziekensembles (nu nog 10,8 miljoen). Aanvragen worden beoordeeld volgens een puntensysteem dat rekening houdt met artistieke kwaliteit, ondernemerschap, pluriformiteit, spreiding over het land en het al dan niet ontvangen van een bijdrage van gemeente of provincie. Ook de grootte van de zalen waarin wordt opgetreden, speelt een rol. Daarnaast valt een innovatietoeslag te verdienen van 20 procent. Het systeem van exploitatiesubsidies verdwijnt. Het Fonds kent een basisbedrag toe per voorstelling (minstens veertig en maximaal tachtig per jaar). 

de Volkskrant, 9 december 2011

1 december 2011

Trio Suleika excelleert in ruis en boventoon


In de delicate wereld van pianotrio en strijkkwartet is het een ijzeren wet: vroeg of laat krijg je te kampen met personeelsverloop. Bij het Nederlandse Trio Suleika breekt dat moment tien jaar na oprichting aan, nu Sanne Hunfeld toeleeft naar een tweeling. Ze wordt opgevolgd door Emmy Storms.

Hunfeld vertrekt op een hoogtepunt. De nieuwe Suleika-cd, met pianotrio's van Ravel en Olthuis, laat namelijk weinig te wensen over. Hunfeld en de cellist Pepijn Meeuws bewijzen zichzelf als meesters van ruis en boventoon. Maurice Lammerts van Bueren haalt uit zijn piano zowel mos als klokkenspel. Gedrieën geven ze Ravels Pianotrio meesterlijke trekjes.

Even spannend verloopt de reis die Kees Olthuis schildert in Voyage à l'horizon.....Seul..... Met impressionistische toets en al is dit stuk opgedragen aan de in 2002 overleden decorontwerper en schilder Harry Wich.


Ravel, Olthuis. Trio Suleika: Voyage. Cobra Records


de Volkskrant, 30 november 2011









Met EnsembleCaméléon op puberjacht

Foto: Foppe Peter Schut
De zeven strijkers van het Nederlandse EnsembleCaméléon gingen op puberjacht. Ze vingen Gioacchino Rossini, die als 12-jarige een alleraardigste Sonata a quattro afleverde. Ze verschalkten Felix Mendelssohn, de 14-jarige schepper van strijkerssymfonieën. En ze kregen Erich Wolfgang Korngold in het vizier, de Wener die rond z'n 17de een Strijksextet met Freudiaanse ondertonen schreef.

In haar toelichting legt Vrouwkje Tuinman een speelse link tussen wonderkind en puberbrein. Op hun beurt laten de musici horen dat er aan jonge noten niks kinderlijks hoeft te kleven. EnsembleCaméléon wroet en walst in Korngold. Rossini wordt feestelijk gearticuleerd. En op safe wenst de groep ook in Mendelssohn niet te spelen. Het enige wat het luisterplezier soms ontregelt, zijn rafelrandjes aan het samenspel.

EnsembleCaméléon: Rossini, Mendelssohn, Korngold. Challenge Classics 

de Volkskrant, 30 november 2011








Up-close, of de zuigkracht van een puike partituur


Michel van der Aa is de eerste componist die een celloconcert schreef met een rol voor een staande schemerlamp. Andere primeur: de uitverkoren soliste, Sol Gabetta, verruilt haar glamoureuze concertkleding voor een huisvrouwenjurk uit de jaren vijftig.

Up-close (2010) heet het stuk waarin Van der Aa opnieuw film en muziek combineert. De dvd-registratie begint als een regulier concert in het Muziekgebouw aan 't IJ. Tot Gabetta op filmdoek wordt verdubbeld door een oudere vrouw die raadselachtige handelingen uitvoert.

Het spiegelpaleis van muzikante en actrice heeft Van der Aa eerder opgetrokken. In zijn kameropera One, met sopraan Barbara Hannigan, verliep het proces gelaagder dan in dit instrumentale concert. Neemt niet weg dat Up-close, begeleid door Amsterdam Sinfonietta, laat zien hoe je met film de zuigkracht van een puike partituur vergroot.

Michel van der Aa: Up-close. Sol Gabetta (cello), Amsterdam Sinfonietta.
Disquiet Media 

de Volkskrant, 30 november 2011


Hohe Messe, los van aardse zwaarte


Toegegeven, De Nederlandse Bachvereniging heeft er vorige week een paar tweets aan gewijd. En op Radio 4 stond artistiek leider Jos van Veldhoven desgevraagd stil bij het overlijden van zijn voorganger Charles de Wolff. Maar van een eerbetoon viel dinsdag in het Amsterdamse Concertgebouw geen spoor te bekennen bij het begin van een tournee met de Hohe Messe.

's Lands oudste barokensemble voert Bachs meesterwerk langs veertien steden in Nederland en Japan. De mis klinkt er in kleine vocale bezetting, volgens de authentieke inzichten waar Charles de Wolff in 1983 niet aan wilde. Na achttien jaar chefschap stapte hij op, met kaping van het halve koor.

Tegenwoordig werkt de Bachvereniging alweer jaren op z'n 18de-eeuws en biedt ze emplooi aan 'concertisten' en 'ripiënisten'. Flexibele zangers zijn dat, met het verschil dat concertisten vooral solo zingen en ripiënisten het meest in koor. In het Kyrie waarmee de Hohe Messe opent, kon Jos van Veldhoven de voordelen van deze aanpak breed etaleren. Hij bezette koorpassages naar wens met een, twee of drie stemmen per partij, wat regenboogachtige verkleuringen opleverde.

Of de Grote Zaal daarvoor de meest geschikte akoestiek biedt, is een ander verhaal. Van Veldhoven selecteert zijn solozangers mede op grond van hun mengend vermogen. Het intiemere geluid dat daarbij hoort, komt niet vanzelf tot z'n recht in een ruimte waarvan de kubieke meters zijn berekend op symfonische krachtpatserij.

Maar de symboliek van de plek waar de Hohe Messe in 1891 z'n Nederlandse première kreeg, is ook wat waard. Onder Julius Röntgen zal de mis lang niet zo slank, vlot en lenig hebben geklonken. Ook de kunst van het zweven moest vermoedelijk nog worden aangeleerd.
Van Veldhoven maakt de noten los van aardse zwaarte, zonder dat het uitmondt in kwezelarij. Ad rem was ook zijn snelle schakelen van het mystiek gloeiende 'Crucifixus' naar de montere wederopstanding van 'Et resurrexit'.

Het 'Christe eleison' profiteerde van het timbreverschil tussen de sopranen Johannette Zomer (licht gevoileerd) en Dorothee Mields (kristalhelder). En al moest Charles Daniels zich met kunst en vliegwerk door de registerwisselingen heenslaan, het 'Benedictus' van de tenor was een parel. Mede dankzij Marten Root, de traversospeler die met uitgekiende fraseringen reikte naar de hemel.

Bach: Hohe Messe. De Nederlandse Bachvereniging o.l.v. Jos van Veldhoven. Amsterdam, Concertgebouw, 29/11. Tournee van 13/12 (Middelburg) t/m 23/12 (Groningen), bachvereniging.nl.


de Volkskrant, 1 december 2011