Philippe Jaroussky heeft voor z'n derde toegift de
stembanden nog niet geplooid, of tijdens het instrumentale intro ruist de
herkenning door de Grote Zaal van het Concertgebouw. Ombra mai fu, toch
nog! Op de peinzende tonen van Georg Friedrich Händel prijst koning Xerxes de
schaduw van zijn geliefde plataan. Ooit was dit het openingstafereel van een
barokopera, tegenwoordig vormt de aria het scherm waarop iedereen zijn eigen
melancholie mag projecteren.
Philippe Jaroussky (34), de Franse countertenor met een
postuur zo slank en soepel als zijn stem, plant de voeten stevig op het podium.
Zijn begintoon straalt zachter dan zacht, neemt traploos in intensiteit toe, en
vloeit pas na een seconde of tien bevrijdend uit in toon nummer twee.
Met zulke hoogstandjes mochten ze graag pronken, de
castraten voor wie Händel zijn aria's op vrouwenhoogte noteerde. Senesino,
Carestini en andere gemutileerde sterren: samen met het blakend begeleidende
Freiburger Barockorchester plukte Philippe Jaroussky een tuiltje van de op hun
lijf geschreven noten bij elkaar.
Hij is de nieuwe knuffelcounter, de erfgenaam van
publiekslievelingen als Michael Chance en Andreas Scholl. Jaroussky belichaamt
de voortgaande ontwikkeling van zijn stemvak: de hoge mannenzang wordt almaar
leniger, smijdiger en stratosferischer. Bovendien is hij in al z'n androgyne
uitstraling een leuke knul om te zien.
De Fransman is sterk in z'n timing en presteert technisch
nagenoeg volmaakt. Vlinderend door Händel speelt hij geraffineerd zijn
specialiteit uit: het orkest zwijgt, Jaroussky zingt een schuchtere arabesk,
waarna hij de muziek met zilveren herfstdraden weer op gang trekt.
Neemt niet weg dat zijn niet al te volumineuze stem op rij
13 beter doorkomt dan op het frontbalkon. Dat verstaanbaarheid zo te horen geen
prioriteit heeft. En dat Jaroussky de jaloerse, giftige en chagrijnige
sentimenten van Händels vulkanische operamuziek stelselmatig verdonkeremaant.
Zo is het toch weer het oude liedje: er lopen maar weinig countertenoren
rond die de vermoede kracht en kleur van de uitgestorven castratenstem kunnen
leveren.
Aria's van Händel. Philippe Jaroussky (countertenor), Freiburger Barockorchester o.l.v.
Petra Müllejans. Amsterdam, Concertgebouw, 19/2.
de Volkskrant, 21 februari 2012
Lees hier de recensie van een concert dat Jaroussky gaf in juli 2010

0 reacties:
Een reactie plaatsen