09 maart 2020

Dineren met Brett Dean in Taipei





Taipei, vrijdag 28 februari 2020, 16.30 uur
Namiddagzon in Taipei. Na mijn nachtvlucht brengt een taxi me rechtstreeks naar de National Concert Hall. Ik ben hierheen gelokt door het National Symphony Orchestra van Taiwan. In april gaat het op tournee naar Europa en doet dan ook Amsterdam, Groningen en Eindhoven aan. Het orkest zoekt publiciteit, en ik ben nieuwsgierig. Na Taipei, is het plan, vlieg ik door naar Tokio, voor een verhaal over de opmars van symfonieorkesten uit het Verre Oosten.
Natuurlijk had ik na alle virusverhalen geaarzeld. Op de avond voor vertrek las ik bovendien dat Japan met onmiddellijke ingang alle concerten had geannuleerd. De vier orkestavonden waarbij ik zou aanschuiven: in rook opgegaan. Eerder al had het Hong Kong Philharmonic Orchestra van chef-dirigent Jaap van Zweden zijn Tokiose optreden afgezegd.
Maar in Taipei speelde de muziek door, mailde mijn contactpersoon Joy. Dus stapte ik gewapend met mondkapjes en handgel op het vliegtuig. Via de Reisapp van Buitenlandse Zaken, nam ik mij voor, hield ik de situatie in Japan in de gaten.


Taipei, 28 februari, 19.00 uur
Brett Dean wandelt met zijn altviool het podium op. In de klassieke scene is hij een kanjer. Ooit speelde de 58-jarige Australiër in ‘s werelds bekendste orkestmerk, de Berliner Philharmoniker. Later ontpopte hij zich als succesvol componist. Zijn opera Hamlet staat in juni in het Holland Festival. En nu, als artist in residence, onderstreept Dean de moderniteit van Taipei.
Hij speelt de solopartij in zijn eigen Viola Concerto. Stevige kost, maar het orkest en het grotendeels gemondkapte publiek zetten er met smaak de tanden in. In de pauze schud ik Dean de hand. Stoere baard, gulle lach. Jij bent de guy from Holland met wie ik morgen een babbeltje maak?
Na het concert is er een etentje, zegt Joy, een doortastende Taiwanese. Of ik zin heb mee te gaan. Ik aarzel, inmiddels voel ik me groggy. Maar kom, met zeven uur tijdverschil in het lijf kan ik voorlopig toch niet slapen.

foto: Bettina Stoess
Taipei, 28 februari, 21.45 uur
In het restaurant zakt Brett Dean rechts naast mij neer. Wat hij nu heeft meegemaakt: na de pauze had hij willen meespelen in Beethovens Zevende symfonie. Zoiets doet hij na zijn Altvioolconcert wel vaker. Doorgaans vinden orkesten dat leuk, maar nu maakte iemand bezwaar. Een hoester in de rangen leek de klager een slecht idee.
Verkoudheid, zegt Dean, vervelend. Bij aankomst op het vliegveld had hij net als iedereen een gezondheidsverklaring ingevuld. Eerlijk had hij zijn hoestneiging aangevinkt. Zijn temperatuur werd opgenomen, geen verhoging, hij mocht alsnog het land in.
Een paar dagen later bezocht Dean met hoestklachten en loopneus voor de zekerheid een arts. Geen zorgen, kreeg hij te horen, iets met de bronchiën. We proosten op de goede afloop.
Dean hoest en doet dat keurig in zijn elleboog. ‘Het zal toch niet’, is de gedachte die ik wegdruk.

Taipei, zaterdag 29 februari
Met een Duitse collega ben ik op weg naar het interview met Dean. In de metro grappen we over de overbezorgde Taiwanezen. Toegegeven, het aantal corona-infecties loopt tegen de 40 en één patiënt is overleden. Maar vergeleken met omringende landen heeft Taiwan lichte zorgen.
Zoals overal richt de portier van de National Concert Hall een thermometer op mijn voorhoofd. 36.2, netjes. Ik ontsmet mijn handen met spul uit het handpompje op zijn balie.
Met Brett Dean neem ik wat meningen door die je zoal hoort over Aziatische orkesten. Dat ze geen persoonlijkheid hebben. Dat de musici slecht naar elkaar luisteren. Dat men kiest voor veilig repertoire. Dean sputtert tegen. ‘Ik word hier in Taipei juist positief verrast!’

Taipei, zondag 1 maart
Matinee met kamermuziek. Virtuoos, muzikaal, ja subliem spelen vier jonge Taiwanezen recent werk van Brett Dean. Seven Signals heet zijn stuk voor viool, klarinet, cello en piano. Het draait om vormen van non-verbale communicatie, denk aan morsecode en lichaamstaal.
In de coulissen heerst na afloop een feeststemming. Dean heeft zijn stuk niet eerder zo goed gehoord. Hadden we het gisteren niet over karakter?, zegt hij. Nou, deze musici doen voor niemand onder.
We schudden elkaar de hand. Dean vliegt terug naar Australië, ik neem de hogesnelheidstrein naar het zuiden.

