16 september 2014

Pavarotti en hete kussen in Den Bosch


De verzengende Andrew Haji (foto: Hans Hijmering)

We gingen naar Den Bosch om de nieuwe Pavarotti te zien. Die belofte was tenminste aan komen waaien uit kringen rond het Internationaal Vocalisten Concours (IVC). Niet voor het eerst zou deze vermaarde klassieke zangwedstrijd, toe aan z'n 50ste editie, een naam opleveren die nog decennialang op de affiches prijkt. Elly Ameling, Thomas Hampson, Robert Holl en ook Marco Bakker: hun triomftocht begon in Den Bosch.

Inderdaad liep zondag een jongeman met onvervalst Pavarottipostuur het podium op van het Theater aan de Parade. Achter zijn corpulente lijf zat de Philharmonie Zuidnederland klaar, met op de lessenaars een van de grootste vochtverwekkers uit de operahistorie: de aria Una furtiva lagrima (een heimelijke traan) van Gaetano Donizetti.

Terwijl de fagot alvast begon te klagen, zette de zanger zich schrap. Niets wees erop dat we iets anders gingen horen dan de zoveelste huilversie van muziek die zoveel beter verdient. Jawel, er klonken snikjes, maar de Canadese tenor Andrew Haji hield ze bewonderenswaardig binnen de perken. Sterker nog: met een lichte, beheerste stem die laveerde tussen timide en krachtig, zong hij verzengend over liefde en dood.

Hij wreef de plakvingers van prachtnoten en kreeg daarvoor de hoofdprijs. Plus een zoen van Kiri te Kanawa, de sopraandiva die de jury in een oranje geklede jas voorzat en samen met haar drie puppies een wonderful time beleefde in een stad 'waarvan ik de naam niet eens kan uitspreken'.

Toch moet ook Dame Kiri zich op het vlot gecoiffeerde hoofd hebben gekrabd bij Haji's andere finalearia, geplukt uit het oratorium Elijah van Mendelssohn. Onverwacht vlak zingend schoot de Canadees zelfs onder het niveau van medestrijders.

Dat het Bossche zangersfestijn geen afgetekende winnaar heeft opgeleverd, bleek alleen al uit het feit dat slechts twee van de tien finalisten naar huis gingen zonder prijs of prijsje. Ook tijdens de borrel kon je de verdeeldheid proeven. Had de ene kenner z'n kaarten gezet op een Poolse keel met 'het edelste geluid in jaren', de andere sprak schande van een prijs voor een Amerikaanse tenor 'die hoorbaar gruis in z'n strot had'. Intussen evalueerden kritische vrouwenogen de zangeressenjurken, waarbij een enkel ondermodeadvies passeerde ('op die plek wil je geen elastiek zien').

Van de tien finalisten die door een internationale jury waren gezeefd uit ruim 250 aanmeldingen, kwamen één sopraan en drie mezzo's uit Nederland. 'Goede opleidingen' en 'tijd gekregen om te rijpen', luidde de verklaring voor hun succes. Helaas oogstte de mezzosopraan Esther Kuiper geen onderscheiding, wat een mager loon was voor haar warme geluid. Mezzosopraan Francine Vis zong zichzelf in de prijzen met Quale coniugium! (wat een paar!), het verplichte, nieuwe orkestlied waarin de Nederlandse componist Willem Jeths een kleurig droomlandschap verkent.
Chen Yibao

Dat de Chinezen opdrommen, bevestigde de sopraan Chen Yibao. Zij was de enige die de tralala van een operette aandurfde. Ze stoof het podium op in een ravissante, paarsfluwelen creatie. Meine Lippen, sie küssen so heiss, zong ze op noten van de operettekoning Franz Léhar. Het misverstand dat het Chinezen in klassieke muziek zou ontbreken aan stijl, kwam Chen eens even rechtzetten. Ze fleemde, danste en jongleerde met een roos die ze opdiepte uit haar decolleté. Het was zo over de top, dat het weer leuk werd. Haar stem kwinkeleerde trouwens helemaal niet kwaad.

de Volkskrant,  16 september 2014


Geen opmerkingen:

Een reactie posten