30 januari 2014

Thomas Hampson dobbert en deint in Brahms



In het hoofd van menig muziekliefhebber zit Thomas Hampson voorgoed vastgeklonken aan Gustav Mahler. De bariton mag Verdi zingen wat hij wil, of pionieren met de liedschatten van homeland Amerika - zeg je Hampson, dan zeg je Mahler.

Des te opvallender dat hij het Amsterdamse Concertgebouw uitkoos voor zijn eerste confrontatie met de liedkunst van Johannes Brahms. Dat Nederland die eer te beurt viel, zal deels te maken hebben met het feit dat Hampson (58) zijn carrière in 1980 lanceerde via het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch. Warme herinneringen koestert hij bovendien aan het Amsterdamse Mahlerfeest van 1995. En mogelijk gaven zijn jubilerende vrienden van Amsterdam Sinfonietta hem het laatste zetje richting de Vier ernste Gesänge van Brahms.
 
Het zijn weerbarstige stukken op Bijbelse tekst, van een componist die aan het einde van zijn leven in het reine wil komen met de dood. De hedendaagse Brit David Matthews heeft de oorspronkelijke pianopartij omgeschreven voor strijkorkest. Behoud van intimiteit was zijn leidende gedachte, maar in de Amsterdamse Grote Zaal sneefde uitgerekend de intimiteit.

Dat kwam voor een deel door de akoestiek: er moesten heel wat kubieke meters worden gevuld. Maar er was ook een muzikale reden. Hoe delicaat en kundig Matthews de gehamerde snaren ook heeft vervangen door gestreken snaren, het was alsof het met groeven doorploegde gelaat van de Vier ernste Gesänge door een grimeur wat al te rozig was verzacht.

Bovendien: één pianist speelt handiger in op de wendingen van een zanger dan 22 strijkers. Dat Brahms dobberde en deinde viel des te scherper op toen Hampson overstapte naar een lied van zijn landgenoot Samuel Barber. Dover Beach heette de parel. De Engelse taal, een hogere ligging: Hampson kwam overrompelend voor de dag.

Hoe 'vertellender' hij kan zingen, hoe liever het hem lijkt. Neem Der Rattenfänger van Hugo Wolf. Met wat toneelspel erbij kreeg de bariton zijn publiek op de stoelen. De toegiften leidde hij in als een charmeur die zich graag nog eens kwam warmen aan een oude geliefde. 'Hoe kan ik naar het Concertgebouw komen zonder één lied te zingen van Gustav Mahler?'

Hij koos Rheinlegendchen. Thomas Hampson dobberde en deinde opnieuw, maar dit keer magistraal. Niet helemaal stemvast misschien, wel met de verleidingskracht van een casanova.

★★★☆☆

Brahms, Wolf, Barber e.a. Thomas Hampson (bariton), Amsterdam Sinfonietta o.l.v. Candida Thompson. Amsterdam, Concertgebouw, 28/1.

de Volkskrant, 30 januari 2014

Geen opmerkingen:

Een reactie posten