De kamermuziekzaal in Kaohsiung
Kaohsiung, maandag 2 maart
Ik krijg een rondleiding in het National Kaohsiung Center for the Arts. Het is nagelnieuw en ontworpen door de Nederlandse architect Francine Houben. Mijn mond valt open. Onder een golvend, gigantisch dak zitten een theaterzaal, een operazaal, een kamermuziekzaal en een orkestzaal met links een symfonisch orgel en rechts een barokorgel. Ook het Rotterdams Philharmonisch Orkest is in het diepe zuiden al langs geweest.
Terug in Taipei kijkt Joy bezorgd als ik zeg dat ik morgen definitief doorvlieg. Wel heb ik mijn verblijf in Tokio teruggebracht van vier naar twee dagen. Neem dit mondkapje mee, zegt Joy. N95, sluit aan alle kanten, de beste.

Taipei/Tokio, dinsdag 3 maart
Op luchthaven Songshan tast een infraroodscanner de spaarzame reizigers af. Geen verhoging, ik mag door. Ik lees in de Japan Times dat Taiwan, die rijstkorrel voor de kust van China, onder druk van Beijing wordt geweerd uit de Wereldgezondheidsorganisatie. Naast zorg voor de volksgezondheid is coronabestrijding ook een erekwestie.
Op mijn Tokiose hotelkamer ligt een briefje. De directie vraagt begrip: vanwege de viruscrisis is er morgen als ontbijt geen lopend buffet. Elke gast krijgt aan zijn eigen tafeltje een bord geserveerd.

Tokio, woensdag 4 en donderdag 5 maart
Ik sprokkel informatie bij elkaar voor mijn orkestenstuk. Ik spreek twee handenvol mensen, van dirigent tot orkestmusicus, van bestuurder tot journalist. Iedereen is somber. De 37 symfonieorkesten van Japan mogen voorlopig niet spelen. Inkomsten vallen weg, faillissement dreigt. En China, hoor ik, neemt stilaan Japans rol van klassieke supermacht in het Verre Oosten over. Tegen middernacht val ik in slaap met het idee dat ik een verhaal heb.
Tokio, vrijdag 6 maart, 3.45 uur
Ik word wakker, draai op mijn zij, zoek op mijn telefoon naar de tijd. Kwart voor vier. Dat is raar, een vers bericht van Joy. Terrible news, schrijft ze. Ik schiet overeind. Na terugkomst in Australië is Brett Dean positief getest op het coronavirus. Omdat ik nauw contact met hem heb gehad, geven de Taiwanese autoriteiten mijn naam door aan de Nederlandse collega’s.
Dus vanuit onverwachte hoek ben ik mogelijk besmet. De situatie dreigt die ik voor de reis stoer had weggelachen: quarantaine in Tokio. In lichte paniek raadpleeg ik de site van het RIVM. Geen klachten = niet besmettelijk.
Ik besluit volgens plan terug te vliegen naar Nederland. Wel boek ik een andere stoel. Van de gevulde achterkant van het vliegtuig verhuis ik naar de bijna lege voorkant. Joy stuurt nog gauw een link: ’10 reporters, 21 musicians quarantined after Australian infected with coronavirus performs in Taipei’.

Schiphol, vrijdag 6 maart, 15.15 uur
De wielen raken amper de landingsbaan, of ik zit op internet.
Videoboodschap van Brett Dean: hij wordt verpleegd op een geïsoleerde afdeling in Adelaide, naar omstandigheden maakt hij het goed.
Mail van het RIVM: Taiwan heeft de kwestie doorgegeven, of ik me wil melden bij de GGD.
Filmpjes en foto’s op nieuwssites: personeel in witte pakken ontsmet de National Concert Hall. Ik herken de twee zalen waar Dean heeft opgetreden. Taiwans Central Epidemic Command Center pakt door. Aan 103 van Deans 147 contacten is thuisquarantaine opgelegd, onder wie concertbezoekers, hotelmedewerkers, chauffeurs, luchtvaartmedewerkers en passagiers.

Almere, vrijdag 6 maart, 17.00 uur
Als ik thuiskom bel ik met toch wel iets van urgentie de GGD. Ik tref een laconieke medewerker. Ik behoor tot de ‘laagrisicocontacten van een bevestigde patiënt met covid-19’. Passieve monitoring is het devies. Eenmaal daags temperaturen, bij klachten bellen.

Almere, zaterdag 7 maart
Appje van Joy. Ook zij zit thuis. Via een speciale telefoon heeft ze drie keer per dag verplicht contact met de virusbestrijders. In haar land heerst intussen een lynchstemming. Hoe haalde de hoestende Brett Dean het in zijn hoofd niet voortdurend een mondkapje te dragen? Waarom heeft het orkest het hem niet bevolen?
Ik stop de thermometer in mijn oor. 36.2 en stabiel. Mijn Aziatische-orkestenverhaal blijft voorlopig ongeschreven. De Europese tournee van het National Symphony Orchestra uit Taiwan is afgelast.

De naam Joy is om privacyredenen gefingeerd.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten