![]() |
| foto: Teatro Real / Javier del Real |
Afgelopen najaar, in het Vlaamse weekblad Knack, sprak
Gerard Mortier openhartig over 'de mokerslag' die hem enkele maanden eerder had
getroffen: een agressieve kanker aan de alvleesklier. Chemobehandelingen hadden
zijn leven veranderd in 'een Russische roulette'.
Het fatale schot klonk zaterdagavond. Gerard Mortier, de Vlaamse
opera-intendant die grenzen verlegde, is in zijn Brusselse woning op 70-jarige
leeftijd overleden.
Zijn invloed op het muziektheater valt moeilijk te
overschatten. Mortier, de bakkerszoon
uit Gent, ontpopte zich tot het oliemannetje van de internationale operawereld.
Als de bevlogen koppelaar van uiteenlopende kunstenaars stond hij aan de wieg van
spraakmakende episodes uit de recente operahistorie.
Hij ontwikkelde zijn methode aan de Muntopera van Brussel.
In 1981, op z'n 38ste, werd Mortier er aangesteld als intendant. Opgeleid als jurist
en communicatieman had hij het operavak afgekeken in Duitse en Franse theaters.
Hij haalde niet alleen vooruitstrevende operaregisseurs als Peter Mussbach en Herbert
Wernicke naar Brussel, hij lokte ook theaterregisseurs als Patrice Chéreau en
Peter Stein. Tot de beeldend kunstenaars die hij voor de kunstvorm wist te
interesseren, behoorden Anselm Kiefer en Bill Viola.
Mortier verlangde een eigentijdse, doorwrochte kijk op het
operagenre. Ook regelde hij schrijfopdrachten voor nieuw repertoire. Een triomf
beleefde hij in 1991 met de wereldpremière van The death of Klinghoffer.
Voor deze opera over de kaping van het cruiseschip Achille Lauro in 1985 sloegen
de componist John Adams en regisseur Peter Sellars de handen ineen.
In 1992 verliet Mortier Brussel voor de prestigieuze Salzburger
Festspiele. Later voerde zijn carrière hem langs de opera van Parijs, programmeerde
hij de eerste edities van de Ruhrtriennale en kende hij een onfortuinlijk avontuur
bij de inmiddels opgeheven New York City Opera.
In 2010 ging hij in Madrid aan de slag bij het Teatro Real.
Nadat Mortier in het najaar van 2013 via een Spaanse krant ongevraagd advies
had gegeven over zijn opvolging (op het favorietenlijstje stond geen enkele
Spanjaard) werd hij – ziek of niet – aan de kant geschoven. Vanuit het ziekenhuis
moest hij akkoord gaan met de troostfunctie van artistiek adviseur.
Tot zijn Madrileense successen behoort de regie van Mozarts Così fan tutte door de cineast Michael Haneke. Eind januari ging Mortiers
laatste geesteskind in première: Brokeback Mountain, een opera naar de
roman van Annie Proulx, op muziek van de Amerikaan Charles Wuorinen en
geregisseerd door Ivo Van Hove. Bezoekers van het Teatro Real zagen onder de
kroonluchters een sterk vermagerde, maar wakkere Mortier.
Minder geslaagde scènes: Mortier liet de Muntopera in 1992
achter met een miljoenenschuld. Pierre Audi raakte in Parijs gemangeld tussen
Mortier en stakende lichtmensen. De brouille rondom de première van Halévy's opera La juive liep in 2007 zo hoog op, dat regisseur Audi voor de tweede
voorstelling pas toegang kreeg nadat hij aan de kassa een kaartje à 150 euro had
afgerekend.
Over drie weken zou Gerard Mortier aantreden in Graz, om
de gloednieuwe Mortier Award van het Duitse tijdschrift Opernwelt in ontvangst
te nemen. Het maartnummer bevat een voorpublicatie uit zijn nieuwe boek Dramaturgie
einer Leidenschaft. De hedendaagse opera-intendant, fulmineert Mortier nu vanuit
het graf, wordt eerder geselecteerd op 'virtuositeit in het verkopen van een
willekeurig product', dan op 'innovatiekracht en creativiteit'.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten