Het festival van Aix-en-Provence loopt
voorop met nieuwe visies op de operakunst. In Zuid-Frankrijk luidt het jongste
toverwoord: mediterraniseren.
Vanaf de terrasjes in het labyrintische
stadshart van Aix-en-Provence nemen cohorten bezwete toeristen het waar: hoe
ook de mannen hier elkaar begroeten met een dubbele kus op de wang. Het oogt
hip en mondain, in de Mediterranée, maar wie het gebaar ’s avonds herhaald ziet
op het toneel van het Grand Théâtre de Provence, bij de wereldpremière van
George Benjamins langverwachte opera Written on Skin, gaat vermoeden
dat de heren handelen volgens een oude gewoonte.
De theaterkus vindt plaats in een half
modern, half Provençaals decor. Hij is door George Benjamin, het voormalige
Britse wonderkind dat op 52-jarige leeftijd zijn tweede opera aflevert, verpakt
in hedendaagse, zeer sensitieve noten. Minstens één lid van de aanwezige
opera-avant-garde zal de zoen met stil gejuich hebben geregistreerd: Bernard
Foccroulle, directeur van het Festival d’Art Lyrique in Aix-en-Provence.
De
geboorte van de nieuwe Benjamin kostte hem twintig jaar masseren, al sinds de
tijd dat Foccroulle nog aan het hoofd stond van de Brusselse Muntopera. Maar de
aanhouder wint: met Written on Skin presenteert het festival de wereldpremière van het jaar.
Bij
het gunnen van de opdracht had Foccroulle een ongebruikelijk verzoek: of George
Benjamin en zijn librettist Martin Crimp in hun opera iets konden weerspiegelen
van de streek waar hij boven de doopvont zou worden gehouden. De
connectie met de mediterrane wereld vonden Benjamin en Crimp in een
Provençaalse legende uit de 13de eeuw, een liefdesverhaal met wrede trekjes,
over een man die zijn overspelige vrouw het hart van haar minnaar voorschotelt,
waarna hij haar dwingt het tot op het laatste vliesje op te eten.
Bij
de ovationeel ontvangen première raakte sopraan Barbara Hannigan, dapper
doorkauwend, in een gezegende staat van razernij. Doodzonde
dat ze in oktober niet bij de eerste voorstellingenreeks buiten Aix kan zijn,
als Written on Skin wordt hernomen in Het Muziektheater van Amsterdam.
Bernard Foccroulle deed zijn
Provençaalse suggestie overigens niet omdat hij het festival de folkloristische
kant op wil sturen. Zeker, bevestigt de geboren Luikenaar op zijn werkkamer,
het budget van 20 miljoen euro staat in crisistijden onder druk. Maar nee, de
Franse staat, de regio, het departement, de stad en de Europese Unie die er
eensgezind 36,5 procent aan bijdragen, dringen niet aan op popularisering.
De kwestie ligt fundamenteler. Als de
kunstvorm na vier eeuwen niet wil verstenen, zegt Foccroulle, zijn nieuwe
impulsen noodzakelijk. Nieuwe opera’s verkeren maar al te vaak in ijle
werelden. ‘En om een ander manco te noemen: er lopen te veel regisseurs rond
die alleen maar muziektheater doen. Dat wordt op den duur eentonig.’
Bij voorkeur haalt Foccroulle dan ook
artiesten van buiten het vak naar Aix, zoals de Zuid-Afrikaanse beeldend
kunstenaar William Kentridge, of de Canadese theatermaker Robert Lepage, wiens
poëtische voorstelling De nachtegaal en andere fabels, met
schaduwtheater en waterbassin, afgelopen januari Amsterdam aandeed.
En sinds kort luidt in Aix het
toverwoord: mediterraniseren. Vanaf het begin in 1948 heeft het festival
uitsluitend naar het noorden getuurd, constateert Foccroulle. ‘Het wordt hoog
tijd dat we die blik oprekken naar 360 graden.’
Daarom zal de festivalbijdrage in 2013,
wanneer Marseille samen met Aix en omstreken optreedt als Culturele Hoofdstad
van Europa, niet alleen bestaan uit Richard Strauss’ drama Elektra,
overigens geregisseerd door de Franse legende Patrice Chéreau. Een
compositieopdracht ging naar de jonge Portugees Vasco Mendonça, die in de
orkestbak het Nederlandse ensemble Asko|Schönberg aantreft.
Ondertussen dwaalt Foccroulles blik
alweer verder, tot voorbij de oevers van de Middellandse Zee. ‘Ook daar wonen
kunstenaars’, stelt hij vast, ‘dichters, dansers en musici die de opera kunnen
voorzien van vers bloed. Zo hopen we volgend jaar musici uit het Syrische Aleppo
te ontvangen.’
Omgekeerd hebben de eerste spionnen uit
Aix, een strijkkwartet dat is voortgekomen uit het omvangrijke
educatieprogramma, afgelopen voorjaar het Noord-Afrikaanse terrein verkend, met
als resultaat dansende jeugd op de pittige klanken van de Hongaar Ligeti. In
oktober reist de festivalproductie van Ravels eenakter L’enfant et les
sortilèges naar Tanger, Marrakech en Casablanca.
Foccroulle: ‘De Arabische contacten
zitten nu nog in de marge van het festival, maar het publiek gaat er de komende
jaren steeds meer van merken. Culturele uitwisseling krijgt absolute
prioriteit.’
Trendsettend operafestival
Het Festival van Aix-en-Provence begon
in 1948 met een opvoering in de buitenlucht van Così fan tutte, een
Mozartopera die toen nog niet behoorde tot het ijzeren repertoire. Sindsdien
heeft Aix zich ontwikkeld tot een pleisterplaats voor jong talent en grote
namen, vooral op regiegebied, zoals Peter Brook, Robert Carsen en Patrice
Chéreau. Met een budget van 20 miljoen euro - het Holland Festival past er drie
keer in - toont Aix in drie weken tijd vijf producties, die vervolgens worden
afgenomen door festivals en operahuizen wereldwijd. Een deel van de oogst van
2012 valt te zien op arteliveweb.com.
de Volkskrant, 14 juli 2012