17 januari 2012

Severin von Eckardstein bedwelmt en irriteert tegelijk


Sommige pianisten razen als een dolle door Beethoven. Ook bestaan er hakkers die een lastige Skrjabin aan gort spelen. Om nog maar te zwijgen van de halftalenten die een teergevoelige Debussy om zeep helpen.

Van zulke vergrijpen kun je Severin von Eckardstein niet betichten. Sterker nog: de Duitse baron en pianist, pas 33 maar toch al voor de vierde keer te gast in de serie Meesterpianisten, toont in Amsterdam juist keer op keer zijn extreme klankbewustzijn.

Akkoorden pleegt hij op een goudschaaltje te wegen. In de steels oplichtende middenstem is hij een meester. En met het grootste gemak, zo lijkt het, roept hij in zijn recitals een wereld op van sensibele noten die alleen al betoveren door de souplesse waarmee ze uit zijn vingers vloeien.

Die vaardigheid leverde zondagavond opnieuw sublieme seconden op. In Debussy's Images, tweede boek, kwam zuiver bronwater van het podium sijpelen. Briljant aan Skrjabins Eerste pianosonate waren onder meer de uitdovende echo's. En in Beethovens sonate nummer twaalf liet Eckardstein horen dat je ook met toets en snaar kunt neuriën.

Sympathiek was bovendien dat hij Wilhelm Friedemann Bach uit de slagschaduw van zijn vader haalde. Geen pianist heeft Friedemanns polonaises op het repertoire staan. Het is hypergevoelige muziek waarvan het sentiment per tel kan omslaan, passend bij het proeftuinkarakter voor de aanstaande Romantiek.

Helaas streek Eckardstein die experimentele trekjes met een vergeestelijkte glimlach glad. En na de Bachzoon moest ook Beethoven tolereren dat zijn impulsen ondergeschikt werden gemaakt aan een ideaal van rust, reinheid en regelmaat.

Het bleek de keerzijde van Eckardsteins klankmagie: componisten moeten er hun persoonlijkheid voor inleveren. Ze raken allemaal onthaast en onthecht. Zonder uitzondering worden het filosofische dromers die welsprekend het pad naar verlichting bewandelen.

Ook de karakterportretten in Schumanns Carnaval, hoe virtuoos geschilderd ook, deelden in dat gebrek: ze twijfelden nergens en schrijnden nooit. Na vier toegiften wisten we het zeker: het pianospel van Severin von Eckardstein kan zowel bedwelmen als irriteren tegelijk.

Serie Meesterpianisten: Severin von Eckardstein. Werken van W.F. Bach, Beethoven, Schumann, Debussy en Skrjabin. Amsterdam, Concertgebouw, 15/1. 

de Volkskrant, 17 januari 2012

1 opmerking:

Mercabas zei

Mijn hemel, wat een onvoorstelbaar leeghoofdig gelul van deze recensent. Die quasi-literaire onechtheid, die nietszeggende hoogdravendheid doen absoluut geen recht aan wat Severin werkelijk op het podium presteert. Deze zg recensie is totaal overbodig en had door de redactie onmiddellijk naar de prullenmand moeten worden verwezen. Beschamend, deze waanzinnige ijdelheid. Zulk soort gezever sterkt mij eens te meer in mijn overtuiging dat recensies vaak, heel vaak,pure pagina- opvulling zijn en verder niks. Uggh...