25 maart 2014

Lady Macbeth van Mtsensk: de soundtrack van Rusland


Ausryne Stundyte (foto: Vlaamse Opera / Annemie Augustijns)

Voor een blik op de Russische ziel hoef je niet af te reizen naar de Krim. Antwerpen volstaat. De Vlaamse Opera toont Lady Macbeth van Mtsensk, een meesterwerk van Dmitri Sjostakovitsj uit 1934. Na twee succesvolle jaren vond Jozef Stalin het in 1936 welletjes. 'Chaos in plaats van muziek', las Sjostakovitsj in de partijkrant Pravda. De auteur, men vermoedt Stalin zelf, veegde de vloer aan met 'lawaai, gekraak en gekrijs'.

Dat viel in Antwerpen inderdaad allemaal te horen. Bovendien werd er tekstgetrouw gemarteld, verkracht en genaaid. Maar gaandeweg de avond groeide het vermoeden dat Stalins toorn toch vooral moet zijn voortgekomen uit iets anders. Onder het verhaal van Katerina Izmajlova, de moordende maar tegelijk ontroerende koopmansvrouw, plaatste Dmitri Sjostakovitsj de ongemakkelijke soundtrack van de Russische maatschappij.

Die lijkt nog steeds te passen. In de meute die Katerina's kokkin aanrandt ('wat een tieten!') bespeur je de agressie van homojagers in recente YouTubefilmpjes. De diender die er meteen op los mept, liet zich tijdens de Olympische Spelen in Sotsji zien bij de meiden van Pussy Riot. Corruptie, dwang en vernedering: in die weinig vrolijke wereld moest Katerina Izmajlova al in 1865 zien te overleven.

De Catalaanse regisseur Calixto Bieito plempt er in Antwerpen een paar kuub gore modder voor neer. In de entourage van een fabriekshal tekent hij met secure psychologische pen de ondergang van de naar liefde hunkerende vrouw die in de Pravda werd neergezet als de 'primitieve en vulgaire Katerina'.

Niemand streelt mijn borsten, klaagt ze. Katerina Izmajlova is getrouwd met een kerel die niks klaarspeelt en moet zich haar tirannieke schoonvader van het lijf houden. Eerst masturbeert ze op harpgetinkel, dan stort ze zich in een affaire met de arbeider Sergej. 'Kus me zo hard dat m'n lippen pijn doen', smeekt Katerina. Drie moorden later (schoonpapa, echtgenoot, Sergejs nieuwe minnares) slaat ze de hand aan zichzelf.

Sprekend over zijn opera muntte Sjostakovitsj de term 'tragedie-satire'. De tragedie gold natuurlijk Katerina, voor wie hij begrip wilde wekken met brandende muzikale frasen. De satire reserveerde hij voor haar omgeving. Die trekt voorbij met blèrende, hitsige, agressieve of sentimentele muziekjes. Ook in de Vlaamse Opera ketsten ze rond, uitstekend geleid door dirigent Dmitri Jurowski.

Katerina is bij regisseur Bieito al beschadigd wanneer ze haar eerste noten zingt. 'Normale', menselijke emoties vertoont ze alleen tijdens de seks, of die nu dampend plaatsvindt op het aanrecht of teder minnekozend in bed. Met de Litouwse sopraan Ausrine Stundyte duwde Bieito een fenomenaal acterende zangeres het toneel op. Werd ze in haar rol besmeurd en vertrapt, van het premièrepubliek kreeg ze een applausorkaan te verduren.

De jonge Tsjechische tenor Ladislav Elgr (Sergej) toonde niet alleen z'n billen, ook vocaal stak hij in vorm. De bas John Tomlinson, een wereldster, vond het niet beneden z'n stand om als Boris kotsend aan z'n einde te komen, of uit wandelen te gaan met een aangelijnde slavin.
 
Bij alle theatrale brille hingen de instrumentale tussenspelen er slapjes bij, alsof Bieito z'n repetitietijd elders had verspeeld. Misschien maar goed ook, want hij kreeg het voor elkaar dat in Antwerpen niet één van seks en geweld walgende bezoeker de zaal voor het slotakkoord verliet.


★★★★
Dmitri Sjostakovitsj: Lady Macbeth van Mtsensk. Calixto Bieito (regie), Dmitri Jurowski (dirigent). Vlaamse Opera, Antwerpen, 21/3. Herh. t/m 6/4.

de Volkskrant, 25 maart 2014

Geen opmerkingen:

Een reactie posten