De Franse trompettist Maurice André is zaterdag op
78-jarige leeftijd overleden. André was de man die de trompet als
solo-instrument voor de klassieke muziek heeft ontdekt. Met zijn feilloze
techniek, reikend tot in de hoogste registers, werd hij de belangrijkste en
meeste succesvolle trompetsolist van de 20ste eeuw.
Aanvankelijk leek hij voorbestemd voor een arbeidersleven.
Van z'n veertiende tot z'n achttiende werkte André in de mijnen. Later zou hij zeggen
dat daar zijn belangrijkste leerschool lag, 'elke dag zeventien ton kolen versjouwend'.
Trompet spelen leerde hij intussen van zijn vader. Een amateurmusicus in de Zuid-Franse
woonplaats Alès herkende het talent en verwees Maurice André naar een professionele
leraar.
Zijn studie aan het Parijse conservatorium rondde hij
binnen twee jaar af met een premier prix. Als solotrompettist speelde
André vervolgens in verschillende orkesten. In 1963 won hij het ARD-concours in
München. Maurice André was eigenlijk uitgenodigd om plaats te nemen in de jury,
maar vanwege het te verwachten prestige en het aantrekkelijker financiële vooruitzicht
schreef hij zich liever in als deelnemer.
André groef eeuwen trompetrepertoire op, dat hij vanaf
1953 vastlegde op ruim 250 lp's en cd's. Innig was zijn samenwerking met de organiste
Marie-Claire Alain. Bovendien werkte hij met de grootste dirigenten van zijn
tijd, onder wie Karajan, Bernstein en Muti.
Zijn lijfstuk werd het Tweede Brandenburgse Concert van
Bach, met de boven alles uit torenende trompetpartij. Voor zulk barokrepertoire
gebruikte André een 'piccolotrompet' met vier ventielen - niet authentiek, wel effectief. Componisten als André Jolivet en Boris Blacher droegen
nieuwe stukken aan hem op. Tegelijkertijd bleef André zijn afkomst trouw en
speelde hij een breed amusementsrepertoire van polka's, marsen en mazurka's.
Vanaf de jaren negentig nam hij gas terug; zijn laatste concert gaf hij in
2008. Maurice André overleed in het ziekenhuis van Bayonne in Frans Baskenland.

0 reacties:
Een reactie plaatsen