14 maart 2012

Deemoed en perfectie in b-klein: Herreweghes zwartekousen-Bach


De lof van de Allerhoogste kun je op verschillende manieren zingen. Jubelend en vitaal, met gebruik van alle aardse talenten die de Heer heeft geschonken. Of juist sober en ingetogen, in het sprakeloze besef van de eigen nietigheid.

Philippe Herreweghe kiest in zijn nieuwe opname van Bachs Hohe Messe voor het laatste. In gestileerde deemoed buigt de Vlaming het hoofd. Als het al niet voor God is, dan toch zeker voor Bach. Vanaf het eerste Kyrie bespeur je de marsorders die de musici kregen uitgereikt: vermijd alles wat ruw of hoekig is, loop over wolken, cijfer jezelf weg. 

Dat laatste lukt in elk geval de vijf solisten, onder wie sopraan Dorothee Mields en countertenor Damien Guillon, met een blank gevooisd geluid. Maar met zoveel beheerste perfectie wordt het in de Bachhemel snel saai. Zorgvuldig vermijdt Herreweghe de schijn van genot. Je zinkt er verzaligd bij op de knieën. Of je krijgt de kriebels van een zwartekousen-Bach.

J.S. Bach: Hohe Messe. Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe. Phi.

de Volkskrant, 7 maart 2012 

Geen opmerkingen: