![]() |
| Ausryne Stundyte (foto: Vlaamse Opera / Annemie Augustijns) |
Voor een blik op de Russische ziel hoef je niet af te
reizen naar de Krim. Antwerpen volstaat. De Vlaamse Opera toont Lady
Macbeth van Mtsensk, een meesterwerk van Dmitri Sjostakovitsj uit 1934. Na
twee succesvolle jaren vond Jozef Stalin het in 1936 welletjes. 'Chaos in
plaats van muziek', las Sjostakovitsj in de partijkrant Pravda. De
auteur, men vermoedt Stalin zelf, veegde de vloer aan met 'lawaai, gekraak en
gekrijs'.
Dat viel in Antwerpen inderdaad allemaal te horen. Bovendien
werd er tekstgetrouw gemarteld, verkracht en genaaid. Maar gaandeweg de
avond groeide het vermoeden dat Stalins toorn toch vooral moet zijn
voortgekomen uit iets anders. Onder het verhaal van Katerina Izmajlova, de moordende
maar tegelijk ontroerende koopmansvrouw, plaatste Dmitri Sjostakovitsj de ongemakkelijke
soundtrack van de Russische maatschappij.
Die lijkt nog steeds te passen. In de meute die Katerina's
kokkin aanrandt ('wat een tieten!') bespeur je de agressie van homojagers
in recente YouTubefilmpjes. De diender die er meteen op los mept, liet zich tijdens
de Olympische Spelen in Sotsji zien bij de meiden van Pussy Riot. Corruptie,
dwang en vernedering: in die weinig vrolijke wereld moest Katerina Izmajlova al
in 1865 zien te overleven.
De Catalaanse regisseur Calixto Bieito plempt er in
Antwerpen een paar kuub gore modder voor neer. In de entourage van een
fabriekshal tekent hij met secure psychologische pen de ondergang van de naar
liefde hunkerende vrouw die in de Pravda werd neergezet als de
'primitieve en vulgaire Katerina'.
Niemand streelt mijn borsten, klaagt ze. Katerina Izmajlova
is getrouwd met een kerel die niks klaarspeelt en moet zich haar tirannieke schoonvader
van het lijf houden. Eerst masturbeert ze op harpgetinkel, dan stort ze zich in
een affaire met de arbeider Sergej. 'Kus me zo hard dat m'n lippen pijn doen',
smeekt Katerina. Drie moorden later (schoonpapa, echtgenoot, Sergejs nieuwe minnares)
slaat ze de hand aan zichzelf.
Sprekend over zijn opera muntte Sjostakovitsj de term 'tragedie-satire'.
De tragedie gold natuurlijk Katerina, voor wie hij begrip wilde wekken met brandende
muzikale frasen. De satire reserveerde hij voor haar omgeving. Die trekt
voorbij met blèrende, hitsige, agressieve of sentimentele muziekjes. Ook in de
Vlaamse Opera ketsten ze rond, uitstekend geleid door dirigent Dmitri Jurowski.
Katerina is bij regisseur Bieito al beschadigd wanneer ze
haar eerste noten zingt. 'Normale', menselijke emoties vertoont ze alleen tijdens
de seks, of die nu dampend plaatsvindt op het aanrecht of teder minnekozend in
bed. Met de Litouwse sopraan Ausrine Stundyte duwde Bieito een fenomenaal
acterende zangeres het toneel op. Werd ze in haar rol besmeurd en vertrapt, van
het premièrepubliek kreeg ze een applausorkaan te verduren.
De jonge Tsjechische tenor Ladislav Elgr (Sergej) toonde
niet alleen z'n billen, ook vocaal stak hij in vorm. De bas John Tomlinson, een
wereldster, vond het niet beneden z'n stand om als Boris kotsend aan z'n einde
te komen, of uit wandelen te gaan met een aangelijnde slavin.
Bij alle theatrale brille hingen de instrumentale tussenspelen er slapjes bij, alsof Bieito z'n repetitietijd elders had verspeeld. Misschien maar goed ook, want hij kreeg het voor elkaar dat in Antwerpen niet één van seks en geweld walgende bezoeker de zaal voor het slotakkoord verliet.
Dmitri Sjostakovitsj: Lady Macbeth van Mtsensk. Calixto
Bieito (regie), Dmitri Jurowski (dirigent). Vlaamse Opera, Antwerpen, 21/3.
Herh. t/m 6/4.
de Volkskrant, 25 maart 2014

Geen opmerkingen:
Een reactie posten