14 februari 2014

Hopt Heras-Casado te veel?



foto: Patricia Aloy
Terecht of niet, symfonische muziek kampt met een imago van grijze koppen en versteende gewoontes. Geen wonder dat orkesten de wereld afspeuren naar jeugdige dirigenten die de 19de-eeuwse orkestmachinerie eigentijds kunnen laten swingen. Recente ontdekkingen op dat gebied heten Lionel Bringuier (27) en Robin Ticciati (30).

De man die de afgelopen drie seizoen met veertig orkestdebuten iedereen te vlug af was, was de Spanjaard Pablo Heras-Casado. Met zijn 36 jaar is hij een broekie in een vak waarin tachtigplussers behoren tot de sterren. Na zijn debuut in 2012 keerde Heras-Casado deze week terug bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Hoeveel ontwikkeling zit er in zijn symfonische vermogens?

Na het Eerste vioolconcert van Karol Szymanowski moest je concluderen: voorlopig niet veel. In Amerika mag Heras-Casado dan zijn gebombardeerd tot Dirigent van het Jaar, en in Amsterdam mag hij dan het podium delen met de violiste Janine Jansen, vers lid van de Akademie van Kunsten – in de artistieke prestatie klonken de eerbewijzen niet door.

Karakteristieken als 'analytisch' en 'richtingloos' zijn dodelijk voor een stuk dat kan klinken als een mediterrane dagdroom van blikkerend licht en zinderende luchten. Szymanowski schreef zijn vioolconcert thuis, in de Oekraïne, terwijl hij nagenoot van een tocht door Sicilië en Noord-Afrika. Janine Jansen ging op zoek naar de reizigerskoorts in de noten, maar stuitte met haar ijle toon op een dirigent die zijn handen meer dan vol had aan het orkest. Even nuchter, bijna schools, presenteerde Heras-Casado de Tweede symfonie van Jean Sibelius. Hij had weinig oog voor de aardlagen en natuurraadsels die in deze partituur liggen opgetast. 

De vraag luidt inmiddels of de dirigentencarrousel voor de Spanjaard niet te snel is gaan draaien. En of Heras-Casado er niet verstandig aan zou doen zich te beperken. Nu hopt hij van een hedendaagse première naar een authentieke Schubert, van een prestigieuze zwaaibeurt in de Metropolitan Opera van New York naar standaardrepertoire bij het zoveelste symfonieorkest.

Dat hij genoeg in z'n mars heeft, bleek in de Festivalouverture van Dmitri Sjostakovitsj. Het stuk denderde als een sovjettank de Grote Zaal binnen. Briljante kopersalvo's en orkestdreunen voerden naar een slot waarvan de energie lang najakkerde in de bloedbaan.


★★★☆☆
Sibelius, Szymanowski, Sjostakovitsj. Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Pablo Heras-Casado. M.m.v Janine Jansen (viool). Amsterdam, Concertgebouw, 12/2

de Volkskrant,  14 februari 2014

Geen opmerkingen:

Een reactie posten