Jezus werpt zich ter
aarde in Getsemane, de tuin aan de voet van de Olijfberg. Hij is 'dodelijk
beangst', schrijft de Bijbel, zijn zweet valt als bloeddruppels op de grond. Vader,
smeekt Jezus, laat de beker van het lijden aan mij voorbijgaan. Wie de Matthäus-Passion
van Bach kent, hoort de stemmen erbij. De tenor-Evangelist schildert zingzeggend
het tafereel, Jezus' bede komt uit de keel van een bas.
Maar niet morgenmiddag
in het Amsterdamse Concertgebouw. Bij de wereldpremière van James MacMillans St
Luke Passion bidt Jezus via de kelen het Nationaal Jeugdkoor. 'Father,' zullen
de jonge meiden prevelen op een lage C, 'remove this cup from me.' Waarna ook
Radio 4-luisteraars een hemelse klankwolk vanaf het orgel horen neerdalen.
Met dit nieuwe lijdensverhaal
trapt James MacMillan (54) het Nederlandse passieseizoen af. De Schotse
componist kent de route naar de kruisiging op Golgotha inmiddels als zijn
broekzak. In 2009 was hij de eerste sinds 1899 die de voorname Bachtraditie van
het Concertgebouworkest mocht doorbreken. Toen, in zijn St
John Passion, toonde MacMillan een Jezus met menselijke trekjes, inclusief
een furieuze woedeaanval. Nu, in de St Luke Passion, legt hij de nadruk
op Jezus' anders-zijn. 'Op het onstoffelijke, hemelse, spirituele'.
Met vlezige
Schotse tongval rollen de steekwoorden uit zijn mond. In de lobby van een Brits
hotel buigt James MacMillan zich over de partituur. Ja, dat Jezus vaak
driestemmig zingt verwijst naar de Heilige Drie-eenheid. Maar nee, het geluid van
koerende duiven in de strijkers heeft niets te maken met de iconografie van de
Heilige Geest. 'Nu je het zegt!'
Ook internationaal
trekt de première aandacht, James MacMillan behoort tot 's wereld meest
uitgevoerde componisten. Al vinden sommigen hem een kwezel. De vroomheid gloeit
je inderdaad tegemoet uit titels als O bone Jesu en Christus
vincit. In zulke koorstukken lijken de stemmen soms met wijwater
besprenkeld. Maar MacMillan schrijft
allesbehalve weeïge bidprentjesmuziek. Hij beheerst ook de andere kant:
schurend koper, onrust stokende pauken. Uit een orkest haalt hij ijzervijlsel
dat het trommelvlies tot bloedens toe kan schrapen.
Het anders-zijn zit
in z'n genen. Jimmy MacMillan is de kleinzoon van katholieke Ierse immigranten
in protestants Schotland. Een beoefenaar van hoge kunst uit een mijnwerkersmilieu.
Een communist die is opgeschoven naar centrumrechts. Een componist die meejuicht
op de katholieke tribunes van Celtic Glasgow. En een Schot die zichzelf
op Schotse voorpagina's zag afgeschilderd als IRA-man en neofascist. Dat was in
1999, nadat hij zich publiekelijk had beklaagd over antikatholieke sentimenten
in de Schotse samenleving.
Sindsdien heeft de
componist ervaring met angst en lijden.
†
'Laß ihn
kreuzigen!'
In 2011, na een
repetitie, keerde James MacMillan terug naar zijn hotel. Hij vond paniekboodschappen
van zijn vrouw en van zijn uitgever, er zouden bompakketjes zijn verstuurd naar
prominente Schotse katholieken. De componist bleek niet tot de geadresseerden
te behoren, maar de schrik zat er andermaal in.
Klagen vakgenoten op het
Continent hooguit over meedogenloze critici, James MacMillan heeft geleerd altijd
over z'n schouder te kijken. 'In brede lagen
van de Schotse maatschappij heerst een rancunecultuur', analyseert hij.
'Antikatholiek of anti-Engels: het is de smeulende angst voor een ander die elk
moment kan opvlammen.'
Het dichtst op z'n
huid kwam de dreiging in 2010, al waaide toen de wind uit andere hoek. Na de
Amerikaanse première van de St John Passion betrad de componist in
Boston het podium om applaus te halen. Een man die hem wilde aanvallen kon ternauwernood
worden gestopt.
MacMillan vermoedt
een verband met een artikel dat zijn Johannespassie te kijk zette als een
vehikel van haat en antisemitisme. Steen des aanstoots: een citaat uit het
Beklag Gods, een niet-Bijbelse tekst waarin Jezus het volk dat hem aan de
Romeinen heeft uitgeleverd afsnauwt. 'Noem het naïef, maar ik heb dat altijd geïnterpreteerd
als een verwijt aan de mensheid, niet specifiek aan de Joden.'
†
In den beginne
Bij het componeren
van zijn eerste passie leed hij 'beangstigend veel' onder Bach. 'Diens Passionen
vormen zo'n centraal cultuurgoed, daar kom je als componist niet omheen. Ik heb
toen maar besloten het probleem te omarmen en uit Bachkoralen te citeren.'
Inmiddels ervaart
hij de barokreus als een vriendelijke geest die over zijn schouder meekijkt. MacMillan
wil bereiken wat Bach niet voor elkaar kreeg: een speelklare partituur nalaten van
alle vier de lijdensevangelies. Eerst Johannes, nu Lucas, later ook Marcus en
Matteüs.
'Voor een
componist is het een uitdaging om vergelijkbare stof steeds anders uit te
werken. De muzikale bezetting zal gaandeweg krimpen, elke passie wordt intiemer,
de Matteüs zelfs puur vocaal. Mijn ideaal is dat die gaat functioneren in de
liturgie en dat kerkgangers kunnen meezingen, net als in de tijd van Bach.'
Het Lucasevangelie
kijkt net wat anders aan tegen de Jezusfiguur. 'Het idee van rechtvaardigheid staat
centraal. Alles ademt het koninkrijk van vrede. Vandaar, aan het slot, het neuriënde
koor.' Mmm... beginnen
mannen- en vrouwenstemmen zacht op welluidende akkoorden, waarna ze langzaam
doorgroeien naar een extatisch ah....
†
'Du lieber Heiland
du'
James
MacMillan beseft dat hij als West-Europese katholiek steeds verder in de marge
raakt. 'De eeuwen waarin het christendom synoniem was met macht en cultuur,
zijn voorbij. Maar dat maakt geloven niet minder spannend. Misschien keren we
terug naar de begintijd, toen de kerk een vitale tegencultuur vormde.'
Wie of wat God is -
hij weet het niet. Een 'gewaarwording' die voortkomt uit de eigen meditatie? Of
toch een 'realiteit' die zich tweeduizend jaar geleden heeft vertoond op aarde?
Hij vindt het een fascinerende gedachte: 'dat God uit liefde voor de mens zelf
mens werd en zich kwam mengen in onze historie.'
Van alle
kunstenaars, vermoedt MacMillan, hebben componisten de gevoeligste antenne voor
het sacrale. Uit de aard van hun vak – tekens noteren die verdampen in klank - zijn
ze ontvankelijk voor de mysterieuze relatie tussen het stoffelijke en het spirituele.
'Neem Igor
Stravinsky. Die was net zo revolutionair in zijn muziek als conservatief in
zijn theologie. Of John Cage, de modernist die steun vond in oosterse religies.
Wist je dat hij zijn provocatieve stiltestuk 4'33'' aanvankelijk Silent
Prayer noemde?'
Tot de religieuze influisteringen
van de St Luke Passion behoort het orgel. Voor MacMillan is het een onthecht,
lichaamloos instrument, ideaal voor kerkmuziek. 'Andere musici zie je fysiek blazen,
trommelen of strijken, maar de organist is doorgaans onzichtbaar. Zoiets mysterieus als
wind door de pijpen doet het werk.'
†
De andere wang
Misschien is hij een
lafaard. Om lijden te vermijden doet James MacMillan tegenwoordig aan
zelfcensuur. Hij heeft zich voorgenomen nooit meer iets te zeggen over gevoelige
Schotse kwesties. 'Mond dicht, zegt mijn vrouw, en ze heeft gelijk.'
Maar over
onschuldiger onderwerpen blijft hij op een weblog pittig polemiseren. De
componist kapittelt zijn mede-fans van Celtic Glasgow vanwege 'afschrikwekkende
politieke loyaliteiten'. Of hij veegt de vloer aan met de 'sentimentele
kauwgummuziek' die Amerikaanse katholieken elkaar door de strot willen duwen.
Opvallend: zodra James
MacMillan tot een groep behoort, stapt hij naar de zijlijn en levert
commentaar. Die reflex toonde hij al aan het begin van zijn componistencarrière,
toen hij vadermoord pleegde op mannen als Stockhausen en Boulez, met hun 'ideologisch
gedreven hoogmodernisme'.
'Ik geef toe dat
ik me het prettigst voel wanneer ik geen deel uitmaak van een consensus. Dat
klinkt parmantig, maar het komt voort uit de oprechte drang tot zelfonderzoek. Als
je niet tot de meerderheid behoort, moet je je voortdurend afvragen: waarom ben
ik anders? Waarom denk ik niet als de rest?'
In de categorie
eigenzinnige besluiten: MacMillan werd lekenbroeder en dirigeert elke zondag
een kerkkoortje in Glasgow. Hij richtte een stichting op ter redding van het
gregoriaans, 'de ware sound van het katholicisme'. Evengoed opent hij zijn
nieuwe Lucaspassie West Side Story-achtig met een fortissimo gezongen 'Ma-ri-a!'
†
'Erbarme dich'
Deze maand wordt zijn
kleindochter vier. Sara heeft het syndroom van Dandy-Walker. Ze loopt verstandelijk
achter, beweegt moeilijk en hoort en ziet slecht. Bovendien is ze epileptisch.
'Altijd kans dat je haar naar het ziekenhuis moet racen.'
Over de zin van
lijden heeft James MacMillan veel nagedacht. En hij vond een antwoord. Lijden wekt
compassie. Wie mede lijdt, wordt empathischer en welwillender, hij leert een ander
te beschouwen als een ander 'ik'.
'Natuurlijk hebben
we verdriet gevoeld als we onze dochter zagen worstelen met haar baby. Maar ik zag
ook een ander effect van dat hulpeloze schepsel. Mijn dochter werd 'echter', meer
mens, de meest fantastische mens die ik ken. Ze heeft haar lot met Christusachtige
waardigheid aanvaard.'
de Volkskrant, 14 maart 2014

Ik ben erg benieuwd naar je recensie van de uitvoering van gisteren (heb de Volkskrant niet).
BeantwoordenVerwijderenMet vriendelijke groet, Sasja van Ginkel.
Dag Sasja, Ik was er helaas niet bij, mijn collega Frits van der Waa heeft een ****-recensie geschreven. Verschijnt t.z.t. op zijn blog http://fvdwaa.home.xs4all.nl...
BeantwoordenVerwijderenIk kijk er naar uit! Dank voor je reactie! Groeten, Sasja.
BeantwoordenVerwijderen