17 februari 2014

Stéphane Denève sproeit met kleur



Het theorietje duikt in elk cultuurdebat weer op: dat componisten van hedendaagse klassieke muziek het onschuldige publiek steevast zouden mishandelen met klanken van zoutzuur en prikkeldraad. Dat die voorstelling van zaken een karikatuur is, bewijst in Nederland alleen al Bart Visman (51). Met een bescheiden oeuvre behoort hij tot een solide stroom van moderne componisten die toegankelijkheid en klankschoonheid niet bij voorbaat schuwen.

Toch waarschuwde de ene bezoekster van de ZaterdagMatinee alvast de andere: 'Nu komt dat moderne stuk.' Waarna de dames tijdens de wereldpremière van Bart Vismans Rumore allesbehalve het tuut-piep-knor hoorden dat ze wellicht vreesden. In het Amsterdamse Concertgebouw klonk welluidende, hymneachtige koorzang. Ook Verdi- en Puccini-achtige flardjes opera waaiden voorbij. Met de muziek in handen en na een korte oefensessie had het matineepubliek probleemloos het Groot Omroepkoor met tweeduizend kelen kunnen versterken.

Visman schreef zijn noten op teksten van de Renaissanceschilder Agnolo Bronzino en de Amsterdamse zanger-regisseur Marc Pantus. Klaagt de een in een lange brief over de akoestische terreur van zijn woonplaats Florence, de ander mijmert in een kort gedicht over de dood.

Het inspireerde tot een merkwaardig gespleten compositie. Het koor reciteerde de zinnen in weinig verrassende, saaie guirlandes. Het orkest klonk daarentegen virtuoos. Althans, bij vlagen, want bij het vernuft waarmee Visman de klanken verticaal over de notenbalk drapeerde, staken zijn horizontale ideeën 35 minuten lang schamel af. Alsof hij een topmodel in een oogverblindende creatie met een gespalkt been de catwalk op stuurde.

Toegegeven, Visman de kleurentovenaar kreeg te kampen met twee onverslaanbare concurrenten: Maurice Ravel en Henri Dutilleux. Allebei zijn het magiërs in een metier dat de Fransen sinds de dagen van Rameau en Berlioz beheersen: sensuele kleurenpracht, gekoppeld aan ritmische finesse.

Met de lucide Franse dirigent Stéphane Denève ervoor veranderde het Radio Filharmonisch Orkest in een delicate sproeifontein. In Ravels Ma mère l'oye lag lome zinnelijkheid. Als een zwoele avondwind doken vioolveegjes op in Dutilleux' Métaboles. Zelfs met de afgelikte boterham van een Boléro wist Denève te ontroeren.

Beheerst gebarend en controlerend legde hij Ravels orkestrale lusthof bloot. Over het bekende strakke ritme trok hij hallucinerende kleuren. Gedempte trompet met fluit. Kirrende fagot. Saxofoons met een erotisch zwellinkje. Niet alleen deze blazers hapten naar adem.


★★★★


Groot Omroepkoor, Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Stéphane Denève. Amsterdam, Concertgebouw, 15/2.
de Volkskrant, 17 februari 2014.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten