![]() |
| De verzengende Andrew Haji (foto: Hans Hijmering) |
We gingen naar Den Bosch om de nieuwe Pavarotti te zien. Die
belofte was tenminste aan komen waaien uit kringen rond het Internationaal
Vocalisten Concours (IVC). Niet voor het eerst zou deze vermaarde klassieke zangwedstrijd,
toe aan z'n 50ste editie, een naam opleveren die nog decennialang op de affiches
prijkt. Elly Ameling, Thomas Hampson, Robert Holl en ook Marco Bakker: hun
triomftocht begon in Den Bosch.
Inderdaad liep zondag een jongeman met onvervalst Pavarottipostuur
het podium op van het Theater aan de Parade. Achter zijn corpulente lijf zat de
Philharmonie Zuidnederland klaar, met op de lessenaars een van de grootste vochtverwekkers
uit de operahistorie: de aria Una furtiva lagrima (een heimelijke
traan) van Gaetano Donizetti.
Terwijl de fagot alvast begon te klagen, zette de zanger
zich schrap. Niets wees erop dat we iets anders gingen horen dan de zoveelste huilversie
van muziek die zoveel beter verdient. Jawel, er klonken snikjes, maar de
Canadese tenor Andrew Haji hield ze bewonderenswaardig binnen de perken.
Sterker nog: met een lichte, beheerste stem die laveerde tussen timide en
krachtig, zong hij verzengend over liefde en dood.
Hij wreef de plakvingers van prachtnoten en kreeg daarvoor
de hoofdprijs. Plus een zoen van Kiri te Kanawa, de sopraandiva die de jury in
een oranje geklede jas voorzat en samen met haar drie puppies een wonderful
time beleefde in een stad 'waarvan ik de naam niet eens kan uitspreken'.
Toch moet ook Dame Kiri zich op het vlot gecoiffeerde hoofd
hebben gekrabd bij Haji's andere finalearia, geplukt uit het oratorium Elijah
van Mendelssohn. Onverwacht vlak zingend schoot de Canadees zelfs onder het
niveau van medestrijders.
Dat het Bossche zangersfestijn geen afgetekende winnaar
heeft opgeleverd, bleek alleen al uit het feit dat slechts twee van de tien
finalisten naar huis gingen zonder prijs of prijsje. Ook tijdens de borrel kon
je de verdeeldheid proeven. Had de ene kenner z'n kaarten gezet op een Poolse keel
met 'het edelste geluid in jaren', de andere sprak schande van een prijs voor
een Amerikaanse tenor 'die hoorbaar gruis in z'n strot had'. Intussen
evalueerden kritische vrouwenogen de zangeressenjurken, waarbij een enkel ondermodeadvies
passeerde ('op die plek wil je geen elastiek zien').
Van de tien finalisten die door een internationale jury waren
gezeefd uit ruim 250 aanmeldingen, kwamen één sopraan en drie mezzo's uit
Nederland. 'Goede opleidingen' en 'tijd gekregen om te rijpen', luidde de
verklaring voor hun succes. Helaas oogstte de mezzosopraan Esther Kuiper geen onderscheiding,
wat een mager loon was voor haar warme geluid. Mezzosopraan Francine Vis zong
zichzelf in de prijzen met Quale coniugium! (wat een paar!), het
verplichte, nieuwe orkestlied waarin de Nederlandse componist Willem Jeths een kleurig droomlandschap verkent.
![]() |
| Chen Yibao |
Dat de Chinezen opdrommen, bevestigde de sopraan Chen
Yibao. Zij was de enige die de tralala van een operette aandurfde. Ze stoof het
podium op in een ravissante, paarsfluwelen creatie. Meine Lippen, sie
küssen so heiss, zong ze op noten van de operettekoning Franz Léhar. Het misverstand
dat het Chinezen in klassieke muziek zou ontbreken aan stijl, kwam Chen eens even
rechtzetten. Ze fleemde, danste en jongleerde met een roos die ze opdiepte uit haar
decolleté. Het was zo over de top, dat het weer leuk werd. Haar stem kwinkeleerde
trouwens helemaal niet kwaad.
de Volkskrant, 16 september 2014


Geen opmerkingen:
Een reactie posten