De Argentijnse barokmusicus Leonardo García Alarcón leidt
vanuit Oost-Frankrijk het ensemble Cappella Mediterranea. Die groepsnaam lijkt
misplaatst, maar is het niet. Want meer dan geografie betreft het een
statement. Barokmuziek kan wel een scheut mediterrane zon gebruiken, vindt
Alarcón. Hij experimenteert ermee in de bij Lyon gelegen abdij van Ambronay, een
laboratorium voor de uitvoeringspraktijk van oude muziek.
Wat in Monteverdi's Mariavespers meteen opvalt, is
Alarcóns heilige geloof in tekst. Zelden springt gebeiteld Kerklatijn je zo vitaal
tegemoet. Alarcón moet met de vingertoppen eerst alle psychologische nuances
hebben bevoeld, voordat hij de solozangers en het Kamerkoor Namen gedetailleerde
orders gaf.
Het koorgeluid ondergaat spectaculaire transformaties, van
broeierig en beslagen tot helder stralend. Solisten mogen jubelen uit volle
borst. Het verrassendst is hoe Alarcón de mediterrane passie met Noordwest-Europese
teugels ment. Monteverdi als een calvinistische latino: het bestaat.
★★★★★
Claudio Monteverdi:
Mariavespers. Kamerkoor Namen, Cappella Mediterranea o.l.v. Leonardo García
Alarcón. Ambronay.
de Volkskrant, 9 juli 2014

Geen opmerkingen:
Een reactie posten